Interview met Arnon Grunberg

november 25, 2011

Interview met Grunberg op het vrijdagblog van filosofe/schrijfster/schilder Maria Foerier:

Maria Foerier: U doet me wel eens denken aan Friedrich Nietzsche die zichzelf beschouwde als ‘arts van een zieke cultuur’. Niet dat Nietzsche per se mensen wilde genezen, hij stelde eigenlijk alleen de diagnose. Hoe zit dat met u? Ziet u zichzelf als arts van de cultuur? En zo ja, is dat geen ondankbare taak? Ik bedoel: het is erg hard werken. Wat krijgt u daar voor terug?

Arnon Grunberg: Wat krijg je terug voor hard werken? De voldoening als iets lukt. Iedere schrijver met enige intelligentie moet permanent twijfelen of hij het medicijn is of de ziekte.

Advertenties

“Dirk Leyman [Papieren man – JP] voorzag elk van deze Belgica-titels van een nawoord; bij Petry en Hertmans is dat bijna langer dan de tekst zelf. En in het geval van Je portret (64 blz., € 8) is het nawoord me zelfs liever dan Hertmans’ tekst. Leyman biedt een ideale inleiding in het oeuvre van Hertmans, met goedgekozen citaten en interviewfragmenten.” (Mark Cloostermans)

“Het is even wennen aan Van Ostaijens taal – ambtelijke zinnen met verouderde woorden, een naar het Duits neigende zinsbouw, wegvallende werkwoorden en fonetiese spelling – maar eenmaal die horde genomen, vind je bevreemdend, vaak wrang proza, zoals alleen Pjeeroo Roobjee dat vandaag nog bedrijft. Het ontdekken meer dan waard.” Mark Cloostermans over Vijf grotesken van Van Ostaijen in de Belgica-reeks van uitgeverij Voetnoot.

John Berger, interview

november 23, 2011

The Paris Review: As a writer, your books have crossed and mixed genres, blending stories, essays, and a very intimate form of art criticism all your own.

John Berger: To tell the truth, I never really thought of myself as an art critic. I mean, I wrote a lot about art, particularly visual art, but my approach was—how to put it? The primary thing wasn’t to say whether a work was good or bad; it was rather to look and try to discover the stories within it. There was always this connection between art and all the other things that were happening in the world at the time, many of which were, in the wider sense of the word, political. For me, Bento’s Sketchbook, though it’s about drawing and flowers and Velasquez, among other things, is actually a political book. It’s an attempt to look at the world today and to try to face up to both the hope and despair that millions of people live with. In some very small and personal way, that’s what I wanted to address with this book.

Lees het interview dat The Paris Review via telefoon afnam van John Berger nav Bergers laatste (kunst)boek Bento’s Sketchbook , een mix van teksten en tekeningen rond leven en werk van Benedict “Bento” Spinoza.

Zie ook dit bericht en bekijk dit TV-interview met de 85-jarige Berger over zijn jongste boek:

“In het juryverslag van de AKO Literatuurprijs stond niet: ‘Viel er dan echt helemaal níets te lachen in De Nederlandse maagd van Marente de Moor? Nee, en dat is best knap voor een boek van 300 pagina’s. Daarom krijgt ze een prijs van 50.000 euro. Hier.’ Wel stond er: ‘In zinnelijk en krachtig proza geeft De Moor haar prachtige personages gestalte. De Nederlandse maagd is een meeslepende, broeierige roman, die nog lang blijft nazinderen.’ Waarbij ik de vraag stel of we het hetzelfde boek hebben gelezen. Zinnelijk? Broeierig? Chlamydia, dat is broeierig, De Nederlandse maagd allerminst.”

Lees de verklarende voetnoten bij het juryverslag van de AKO literatuurprijs 2011 op Propria Cures.

Serge van Duijnhovens Brussel

november 22, 2011

“Volgens velen is Brussel een lelijke of ronduit monsterlijke stad, het waterhoofd van een Siamese tweeling. Of drieling wellicht, als men het Europese district wil meetellen als een soort DC. Maar in plaats van als onooglijk samenraapsel, kan men Brussel ook zien als een surrealistische collage van onwerkelijke combinaties die in het dagelijks leven op elkaar zijn geplakt. Wie zich kan vinden in Lautréamonts omschrijving van schoonheid als ‘de toevallige samenkomst van een parapluie en een naaimachine op een operatietafel’, heeft in deze stad niets te klagen.  Brussel is even artificieel, hybride, gelaagd, contradictorisch, lelijk, schitterend, chaotisch, problematisch en boeiend als het land waar het de hoofdstad van is. Geen makkelijke stad, geen wezen dat zich gemakkijk bloot geeft of haar bewoners met open armen ontvangt. Toch voel ik me hier meer dan elders op m’n gemak.”

Meer op de website van Serge van Duijnhoven.

Rokus Hofstede zet zijn relaas verder over de vertaalproblemen die om de hoek kwamen kijken bij het vertalen van De Elf van Pierre Michon (zie dit bericht)

“Michon opent in medias res, met een hij-figuur van wie naar verluidt Giambattista Tiepolo het portret heeft nagelaten op de plafondschilderingen van de bisschoppelijke residentie in Würzburg, in de gedaante van een page: (…)”

Lees verder op Hof/Haan met ondermeer verwijzingen naar Tiepolo en Sebald.

%d bloggers liken dit: