“De onderwijzer stamt uit het Krijt. Hij zegt dat wij ongeletterd zijn. Wij zijn ook ongecijferd. Ontoerekeningsvatbaar. Hij zal ons uit deze dierlijke toestand bevrijden opdat wij Mens zouden worden. Een humanistische opdracht, een roeping. Hij is van plan om ons te koloniseren. Beschaving begint bij de introductie van het schrift, de koning en de Belgische vlag. Tegen nieuwjaar moeten wij een ziel hebben, en kunnen lezen en schrijven. Men zou verwachten dat hij daartoe de Schrift aanwendt, de Heer en het Kruis. Maar hij gebruikt het alfabet, de vouwmeter en het Belgisch Volkslied. Waarna wij trouw zweren aan de oneindige reeks der natuurlijke getallen die bij de nul op de vouwmeter begint.”

Pol Hoste over De logica van het schrijfgereedschap in De Witte Raaf.

Geert Mak aan het slot van zijn serie EEN VERSTIJFD CONTINENT:

Al in 1952 waarschuwde de theoloog Reinhold Niebuhr zijn mede-Amerikanen voor hun  ‘dreams of managing history’, dromen die voortkomen uit een overmaat aan succes en de daaruit voortvloeiden zelfmisleiding. Het zijn dromen die uiteindelijk geen inspiratiebron meer zijn, maar een bedreiging.

Die wijze woorden kunnen ook wij ons aantrekken, Europeanen. We kunnen ons overgeven aan een soort magisch optimisme, de droom van de Superman.  Dat hoorde bij de opbouwfase waarin Europa zo geweldig veel bereikte en waarin we, puur op het technische vlak, het ene succes na het andere behaalden. We kunnen ons ook, en dat past meer bij de huidige Europeanen, overgeven aan melancholie. Want na zestig jaar integratie weten de Europese burgers, ondanks alle successen, nog altijd niet hoe ze samen moeten leven.

Misschien leren we dat nu uiteindelijk wel, juist in en door deze crisis. Het zoemt, op twitter en op al die andere internetfora, van de initiatieven en de plannen, nu al, bijna altijd kleinschalig, en tegelijk vaak zeer Europees. Dat is het nieuwe Europa, de jeugd-internationale van nu, het gewone-mensen-Europa en gewone-bedrijven-Europa, dat is de kern van het huidige Europa, los van alle politici, instituties en financiële crisis, en die werkelijkheid pakt niemand ons meer af. Dat is het Europa dat ons zal redden.

Hans Magnus Enzensberger schrijft in zijn recente pamflet over de Europese crisis over het Europa van de zakboekjes, de agenda’s en adressenboekjes, met telefoonnummers van de Poolse stucadoor tot de portier van een klein hotel in Odense tot een heimelijke liefde in Amsterdam, adressenboekjes die wemelen van zomerhuisjes, zakenpartners,  kleinkinderen, bankrekeningnummers, leraren en leerlingen, wijnboeren, tandartsen en ga zo maar door. Ja, dat is dat reële Europa waar ik op doel.

Lees deel drie van EEN VERSTIJFD CONTINENT.

Hard/Hoofd interviewde de Duitse seksschrijver en rasprovocateur Charlotte Roche:

In je vorige rol was je televisie-interviewer, waarbij je de grootste artiesten op aarde ontmoette. Helpt die ervaring je nu?
“De meeste schrijvers hebben een hekel aan publiciteit, aan de sociale interactie die erbij hoort. Ik vind het leuk om geïnterviewd of gefotografeerd te worden, om op televisie te komen. Ik probeer ook altijd aardig te zijn. Zelfs als de journalist enorm onbeleefd is, blijf ik glimlachen. Duitse journalisten proberen mijn boek altijd te reduceren tot vunzigheid. Daar ga ik dan in mee, omdat ik dat grappig vind. Ik neem zo’n journalist dan over, door te zeggen: ja, klopt, het is nogal goor allemaal. Dat vind ik leuker dan zeggen: oh nee, u beledigt mijn werk. Vanbinnen ben ik geïrriteerd, maar ik gun de ander dat plezier niet.”

Het publiciteitsspel is je op het lijf geschreven.
“Mensen vinden het vreemd dat ik zo plotseling een schrijver ben geworden en dat begrijp ik volkomen. Het is voor mij nog steeds een wonder dat ik een boek kan schrijven. Niemand heeft het me ooit geleerd en ik heb er ook geen oefening in gehad. Maar het circus eromheen, dat is juist niet vreemd voor mij, dat ken ik maar al te goed. Door mijn interviews met popartiesten leerde ik dat je van het promoten een kunst kunt maken, zolang je het maar met ironie doet. Als ik auteurs zie praten op zo’n doodserieuze toon, dan vind ik dat altijd verschrikkelijk. Ze willen zo graag serieus genomen worden dat het zielig wordt. Dat probeer ik te voorkomen.” (lees het interview)

In het filmpje voor Schossgebete, het nieuwe boek van Charlotte Roche, zien we de schrijver gekleed in een sexy jurk die haar getatoeëerde schouders bloot laat, in een industrieel gebied staan. Ze belooft ons dat haar tweede roman nog grover is dan de beruchte voorganger Feuchtgebiete en flirt opzichtig met ons, de kijker:

Fabian Stolk op zijn blog In den vroolijken hermeneut:

“De laatste tijd pieker ik over de aanschaf van een e-reader (zullen we daar eens een lekker purisme voor verzinnen?) omdat het me wel handig lijk om een boel teksten, prim- en secundair, bij elkaar te hebben in zo’n klein apparaatje. En dat je op vakantie niet meer hoeft te dubben over wat je wel en wat je niet meeneemt. Maar toen ik onlangs, aangemoedigd door het onderwerp van de eerstkomende leesclubbijeenkomst, Julian Barnes’ The Sense of an Ending van onder een stapel tijdens de jongste zomervakantie aangeschafte boeken trok, knetterde het van mijn netvlies naar mijn brein: Zoiets gaat ze nooit en te nimmer lukken met een digitaal boek!”

Fabian Stolk legt uit waarom.

Suzanne Dean, Creative Director bij Vintage Publishing, vertelt hoe de cover van Julian Barnes’ The Sense of an Ending tot stand kwam:

Jeroen Theunissen – zelf opgenomen in de bloemlezing: 20 onder 40. Nieuwe Verhalen van de beste jonge schrijvers – reageert op de

“al te rigoureuze tekst die Hans Demeyer twee weken geleden op de recensiesite de Reactor publiceerde, waarin hij de jonge schrijvers verweet dat ze in hun verhalen alleen maar een ‘onbewuste reproductie van de heersende ideologie’ brengen, in een ‘cultuur van bevestiging’ leven en weigeren, of eerder nog gewoon niet in staat zijn zich (in hun ethiek en/of hun esthetiek) nog kritisch op te stellen. Hij roept hen – of ik moet eerder zeggen: ons – dan ook op dat we ‘eens niet normaal’ moeten doen.”

Theunissen vraagt zich af wat er zo problematisch is aan dat vermaledijde conformisme.

“De situatie vandaag is dat de meeste mensen te veel werken en in hun vrije tijd nog eens bedolven worden onder zowel massa’s diepzinnigheden als massa’s pseudodiepzinnigheden. Literatuur moet voor hen vooral ook entertainend zijn (ik zeg niet: alleen maar entertainend, ik zeg zelfs niet: in de eerste plaats entertainend). Misschien is dit inderdaad Alessandro Baricco. Je moet als schrijver, tenzij je helemaal wil verdwijnen in een of andere niche van universitaire lezers, rekening houden met die omstandigheden.”

Lees verder op zijn nieuwe weblog.

Richtje Reinsma op Terras

november 26, 2011

“Ik  nam een berg om uitzicht te maken.

Ik nam een zee en legde er een eiland in. Ik nam een volk van kleine mensen en gaf ze een geschiedenis op het eiland, met een staatsvorm, een waardensysteem, sociale omgangsvormen en culturele tradities. Ik nam een blanco reus, gaf hem een beknopte biografie, een thuis in de verte, en wierp hem op zee in een storm. Ik liet hem aanspoelen bij de kleine mensen en gevangen nemen.” (…)

Uit Poeder, korte absurdistische stukjes van Richtje Reinsma op Terras.

En dan heb je mijn verhaal

november 26, 2011

Joost Vandecasteele over het experimentele verhaal ‘Wachten tot het iets betekent’, opgenomen in 20 onder 40.

Interview met Arnon Grunberg

november 25, 2011

Interview met Grunberg op het vrijdagblog van filosofe/schrijfster/schilder Maria Foerier:

Maria Foerier: U doet me wel eens denken aan Friedrich Nietzsche die zichzelf beschouwde als ‘arts van een zieke cultuur’. Niet dat Nietzsche per se mensen wilde genezen, hij stelde eigenlijk alleen de diagnose. Hoe zit dat met u? Ziet u zichzelf als arts van de cultuur? En zo ja, is dat geen ondankbare taak? Ik bedoel: het is erg hard werken. Wat krijgt u daar voor terug?

Arnon Grunberg: Wat krijg je terug voor hard werken? De voldoening als iets lukt. Iedere schrijver met enige intelligentie moet permanent twijfelen of hij het medicijn is of de ziekte.

“Dirk Leyman [Papieren man – JP] voorzag elk van deze Belgica-titels van een nawoord; bij Petry en Hertmans is dat bijna langer dan de tekst zelf. En in het geval van Je portret (64 blz., € 8) is het nawoord me zelfs liever dan Hertmans’ tekst. Leyman biedt een ideale inleiding in het oeuvre van Hertmans, met goedgekozen citaten en interviewfragmenten.” (Mark Cloostermans)

“Het is even wennen aan Van Ostaijens taal – ambtelijke zinnen met verouderde woorden, een naar het Duits neigende zinsbouw, wegvallende werkwoorden en fonetiese spelling – maar eenmaal die horde genomen, vind je bevreemdend, vaak wrang proza, zoals alleen Pjeeroo Roobjee dat vandaag nog bedrijft. Het ontdekken meer dan waard.” Mark Cloostermans over Vijf grotesken van Van Ostaijen in de Belgica-reeks van uitgeverij Voetnoot.

John Berger, interview

november 23, 2011

The Paris Review: As a writer, your books have crossed and mixed genres, blending stories, essays, and a very intimate form of art criticism all your own.

John Berger: To tell the truth, I never really thought of myself as an art critic. I mean, I wrote a lot about art, particularly visual art, but my approach was—how to put it? The primary thing wasn’t to say whether a work was good or bad; it was rather to look and try to discover the stories within it. There was always this connection between art and all the other things that were happening in the world at the time, many of which were, in the wider sense of the word, political. For me, Bento’s Sketchbook, though it’s about drawing and flowers and Velasquez, among other things, is actually a political book. It’s an attempt to look at the world today and to try to face up to both the hope and despair that millions of people live with. In some very small and personal way, that’s what I wanted to address with this book.

Lees het interview dat The Paris Review via telefoon afnam van John Berger nav Bergers laatste (kunst)boek Bento’s Sketchbook , een mix van teksten en tekeningen rond leven en werk van Benedict “Bento” Spinoza.

Zie ook dit bericht en bekijk dit TV-interview met de 85-jarige Berger over zijn jongste boek:

“In het juryverslag van de AKO Literatuurprijs stond niet: ‘Viel er dan echt helemaal níets te lachen in De Nederlandse maagd van Marente de Moor? Nee, en dat is best knap voor een boek van 300 pagina’s. Daarom krijgt ze een prijs van 50.000 euro. Hier.’ Wel stond er: ‘In zinnelijk en krachtig proza geeft De Moor haar prachtige personages gestalte. De Nederlandse maagd is een meeslepende, broeierige roman, die nog lang blijft nazinderen.’ Waarbij ik de vraag stel of we het hetzelfde boek hebben gelezen. Zinnelijk? Broeierig? Chlamydia, dat is broeierig, De Nederlandse maagd allerminst.”

Lees de verklarende voetnoten bij het juryverslag van de AKO literatuurprijs 2011 op Propria Cures.

Serge van Duijnhovens Brussel

november 22, 2011

“Volgens velen is Brussel een lelijke of ronduit monsterlijke stad, het waterhoofd van een Siamese tweeling. Of drieling wellicht, als men het Europese district wil meetellen als een soort DC. Maar in plaats van als onooglijk samenraapsel, kan men Brussel ook zien als een surrealistische collage van onwerkelijke combinaties die in het dagelijks leven op elkaar zijn geplakt. Wie zich kan vinden in Lautréamonts omschrijving van schoonheid als ‘de toevallige samenkomst van een parapluie en een naaimachine op een operatietafel’, heeft in deze stad niets te klagen.  Brussel is even artificieel, hybride, gelaagd, contradictorisch, lelijk, schitterend, chaotisch, problematisch en boeiend als het land waar het de hoofdstad van is. Geen makkelijke stad, geen wezen dat zich gemakkijk bloot geeft of haar bewoners met open armen ontvangt. Toch voel ik me hier meer dan elders op m’n gemak.”

Meer op de website van Serge van Duijnhoven.

Rokus Hofstede zet zijn relaas verder over de vertaalproblemen die om de hoek kwamen kijken bij het vertalen van De Elf van Pierre Michon (zie dit bericht)

“Michon opent in medias res, met een hij-figuur van wie naar verluidt Giambattista Tiepolo het portret heeft nagelaten op de plafondschilderingen van de bisschoppelijke residentie in Würzburg, in de gedaante van een page: (…)”

Lees verder op Hof/Haan met ondermeer verwijzingen naar Tiepolo en Sebald.

“DE GOEDE SCHRIJVER

De goede schrijver zegt niet meer dan hij denkt. En daar zal veel aan gelegen zijn. Het onder woorden brengen is namelijk niet slechts de uitdrukking maar de realisering van het denken. Zo is het lopen niet slechts de uitdrukking van de wens een doel te bereiken maar zijn realisering. Van welke aard de realisering echter is: of ze het doel precies treft of zich wellustig en zweverig verliest in de wens -dat hangt af van de training van diegene die onderweg is. Hoe meer hij zich beheerst en overbodige, uitschietende en slingerende bewegingen vermijdt, des te meer bevrediging schenkt elke lichaamshouding op zichzelf en des te adequater is haar inzet. De slechte schrijver heeft veel invallen, waarin hij zich net zo uitleeft als de slechte en ongeschoolde loper in de slappe en slingerende bewegingen van zijn ledematen. Maar juist daarom kan hij nooit nuchter zeggen wat hij denkt. Het is de gave van de goede schrijver het schouwspel dat een met verstand getraind lichaam biedt met zijn stijl aan het denken te verlenen. Hij zegt nooit meer dan hij gedacht heeft. Zodoende komt zijn schrijven niet hemzelf, maar alleen de dingen die hij te zeggen heeft ten goede.”

Meer Denkbeelden van Walter Benjamin op Raster.
Op dit ogenblik loopt in het Joods museum in Parijs een expositie over de archieven van Walter Benjamin.

Tijdens een sublieme passage in De Laatste show liet Bart Van Loo zich het volgende ontvallen: “Het Franse chanson is een onlosmakelijk onderdeel van de Vlaamse cultuur”. Binnenkort meer over deze onvermoeibare francofiel die met “Chanson, een gezongen geschiedenis van Frankrijk” een klein meesterwerk heeft afgeleverd. Maar bekijk eerst dit fragment met de geweldige Bart Van Loo:

Lezen als iemand anders

november 17, 2011

“De enige zinvolle manier om je eigen werk te lezen is door te veranderen in iemand die van niets weet. Terwijl je juist de enige bent die alles weet. Zie hier de mentale spagaat.
Er zijn technieken om die uit te voeren, maar vooralsnog blijft het behelpen. Wat tijdelijk helpt is het lettertype veranderen. Van schreefloos naar schreefvol en omgekeerd. Uitprinten werkt ook. Tijdelijk. Wegleggen ook. De boel naar een druk café meenemen ook.” >> Christiaan Weijts in De Groene Amsterdammer.

“Benjamins leven was gecentreerd rond figuren die het intellectuele leven in de Franse hoofdstad bepaalden. Daartoe behoorde Adrienne Monnier die in de rue de l’Odéon de boekhandel ‘La maison des amis du livre’ exploiteerde, een zaak die ook door Rilke, Gide en Colette werd gefrequenteerd.

De boekhandel van Monnier was tevens een ankerplaats van de jonge emigrante en fotografe Gisèle Freund, over wie nu in Parijs een parallelle expositie loopt. Tot het milieu behoorde ook Sylvia Beach, die eveneens in de rue de l’Odéon de eerste Engelstalige boekhandel (‘Shakespeare and Company’) van Parijs runde. Die kring van vrouwelijke intellectuelen bestond verder uit de Joodse filosofe Hannah Arendt en de modejournaliste Helen Grund (de moeder van Stéphane Hessel).” >> Piet De Moor in Knack over de expo ‘Walter Benjamin. Archives’ in het Joods Museum in Parijs.

In 1978 schreef Roberto Calasso over Walter Benjamin :

“Veel jonge Duitsers scandeerden in 1968 overdag ongenuanceerde slogans, zoals tijdens de Derde Internationale gangbaar waren, maar droomden ‘s nachts van Benjamin, van zijn onuitputtelijke citaten, zijn raadselachtige, onweerlegbare uitspraken, zijn vermogen het onbeduidende en het enorme aan elkaar te knopen. Intussen stapelden zijn postuum uitgegeven pagina’s zich almaar op: elk jaar bracht de opwinding van een of andere nieuwe tekst: zijn boek over hasjiesj, recensies, essays, fragmenten.” (Raster). Van Benjamin verschenen ook zijn vroege teksten in Engelse vertaling. Zie de bespreking van Adam Kirsch op The Tablet

Matthijs de Ridder op De Leeswolf

“Het frustrerende is dat het Nobelprijscomité het Nederlandse taalgebied al decennia negeert, terwijl de Zweden niet bepaald ondervertegenwoordigd zijn. Dit jaar werd Tomas Tranströmer de zevende Zweedse Nobelprijswinnaar. En ook hier geen klachten over de kwaliteiten van zijn werk. Er is wel eens een Zweedse bekroning geweest die problematischer was. In 1974 ging de prijs bijvoorbeeld niet naar Graham Greene, Vladimir Nabokov of Saul Bellow, maar naar Eyvind Johnson en Harry Martinson: twee Zweden die ook nog eens in de jury zaten. De keuze voor Tranströmer is prima te verdedigen, maar ook hier dringt zich de vraag op of zijn werk beter is dan dat van Lucebert, van Claus (wederom) of van Faverey. Het antwoord is nee, maar probeer dat maar eens in het buitenland te beweren.”

Zie ook dit artikel van Jos Joosten en Thomas Vaessens : “Warum kennt uns keiner? über die seltsame (Nicht-)Rezeption des niederländischen Kanons im Ausland”

Dirk van Bastelaere op Alphavillle over “de Tante Sidonia van het literaire denken, de Goedele Liekens van de neerwaarts genivelleerde emokitsch.”:

“Wilt u echt weten waar het met de Vlaamse literatuur heen gaat? Volg Ann De Craemer dan op Twitter, waar ze wetenswaardigheden de wereld instuurt als: ‘Mijn column in De Morgen van vandaag. Over mijn Boekenbeurservaringen, en de onvermijdelijke kookboeken’, ‘Jeroen Theunissen reageert op mijn poëziecolumn’ of ‘Signeren op de Antwerpse #Boekenbeurs gisteren’

Tenzij, natuurlijk, deze hele Craemer één grote hoax is. Onwaarschijnlijk is het niet, dat Craemer een pseudoniem is voor alweer een besnord Vlaams dichter, mislukt in poeticis et in polemicis. Daar geeft de stijl van het Craemer-blog meer dan voldoende aanleiding toe. Het lijkt een grote parodie van precies die KAV-stijl. Maar als het een parodie is, dan is ze wel zeer doorzichtig. En als Craemer echt bestaat, is het maar zeer de vraag hoelang je een stijl kunt handhaven die in wezen zijn eigen parodie is. Literatuur light als virginale zelfbevlekking en autoparodie. De nieuwste gimmick. Houdbaarheidsdatum: 31.12.2011.”

Lees meer ‘Prinses Mathilde blogt’ op Alphavillle.

%d bloggers liken dit: