Maartje Smits

december 1, 2011

zondag ochtend
O how all likeablities
lie in de morgen
in’t online
liked leven
the later de laatst.
O late lies nite nacht
leven light ecke refresh!
click klak
lächel
log in
post
post (ENG)
doppel haak
sluit punkt er era
reenterd
O access
O kopfen show
zeigt mir
zoet leed sucré
suikertje show me
de last updates
zoet ton of zat
zuipen
satur that
evening
loopt sans schroom
ganz zondig te zwalken
schuin
over mijn dashboard
mijn browser
jouw ogen gepost
schön for me
on my sober
scrubbed
wit gestuuct
walletje
ganz ready
wartend auf
al uw kabaal
O rekwetter
please post, tag en rsvp
on de party van gister
dear friend, Feind of vrienden
van vrienden van vrienden
I miss you
till Montag of morgen totzo.

©  Maartje Smits

Uit de kolommen van nY gerijpt talent Maartje Smits zal acte de présence geven tijdens Het Desideratorium. Dat is een avond van Behoud de Begeerte met de literaire tijdschriften nYDe Brakke Hond, Deus ex Machina, DW B, Kluger Hans en Poëziekrant. (zie hier)

Richtje Reinsma op Terras

november 26, 2011

“Ik  nam een berg om uitzicht te maken.

Ik nam een zee en legde er een eiland in. Ik nam een volk van kleine mensen en gaf ze een geschiedenis op het eiland, met een staatsvorm, een waardensysteem, sociale omgangsvormen en culturele tradities. Ik nam een blanco reus, gaf hem een beknopte biografie, een thuis in de verte, en wierp hem op zee in een storm. Ik liet hem aanspoelen bij de kleine mensen en gevangen nemen.” (…)

Uit Poeder, korte absurdistische stukjes van Richtje Reinsma op Terras.

Op Tirade besteedt Carl Friedman aandacht aan het oorlogsdagboek van S. Anski: The Enemy at His Pleasure. S. Anski is in Nederland (pseudoniem van Sjloime Zanvel Rappoport, 1863-1920) vooral bekend door zijn toneelstuk Dibboek:

“Het verslag van Anski vult een leemte in de moderne geschiedschrijving, want er bestaat geen volledig overzicht van de misdaden die in de Eerste Wereldoorlog werden begaan tegen joden. Ook in de televisieserie  ‘In Europa’ van Geert Mak kwam de kwestie niet aan bod. Toch werden er naar schatting 600 duizend joodse burgers gedeporteerd en 200 duizend vermoord.” (op Tirade)

Behalve het chique  London Review of Books en het tijdschrift voor buitenlandse literatuur Granta heeft Groot Brittannië nooit veel op gehad met het intellectuele tijdschrift. Daar blijkt nu verandering in te komen met nieuwe tijdschriften als The White Review (waarvan we onlangs een essay signaleerden dat intussen al meer dan 1000 hits heeft) en het literaire online tijdschrift The Junket.

De Spectator Bookblog merkt hierover het volgende op:

“The White Review en The Junket zijn beiden beïnvloed door hun Amerikaanse voorbeelden. Tijdens het laatste decennium was Amerika getuige van een heropleving van een bepaald type literair tijdschrift:  het in Brooklyn gesettelde n+1, het LA Review of Books, dat nog altijd aan zijn website ligt te sleutelen, en Dave Egger’s The Believer. Wat ze allemaal gemeenschappelijk hebben: een mix van  highbrow en onvoorspelbaarheid, gepaard aan een gezonde dosis humor. En leuk beeldmateriaal.”

“In navolging van de tijdschriften in de VS werd The White Review opgericht door middel van crowd sourcing (waarbij mensen online kunnen donneren). Enkele belangrijke vennootschappen en hun liefdadigheidscultus laten liefhebbers taxfree doneren. Hun succes — van Newcastle tot Richmond (Virginia) — toont een nieuw model voor kunstsponsoring nu overheidssubsidies opdrogen, al blijft het te bezien of ze het zullen volhouden.”

Lees de korte beschouwing op Spectator Book Blog.

In de mooie reeks ‘Schrijvers de pols genomen’ van De Gids ging fotograaf Stephan Raaijmakers op bezoek bij Rogi Wieg voor een kort interview en een foto:

“Plat licht komt binnen door grote ramen in de bovenwoning van Rogi Wieg en Abys Kovács. Beneden ligt een roerloos plein in de regen. De kachel staat uit. Het zijn dan ook zware tijden, zegt Rogi. Het is moeilijk rondkomen van de letteren. Hij spreekt zacht maar docerend. Achteloos snijdt hij onderwerpen uit de fysica en de taalfilosofie aan.
 Buiten begint het harder te regenen.”

Lees het interviewtje (met foto) op De Gids.

“DE GOEDE SCHRIJVER

De goede schrijver zegt niet meer dan hij denkt. En daar zal veel aan gelegen zijn. Het onder woorden brengen is namelijk niet slechts de uitdrukking maar de realisering van het denken. Zo is het lopen niet slechts de uitdrukking van de wens een doel te bereiken maar zijn realisering. Van welke aard de realisering echter is: of ze het doel precies treft of zich wellustig en zweverig verliest in de wens -dat hangt af van de training van diegene die onderweg is. Hoe meer hij zich beheerst en overbodige, uitschietende en slingerende bewegingen vermijdt, des te meer bevrediging schenkt elke lichaamshouding op zichzelf en des te adequater is haar inzet. De slechte schrijver heeft veel invallen, waarin hij zich net zo uitleeft als de slechte en ongeschoolde loper in de slappe en slingerende bewegingen van zijn ledematen. Maar juist daarom kan hij nooit nuchter zeggen wat hij denkt. Het is de gave van de goede schrijver het schouwspel dat een met verstand getraind lichaam biedt met zijn stijl aan het denken te verlenen. Hij zegt nooit meer dan hij gedacht heeft. Zodoende komt zijn schrijven niet hemzelf, maar alleen de dingen die hij te zeggen heeft ten goede.”

Meer Denkbeelden van Walter Benjamin op Raster.
Op dit ogenblik loopt in het Joods museum in Parijs een expositie over de archieven van Walter Benjamin.

Hollands Diep stopt

november 17, 2011

“De cultuurglossy Hollands Diep verschijnt in december voor het laatst. Het magazine, dat van 1975 tot 1977 tweewekelijks verscheen en vijf jaar geleden als kwartaalglossy werd heropgericht, houdt wegens de krappe advertentiemarkt op met bestaan.” >> meer op de Volkskrant.

Londens dagboek

november 17, 2011

van Bernke Klein Zandvoort op De Revisor:

“Het equivalent van de Blokker heb ik hier nog niet gevonden. In mijn buurt bepalen Poundshops de flora en fauna van het huishouden. Plastic kratten, opgestapelde emmers en prullenbakken vormen een landschap voor de ingang van deze winkels. In een langwerpige ruimte zijn onder TL-licht smalle gangpaden gecreëerd waar de dingen uit de schappen puilen. Een monitor bij de kassa houdt door middel van een 6-delig splitscreen alle hoeken in de gaten.”

De Revisor brengt twee gedichten van Klaske Havik. Klaske wie? Klaske Havik is architect en schrijver, en werkt als universitair docent Architectuur aan de TU Delft. Daar geeft ze les binnen de afstudeerstudio’s ‘Public Realm’ en ‘Border Conditions’, en introduceerde ze werkcolleges en ontwerpopgaves over het verband tussen architectuur en literatuur. In haar proefschrift (2012) ontwikkelt ze een literaire benadering van architectuur en stedenbouw. Lees de gedichten op De Revisor.

Komrij op NRC:

“Kleine zelfstandigen in de kunst kunnen altijd naar hun auteursrecht fluiten. Zeur niet over je rechten, zeggen ze dan, klop maar aan bij de sponsors. Wie wil een dichter sponsoren of een literair tijdschrift? Sponsors hebben liever Marco Borsato en André Hazes.

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft vanouds minder cultureel besef dan een pot pindakaas. Joop van den Ende is ten einde raad André Hazes, die dood schijnt te zijn, weer overeind gaan zetten in een musical. Want in het bedrijfsleven valt, wat sponsoring van de plaatsbewijzen betreft, nog veel te halen. En daarna voor de twintigste keer naar Marco Borsato.

Een slim idee, die Hazes-reïncarnatie, want het bedrijfsleven heeft op cultureel terrein zelf geen ideeën. Toch probeert de politiek ons wijs te maken dat het bedrijfsleven goed voor ons zou kunnen zorgen. Kunsttijdschriften en literaire tijdschriften moeten maar ‘op internet’, zeggen ze, of op zoek naar sponsors.

Literaire tijdschriften op internet, dat lijkt me een vruchtbaar plan. Maar soms denk ik ook: mijn goeie hemel, om wat voor flutbedragjes gaat het hier… Vaak bedraagt zo’n subsidie niet meer dan wat er in één week aan kroketten omgaat in de VVD-fractiekamer. Opstelten is een enorme kostenpost, ik geef het toe.”

EPISODE IN DE BIBLIOTHEEK

Een blond meisje heeft zich over het gedicht gebogen. Met een potlood zo scherp als een lancet brengt ze de woorden over op blank papier en verandert ze in streepjes, accenten, cesuren. Het lamento van de gevallen dichter lijkt nu op een salamander afgevreten door de mieren. Toen we hem onder vuur wegdroegen, geloofde ik dat zijn nog warme lichaam in het woord zou herrijzen. Maar nu ik de dood van de woorden zie, weet ik dat de ontbinding geen grenzen kent. Van ons zullen alleen lettertekens overblijven, her en der verspreid in de zwarte aarde. Accenten op het niets en op stof.”

Zbigniew Herbert, Episode in de bibliotheek (vertaling Gerard Rasch). Meer prozagedichten op Raster.

GM’s Plexiglas car (1939)

november 12, 2011

Op Terras.

Zin

november 11, 2011

van Jan Elburg.

“Tien jaar geleden, gedurende de eerste dagen van mijn verblijf in Berlijn, was ik werkelijk verrukt van de glimlach van een paar knappe winkel­meisjes in een naburige levensmiddelenzaak. Het spreekt vanzelf dat deze verrukking mij niet in de oostelijke maar in de westelijke helft van de stad ten deel viel. Maar op het moment dat ik naar hen teruglachte, leek het alsof zij iets zeer wezenlijks van hun glimlach terugnamen, beter gezegd: er schemerde iets door hun goedgeconserveerde glimlach heen dat ik volstrekt niet kon thuisbrengen.” >> uit het nummer Hoezo Europa (52/1992) van Raster.

Vanavond debatteren in de SLAA een handvol tijdschriftredacteuren – Gustaaf Peek, Erik Lindner, Daniël van der Meer en Toine Donk – over het ideale tijdschrift.

Volg live via twitterverslag:

Vanavond debatteren in de SLAA een handvol tijdschriftredacteuren – Gustaaf Peek, Erik Lindner, Daniël van der Meer en Toine Donk – over het ideale tijdschrift.

Margot Dijkgraaf (Armada), Dirk van Weelden (De Gids) en Merijn de Boer (Tirade) schetsen alvast hun droomtijdschrift op Athenaeum Boekhandel.

Volg ook het twitterverslag via het twitteraccount van Slaa

“Overleg van Ned. Letterenfonds met de literaire tijdschriften heeft duidelijk gemaakt dat er voorlopig alleen nog geld is voor ’n Lit. App”

“Isolde Hallensleben interviewt studentes die stage lopen bij uitgeverijen. Ze blijken weinig lit. Tijdschr. te lezen. #tl

“Het is steeds moeilijker om debutanten te vinden. Een column in ’n krant en Prometheus duikt erop! #tl

Op De Revisor

november 1, 2011

Een nieuwe aflevering van het Londens dagboek van Bernke Klein Zandvoort

Een nieuwe zin uit het oeuvre van Peskens in de rubriek Zin (eerder zinnen van Paul Snoek, Rodenko, Gerrit Krol, Kees ’t Hart,…)

“Om in het overwegend seksueel getinte idioom en beeldgebruik van Pfeijffer te blijven: ik vrij liever een frigide freule op, die de belofte inhoudt mijn verlangen te vervullen (ook al weet ik dat het onvervulbaar is), dan dat ik de wijdbeens lig­gende del neuk die die belofte niet eens in zich draagt.”

Patrick Peeters ziet Pfeijffers pleidooi voor moeilijke, onbegrijpelijke en onverstaanbare poëzie, duidelijk niet echt zitten. Over Pfeijffers Het geheim van het vermoorde geneuzel. Een poëtica uit Yang 2003.

“Met het vallen van de blaren schuiven belezen Vlamingen weer in dichte drommen naar Antwerp Expo om nog slimmer, nog meer belezen te worden, en een glimp op te vangen van hun schrijvende halfgoden die zich voor één keer tussen de meute begeven. Hoewel er overal ter wereld boekenbeurzen plaatsvinden –denk aan de fameuze beurs van Peking, waar ons aller David Van Reybrouck zo opgetogen over was ondanks het toegangsverbod voor dissidente schrijvers-, zie ik die Antwerpse beurs toch als een typisch Vlaams kuddefenomeen, een teken van volgzaamheid en conformisme.”

Op Alphavillle houdt Johan Sanctorum een fascinerend ‘pleidooi voor ontlettering‘ onder het motto ‘Boek.0.’ In zijn typische provocerende stijl hekelt Sancturom het boek als een relict uit een voorgoed voorbije tijd, de tijd dat religieuze dogma’s het voor het zeggen hadden. Met de algemene verspreiding van het internet is een nieuwe leescultuur ingezet:

“De zogezegde verloedering van de taal bij de jeugd, via het chatten en SMS-en, zou men als een spontane deconstructie kunnen opvatten van een literair kolonisatieproject dat ergens bij Gutenberg begon. De “domheid” is niet dom, ze is vooral een weigering om de tekst te accepteren zoals hij er staat. Men kan verontwaardigd zijn over van alles en nog wat, maar in laatste instantie moet de taal heruit gevonden worden, en dient de tekst “ontlezen”. Onbegrip, vervorming, analfabetisme, dislexie, dialect, allerlei niet-reguliere idiomen, taalfouten: tegelijk is het zich uitschrijven,- uit de monotheïstische bijbelcultuur die ons nog steeds domineert.

Het internet is een nuttig middel (maar meer ook niet) om dat tweevoudig proces van het ontlezen en het uitschrijven te faciliteren. Alleen het dagboek zou deze boekenverbranding kunnen overleven, als een neerslag van het persoonlijk geheugen, waar geen lezer zaken mee heeft, tenzij, op zeldzame “uitgelezen momenten”, een zielsverwant, en daar is geen boekdrukkunst of boekenbeurs voor nodig.

Met de verdwijning van het boek, als fetisj en cultuurobject, verdwijnt ook de klassieke school (schola, scholastiek: ook die is theologisch), en wenkt een nieuw bestaan van de buitenstaander, dilletant, analfabeet, dagboekschrijver, zondagsschilder, dienstweigeraar, maker van onbestaande kunstwerken, reiziger, grensbewoner. Dit gaat over nieuwe naaktheid, naïviteit en levenslang beginnen. Domweg. “

Op Alphavillle (met een filmpje ‘Twenty ways religious cults misread the bible‘)

Johan Sanctorum roerde zich onlangs ook al op Alphavillle naar aanleiding van de Beyoncé-Rosas kwestie.

Maartje Wortel in De Gids

oktober 30, 2011

Maartje Wortel maakte in de serie ‘Op basis van een waargebeurd verhaal’ telkens een kort stuk fictie naar aanleiding van een krantenbericht. Te lezen in De Gids.

%d bloggers liken dit: