Vertaler Rokus Hofstede meldt op zijn blog Hof/Haan:

“Het in 2007 verschenen Nachtschip Night van Marguerite Duras, een vertaling van het uit 1979 stammende Le navire Night, heeft nauwelijks recensies gekregen en kende maar uiterst bescheiden verkoopcijfers. Toch wil dat niet zeggen dat er helemaal geen ontvangst van de vertaling heeft plaatsgevonden.” (Meer op Hof/haan)

In Nederland werden twee theaterbewerkingen van het stuk gemaakt (zonder de vertalers te vermelden) en in 2011 maakte Frank Ostyn in het kader van zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent een fotofilm, gebaseerd op een theaterbewerking van Nachtschip Night. Dit is de trailer:

“Vijftien of twintig jaar stilte en eenzaamheid. … vanavond heb ik het gevoel dat het me zou liggen, dat het me op de minst slechte manier zou liggen. Ik heb een kruiwagen gekocht, mijn eerste kruiwagen! Het ding doet het uitstekend, zo met één wiel. Ik houd het liefdesleven van de Coloradokever in de gaten en onderneem er acties tegen, met succes maar wel op een humane manier, dat wil zeggen ik gooi de ouders in de tuin van mijn buur en verbrand de eieren. Had iemand anders dat maar al eerder voor mij gedaan!”

Het zijn de (schampere) woorden van Samuel Beckett op het ogenblik dat hij zijn grote romantrilogie- Molloy, Malone dies, The unnamable – zijn schitterende bundel kortverhalen: Texts for nothing;  en Wachten op Godot en Endgame geschreven heeft en de grote doorbraak er nog altijd niet gekomen is. In zijn brieven, waarvan het tweede deel onlangs werd uitgegeven, leren we een berustende Beckett kennen die zelfs overweegt om te solliciteren bij de Retail Grocery Dairy and Allied Trades Association in Ierland. Volgens criticus Michael Dirda  zijn “The Letters of Samuel Beckett: Volume 2, 1941-1956,”verplichte kost voor de Beckett-fan. Het boek is prachtig vormgegeven, bevat een indrukwekkend notenapparaat, een uitgebreide biografische annex, een inleiding van meer dan 90 pagina’s en een briljant essay van redacteur Dan Gunn. De Franse brieven zijn in het Engels vertaald.

Wie de basics van Beckett wil kennen, raad ik deze korte bespreking van Michael Dirda aan. Kort, grappig en een schat aan informatie, like the master himself.

Noot: welke lectuur er op Becketts nachtkastje lag, heeft Flavorwire voor u samengevat. Zijn alltime favorite was Effi Briest van Theodor Fontane: “I read it for the fourth time the other day with the same old tears in the same old places.”

+ Harold Pinter leest het slot uit de roman The Unnamable (via Piece of monologue)

Het Toneelhuis post een videobrief van Toneelhuisdirecteur en regisseur Guy Cassiers op Alphavillle. De intrigerende videocollage – waarin Cassiers reflecteert op een van zijn eerste theatervoorstellingen: Kaspar –  werd gemaakt in 2003 en focust op het kernbegrip ‘perceptie’. Cassiers zegt ondermeer het volgende:

“Zolang de Twin Towers er stonden, negeerde ik ze. Precies omwille van hun monolitische opdringerigheid. Maar nu ze er niet meer staan, zijn de Towers onontkomelijk zichtbaar geworden in hun afwezigheid.”

Het Kaspar-thema komt ook terug in het internetproject van Annemarie Estor en Lies Van GasseHauser.

Meer op Alphavillle.

Ex-politici Wilfried Martens en Willy Claes spelen mee in een heropvoering van Thyestes van Hugo Claus

*

“Tussen al dat gekakel over het voorbije mislukte politieke jaar, tussen de schier eindeloze reeks open brieven en mails naar Bart en Elio, tussen de programma’s waarin men elkaar voor de voeten liep om een alweer nietszeggende eerste reacties van de hoofdrolspelers te horen … Tussen al dat hopeloze en zinloze gedoe van de voorbije weken dus, was er een beeld dat mij van mijn sokken blies. Een beeld dat voor mij nu al tot ‘beeld van het jaar’ verkozen mag worden. Een beeld dat verscheen op het eind van het Eén-journaal. Daar waar men meestal nog een (olijke) uitsmijter laat zien.” (Theatermaker Alain Platel over een recente opvoering van Thysestes van Hugo Claus)

*

“Many authors stop reading fiction at a certain age. Not reading fiction can be equivalent to not eating meat — it is fashionable, it enhances your moral standing, it makes you look like a conscious citizen: “I don’t smoke, I work out, I don’t read fiction.”” (Arnon Grunberg over een recente uitspraak van Philip Roth)

*

Dirk Van Bastelaere post een uittreksel uit een opiniestuk van NRC Next Hoofdredacteur, Rob Wijnberg. Het stuk verscheen op dinsdag 28 juni 2011 in de Vlaamse krant De Standaard, onder de titel: ‘Wilders’ waanbeelden gedijen het beste in verwarring’. Dirk Van Bastelaere vraagt u de scherpslijper in u tot spreken te brengen en vervolgens tot annotatie over te gaan op Alphavillle.

*

het sneeuwt zowaar de
schoenen vormen een paar
het plein is dood ik bijt met
mijn oog in het witte brood

Collagegedichten van Hertha Müller op Meander in Nederlandse vertaling.

*

“In de ‘Zoo van het denken’ jongleert de opzichter met kletsende biefstukken maar zitten de meeste dieren tamelijk verveeld voor zich uit te staren.” (Benders over de nieuwe Verhelst)

*

“[ik] wind me op in de luiheid, de gemakzucht én de beschaamdheid van vele anderen om zelfs in een besloten sfeer als dit festival dingen te presenteren die het workshopgehalte niet overstijgen. Waar is hun eer om zich op een goede manier te tonen? Daar mors je niet mee. Ik merk bij die jonge makers een groot conservatisme, en meteen een defensieve houding tegenover feedback. Dit zal wel weer paternalistisch klinken, maar vele nieuwe theatermakers kruipen het veld in met een gebrek aan wilskracht en creativiteit. Kijk naar festivals als Theater Aan Zee en Bâtard: jong theater wordt er op een klein altaar gezet, in aangename formules en een sfeer van ‘je komt er wel’, maar van 80-90% hoor je later niks meer. Kruip eens terdege in je atelier, mensen! Dingen zijn wel leuk en charmant, maar niet straf genoeg. Worden ze in opleidingen wel voldoende gescreend op hun artistieke potentieel? Nee, scholen en festivals moeten hun quota halen.’
Dirk Pauwels, artistiek leider van Campo en eind dit jaar met pensioen: terugblik en vooruitblik op Rekto:Verso

“In Sometimes I think, I can see you zitten vier schrijvers, onder wie ik, in het Brusselse metrostation Kruidtuin. Het principe is zo eenvoudig als origineel: wat wij schrijven over de mensen die de metro in- en uitstappen of die op het perron staan te wachten, wordt rechtstreeks geprojecteerd op grote schermen, zodat de reizigers kunnen lezen hoe wij hun gang, hun uiterlijk, hun leven in het algemeen beschrijven, beoordelen en omzetten in fictie. Blijkbaar kan een schrijver dus toch een directe, irritante, geestige manipulator zijn.” – Jeroen Theunissen op het blog van Het Beschrijf.

Fictionalisering van de werkelijkheid is een thema dat vaker opduikt bij hedendaagse kunstenaars en schrijvers.  Het komt ook kort ter sprake in verband met Ann Cotten en Sarah Vanhee in dit interview.

Het project is een onderdeel van het Kunstenfestival des Arts dat momenteel in Brussel loopt. Schrijvers/commentators van dienst zijn Kenan Görgün, Jeroen Theunissen, Johan Reyniers en Christine Aventin  Meer info.
Onderstaand fragment had vorig jaar plaats in de Berlijnse metro Hallesches Tor met schrijvers Jörg Albrecht, Gesine Danckwart, Anne Habermehl en Tilman Rammstedt. (lees meer op de site van Mariano Pensotti)

Het is de tweede keer dat u voor Purcell kiest. Waarom spreekt zijn werk u aan?
Jan Decorte:
Omwille van de muziek natuurlijk, die is prachtig. Mijn lievelingsinstrument is de klavecimbel en in barokmuziek kun je daarmee niet verkeerd zitten. Het werk van Purcell, een van de typische componisten uit die tijd, vind ik briljant. Zo eenvoudig is het.

De plot van The Indian queen is naar verluidt moeilijk te volgen. De voorstelling wordt vaak afgedaan als abstract.
Decorte:
Van het verhaal versta ik persoonlijk gewoonweg niets. Het werk van Purcell ligt tussen theater en opera, de tekst van Sir Robert Howard heeft voor mij geen belang. De muziek moet gevoeld worden. Het Kunstenfestivaldesarts wilde boventitels in de voorstelling. Die heb ik geweigerd. Wie kan lezen wat de spelers zingen en zeggen, verstaat nog minder van wat er eigenlijk gebeurt. Het enige dat je daartegenover kunt plaatsen, is een sterke beeldregie.

Hoe komt u tot sterke beelden?
Decorte:
Ik zou het uit de grond van mijn hart niet weten. De inspiratie komt als het nodig is. With a little help from my friends raak ik ook veel verder. Johan Daenen creëert het decor, een heel schone gouden ruimte, en het licht van Luc Schaltin is sober en uitgekiend. De kostuums van Sofie D’Hoore zijn ook geslaagd. Sigrid is bijvoorbeeld erg blij met haar rokske.

Lees het interview op BDW.

In 2010 was de vandaag jarige Van den Broeck genomineerd voor de Librisprijs. Helaas hij won niet. Of niet helaas…:

“Ik heb ook nooit hoge verwachtingen gehad. Schrijven is voor mij een soort levensfunctie. Op de avond van de uitrekking van de Librisprijs zag ik hoe mijn confraters – net als ik – de prijs niet wonnen, maar daar in tegenstelling tot mij diep ongelukkig over waren. Ik begreep dat niet goed. ‘Jongens, toch,’ dacht ik, ‘laat je toch niet in competitie dwingen in zoiets als kunsten?!’ Als er nu één plek is waar volledige vrijheid moet gelden en alle competitie gemeden moeten worden, dan zijn het wel de kunsten. Wie gaat nu zeggen dat dat ene boek wel, en dat andere boek geen prijs verdient? Van meet af aan heb ik me daar tegen gekeerd omdat het een hoop onzin opwekt bij schrijvers. Ze worden ten eerste van hun werk gehouden, en ten tweede maakte het het slechtste in hen wakker. In ieder geval, ik heb me de avond van de Libris-prijs met mijn vrouw kostelijk geamuseerd.”

Lees het interview op Cobra (zie ook dit bericht)

Guido Lauwaert bespreekt het toneelstuk Laatste liefde dat de liefde van de 73-jarige Goethe voor de 19-jarige Ulrike von Levetzow en het daaruit voortgekomen gedicht Elegie von Marienbad behandelt (zie ook dit bericht):

“Vrouwen zijn in de wolken als een liefdesgedicht voor of over hen is geschreven. Het ontgaat ze blijkbaar dat dichters bedriegers zijn. Goedaardige, dat wel, maar toch… Alle liefdesgedichten, maar dan ook alle, zijn niet geschreven voor de geliefde, of voor een komende, bestaande of voorbije relatie, maar voor de gratie en glorie van de dichter zelf. Geen enkele dichter schrijft voor iemand of naar waarheid over iets anders. Alles en iedereen is gebruiksmiddel voor zijn literaire productie, de poëzie voorop. In dat opzicht verschilt de dichter niet van een marktkramer, wiens kaas veel beter is dan die van zijn buurman, omdat het ‘zijn’ kaas is.”

Dichters en het huwelijk, het is zelden een geslaagde combinatie. Beroemd en berucht is het problematische echtelijke leven van dichters als Ted Hughes, Ezra Pound, Robert Lowell en TS Eliot en weinigen hadden het huwelijk van de 52-jarige WB Yeats met de 24jarige  Bertha Georgie Hyde veel kans van slagen gegeven, maar kijk, het echtpaar Yeats bleek een match made in heaven te zijn. Dat blijkt uit hun brieven die nu verzameld zijn WB Yeats and George Yeats: The Letters. Lees de bespreking op de Financial Times.

Dichters en liefde, allemaal goed en wel, maar hoe gaat het er in het echte leven aan toe?  Zoïets moet de Joeguslavische performance kunstenares Marina Abramović gedacht hebben toen ze  Balkan erotic epic maakte.  In deze nieuwe video-installatie voert ze een onderzoek  naar de heidense tradities rond sexualiteit in de Balkan. Met wetenschappelijke ernst leidt Abramović de verschillende folkloristische gebruiken in, die vervolgens heel expliciet worden nagespeeld. Zó expliciet trouwens dat het op mij lachwekkend en zelfs een beetje dommig over kwam. Veel sterker vond ik Abramović’s recente performance in het Moma (zie dit bericht). Enfin de bewuste video is hier op youtube te zien. Onderaan een foto uit The Artist is Present, een performance uit 2010 in het MOMA:

Kevin Absilis leest de theatertekst “Een bruid in de morgen‘ (1973) van Hugo Claus in het licht van de voorbije pedofilie- en seksschandalen. Was Claus een visionair schrijver? Een gesprek op Cobra.

Laatste liefde” is  een theatertekst van Johan Reyniers  over Goethes laatste amoureuze opstoot:

“Duitsland in de jaren twintig van de negentiende eeuw. Johan Wolfgang Goethe is begin zeventig, en al enige tijd weduwnaar. In het kuuroord Marienbad ontmoet hij de 17-jarige Ulrike von Levetzow en raakt helemaal in de ban van het meisje. Zij gaan samen wandelen, praten veel. De oude dichter wordt verliefd en vraagt haar ten huwelijk, maar wordt discreet afgewezen. Daarop schrijft hij zijn ‘Elegie’, een van de meest hartverscheurende liefdesgedichten uit de wereldliteratuur. Tal van schrijvers hebben zich door deze onverwachte passie van Goethe laten inspireren. Zo ook Johan Reyniers, die in zijn eerste toneeltekst reflecteert over liefde op latere leeftijd, afscheid nemen en de spanning tussen kunstenaarschap en leven. ”

Over deze tekst organiseert het Goethe-Institut een  debat met het publiek op16.03.2011 om 19:30 uur met de auteur en journalist Hans Pleschinski, hoogleraar literatuur-en theaterwetenschap Bart Philippsen en de auteur van de theatertekst Letzte Liebe, Johan Reyniers.

Brussel Deze Week interviewde Johan Reyniers:

“Ook hij heeft zich teruggetrokken om zich in Weimar onder meer aan het tweede deel van zijn Faust te wijden. Kunst diende niet als veroveringsmiddel voor hem, maar om zijn mislukkingen een plaats te geven. Hij verwerkte zijn wanhoop op een creatieve manier in zijn werk. Waar andere romantische dichters, zoals Hölderlin, zich in de afgrond stortten, vond Goethe in de kunst het bruggetje over die afgrond. In het nawoord bij zijn Werther schrijft Gerrit Komrij dat Goethe in tegenstelling tot Werther ‘natuurlijk geen’ zelfmoord pleegde omdat hij wel besefte dat geen vrouw die moeite waard was. Die voorzichtigheid werd Goethe ook verweten. Net zoals zijn dubbelzinnige positie als kunstenaar enerzijds, en als ambtenaar en minister aan het hof van de groothertog anderzijds. In die positie had hij iets van een hedendaagse kunstenaar. Vandaag hangt iedereen vast aan maatschappelijke verantwoordelijkheden, con­venties en systemen. Ook kunstenaars kunnen daar moeilijk buiten gaan staan. De frustratie die daarbij hoort, kende Goethe al. Zijn bekende reis naar Rome was in feite een vlucht van zijn verplichtingen op het thuisfront, opdat zijn creatieve impulsen niet verder zouden afsterven.”

Lees het interview op BDW. Laatste liefde speelt van 15 tot 17 maart in de Beursschouwburg en is een productie van theatergezelschap De Parade.

Schrijfster en kunstenares Belle Yang schreef en tekende haar eerste graphic-novel “Forget Sorrow: An Ancestral Tale”,  een autobiografische familiesaga waaraan ze 14 jaar werkte.

Vodpod videos no longer available.

more about “Forget Sorrow – Belle Yang“, posted with vodpod

%d bloggers liken dit: