“My relationship towards tulips is inherently Lynchian. I think they are disgusting. Just imagine. Aren’t these some kind of, how do you call it, vagina dentata, dental vaginas threatening to swallow you? I think that flowers are something inherently disgusting. I mean, are people aware what a horrible thing these flowers are? I mean, basically it’s an open invitation to all insects and bees, ‘Come and screw me,’ you know? I think that flowers should be forbidden to children. (Žižek, The Pervert’s Guide to Cinema, 2006)

Deze al te krasse uitspraak tegen de vanzelfsprekende schoonheid van bloemen zet de toon: Slavoj Žižek neemt geen genoegen met ‘overgeleverde wijsheden’ – hoe banaal die ook mogen zijn – en er is geen enkel onderwerp dat de kritische theorie moet schuwen. Al mogen we bovenstaande uitspraak wellicht eerder zien als een kwinkslag van de praatgrage filosoof dan als een serieus wijsgerig standpunt. Of niet soms? Want wat is dat eigenlijk, serieuze filosofie?” (nY)

Jo Bogaerts belicht op nY rock’n roll filosoof Slavoj Zizek die vanavond komt spreken in Bozar.

Vandaag schreef columnist Dominiek Hoens een stukje een stukje over Zizek in de Standaard.

Interview uit 1979 toen Verhoeven de P.C. Hooftprijs had gekregen. De interviewer begint met een onthutsend eerlijke bekentenis…

Essays van Stefan Hertmans

november 7, 2011

“Even vrees je dat je de overpeinzingen van een chagrijnige cultuurpessimist in handen hebt. Hertmans, grootmeester van het essay, lijkt zich te nestelen in de rol van savante observator van de hedendaagse dwaasheid. De schrijver-filosoof is niet gemaakt voor de babbelshows en stand-upcomedy. Hij bekijkt hoofdschuddend de kwetterende emo, en voelt zich uitgesloten. Hij klinkt wat bitter: ‘Je bent een muurbloem of een megafoon. Een watje of een toeter. Een middenweg is niet langer eerbaar.’ Trekt de essayist zich terug in de papieren Arcadia van zijn bibliotheek? Hertmans zet zich gelukkig over dat chagrijn heen.” >> over de essaybundel De mobilisatie van arcadia van Stefan Hertmans (De Standaard)

Slavoj Žižek komt naar Brussel voor een exclusief optreden in de grote zaal van het Paleis voor Schone Kunsten. In zijn toespraak tot het publiek van de Europese hoofdstad, getiteld ‘The Struggle for European Legacy’, neemt hij nieuwe stellingen in over de politieke, culturele en economische toekomst van Europa. Een niet te missen gelegenheid om deze grootheid aan het werk te zien! De avond wordt ingeleid door de Belgische filosoof Frank Vande Veire.

Maandag 28 november in Bozar. Reserveren aangeraden. Hier.

Slavoj Žižek kwam onlangs de occupy movement in New York toespreken. Tot Carel Peeters’ grote verbazing werd het geen opruiend betoog:

“Verbazingwekkend was dat Slavoj Zizek zijn toespraak in New York helemaal in het teken van de gematigdheid had gegoten, alsof hij zichzelf eerst had toegesproken om nu eens niet met zijn geliefde revolutionair Vladimir Iljitsj Lenin voor de dag te komen. Er lag ons nog ‘a long road ahead’, zei hij en we moesten ‘geduld’ hebben en ons afvragen ‘wat voor soort nieuwe leiders we willen’. Je zou denken dat Zizek daar wel eens eerder over had gedacht in een van zijn talloze dikke boeken. Maar nee, Zizek wist het nog niet. Dit was al verrassend, nog verrassender werd het toen Zizek ineens tegen het einde het Christendom tevoorschijn toverde. Of  zijn toehoorders wisten wat het Christendom was? ‘Dat is de Holy Spirit’, zei hij. ‘En wat is de Holy Spirit? Dat is de gemeenschap van gelijke gelovigen die met elkaar verbonden zijn door de liefde.’ De Holy Spirit bevond zich daar, in het park, en niet in Wall Street, zei Zizek. Hij bedoelde het serieus.”  (meer op VN)

Zizek speelt ook de hoofdrol in de nieuwe film The Pervert’s Guide to Ideology die begin volgend jaar in roulatie komt. Op The Guardian kan je de sfeer proeven tijdens de opnames.

Camus vs Sartre

oktober 4, 2011

(via Dangerous Minds)

Een interessant interview met Nietzsche-kenner/freak Brian Leiter, bezieler van het filofosieblog Leiter Reports op The Browser:

The first thing you notice when you open the book [Beyond Good and Evil] is the layout and the way it’s written, which is striking, especially if you come to it having read modern philosophy essays and that kind of thing. Why does Nietzsche write in such an unusual, more aphoristic style?

 The explanation really comes in the first chapter of the book where Nietzsche tells us that the great philosophers are basically fakers when they tell you that they arrived at their views because there were good rational arguments in support of them. That’s nonsense, says Nietzsche. Great philosophers, he thinks, are driven by a particular moral or ethical vision. Their philosophy is really a post-hoc rationalisation for the values they want to promote. And then he says that the values they want to promote are to be explained psychologically, in terms of the type of person that that philosopher is.

The relevance of this is that if this were your view of the rational argumentation of philosophers, it would be quite bizarre to write a traditional book of philosophy giving a set of arguments in support of your view. Because in Nietzsche’s view consciousness and reasoning are fairly superficial aspects of human beings. What really gets us to change our views about things are the non-rational, emotional, affective aspects of our psyche. One of the reasons he writes aphoristically and so provocatively – and this, of course, is why he’s the teenager’s favourite philosopher – is connected to his view of the human psyche. He has to arouse the passions and feelings and emotions of his readers if he’s actually going to transform their views. There’d be no point in giving them a systematic set of arguments like in Spinoza’s Ethics – in fact he ridicules the ‘geometric form’ of Spinoza’s Ethics in the first chapter of Beyond Good and Evil.”

Lees het interview op The Browser. Neem ook een kijkje op het filosofieblog van Leiter

Op 22 augustus verscheen Paul Claes’ vertaling van Herakleitos’ Alles stroomt. Fragmenten. Een fragment is te lezen op de Athenaeum Boekhandel:

“De opvatting dat alles altijd in beweging is, wordt mobilisme genoemd. Plato (Theaitetos, 181a) noemt de aanhangers daarvan spottend ‘diarreelijders’. Aristoteles (Fysika, 253b10-12) verwijt Herakleitos dat hij geen onderscheid maakt tussen verschillende soorten van beweging. De meest radicale mobilist is de heraklitische denker Kratylos, volgens wie je zelfs niet één keer in dezelfde rivier kunt stappen (B91). Plato neemt hem in de naar hem genoemde dialoog op de korrel en noemt Kratylos en andere mobilisten ‘druipneuzen’.
Aan het slot van zijn gedicht over gedaanteveranderingen (Metamorfosen, 15.178) vertaalt de Romeinse dichter Ovidius panta rei als cuncta fluunt, ‘alles stroomt’, maar hij legt die woorden in de mond van Herakleitos’ tegenstander, Pythagoras, die aan een eeuwige zielsverhuizing geloofde.
De Amerikaanse modernist Ezra Pound vertaalt het fragment in zijn gedicht Hugh Selwyn Mauberley(1920):

All things are a flowing,
Sage Heracleitus says;
But a tawdry cheapness
Shall outlast our days.

De Ierse auteur Samuel Beckett parodieert de woorden in het toneelstuk En attendant Godot (1952), waarin Estragon zegt: Tout suinte, ‘Alles zweet (lekt, sijpelt)’ en vervolgt met: On ne descend pas deux fois dans le même pus, ‘Men daalt geen tweemaal af in dezelfde pus’ (zie B91).
Hugo Claus kant zich tegen de uitspraak in gedicht 5 van De aap in Efese, 1998 (bibliofiele uitgave, opgenomen in Wreed geluk, 1999):

Dat alles vloeit
heeft zij nooit beweerd.

Bij de Britse uitgeverij Verso is deze maand Wittgenstein’s Antiphilosophy verschenen, een vertaling van L’antiphilosophie de Wittgenstein van Alain Badiou uit 2009.  Op het excellente blog A piece of Monologue worden enkele belangrijke elementen ivm deze uitgave op een rijtje gezet:

  • Wittgenstein’s meesterwerk was de Tractatus Logico-Philosophicus. Hij schreef het rond zijn twintigste en het werk had een enorme impact op het moderne denken, meer bepaald op het gebruik van taal en logica in de analytische filosofie.  Badiou ontleedt de Tractacus, en komt tot de vaststelling dat Wittgenstein een typisch voorbeeld is van antifilosofie.
  • Antifilosofie wordt door Badiou gedefinieerd als een manier om filosofie te bedrijven door de basis zelf van de filosofie in vraag te stellen of aan te vallen. Andere belangrijke antifilosofen zouden Nietszche, Kierkegaard en Lacan zijn.
  • Badiou pakt de beroemde zevende propositie van de Tractacus Logico-Philosophicus aan waarin  Wittgenstein betoogt dat “waarover men niet kan spreken men moet zwijgen”.  Volgens Badiou reduceert deze mystieke act logica tot rethoriek, waarheid tot een resultaat van taalspelen, en filosofie tot een set esotherische aforismen.
  • Tijdens zijn analyse van Wittgensteins antifilosofie, schaaft Badiou zijn eigen definities van universele waarheden bij die de filosofie conditioneren. Antifilosofie toont de filosoof wat hij is:  een politieke militant, gehaat door de heersende machten en hun dienaren; een estheet; een minnaar die zijn leven op het spel kan zetten voor een man of een vrouw; en een geleerde.  Het is in deze bruisende rebellie dat filosofen hun ideeën produceren.

Meer op A piece of monologue.

Piero Manzoni, Merda d’artista (1961) – 10 andere voorbeelden van kunstenaars die met hun lichaamssappen aan de slag gingen op Flavorwire.

*

“Het lezen van een tekst zonder interpunctie vergt meer concentratie. En het is die concentratie waar ik op uit ben. Ik wil de lectuur vertragen. Poëzie is gebaat bij slow reading.”  (Pfeijffer over interpunctie)

*

“My psychoanalytical friends are always telling me that we once needed classical therapy to free us from internalised repression so we could do it. But today you feel guilty if you do not have wide-ranging sexual desire and experience. Once enjoyment becomes permitted it slides imperceptibly toward the obligatory. You have to do it and you have to enjoy it. Think about extremely hedonistic gay communities in America: life there is totally regimented. They eat the same food, take vitamins, watch the same films. We live in a permissive society but the price we pay is that there never was so much anxiety, depression, impotence and frigidity.”  (Slavoj Žižek over het verplichte nummertje en andere grappige dingen op The Telegraph.)

*

Delphine Lecompte zoekt God.

*

De oorsprong van het begin

*

Lucas Hüsgen blogt.

*

‘Sletje van me en 7 andere van 500 microficties van Régis Jauffret

*

Je hebt nog vier dagen om te bieden op één van de 8 stoelen voor een lunch met WikiLeaks stichter Julian Assange en de Sloveense filosoof Slavoj Zizek in London.

Het gaat om een actie ten voordele van WikiLeaks. Hoogste bod is momenteel  £4,100–.

Op eBay: “The lunch will be from 12 – 3pm on Saturday 2nd July at one of London’s finest restaurants. The meal will be followed by a Frontline Club event from 4pm – 6pm at The Troxy in East London where these two formidable forces will be discussing the impact of WikiLeaks on the world and what it means for the future.” (via Gawker)

Spinoza is hot! etc…

juni 15, 2011

T.S. Eliot (op de foto links) was redacteur bij Faber van 1925 tot aan zijn dood in 1965. In die periode bouwde hij een indrukwekkende fondslijst op. Maar hoe zag Eliots dagtaak op de uitgeverij er eigenlijk uit? Meer op het Faber blog.

*

“Amsterdam, 15 juni 1944

Weledelgestrenge Heer,

Eenigen tijd geleden zond ik de manuscripten van een paar novellen en een roman ter inzage aan den uitgever Meulenhoff te Amsterdam. De Heer Meulenhoff gaf genoemde stukken ter beoordeeling door aan den Heer D.A.M. Binnendijk. Dezer dagen bereikte mij het oordeel van den Heer Binnendijk, waarin eigenlijk tot uitdrukking werd gebracht, dat ik min of meer Uw proza had geplagieerd. – Het is iets waar ik, daar het natuurlijk nooit in mijn bedoeling heeft gelegen, ook nu niet van overtuigd ben, hoewel ik toe wil geven, dat in mijn werk het lezen van Uw boeken, die mij zeer troffen, sporen heeft nagelaten. (…)”  (brief van Hermans aan Bordewijk, via AB)

*

“Televisiemakers vormen de meest arrogante beroepsgroep die ik ken. Zij zullen je altijd laten voelen dat jij het moet beschouwen als een enorm voorrecht om onbezoldigd je tijd op te offeren om hun duur betaalde programma’s van enige inhoud te voorzien. En dat je een schrijver bent, pleit niet in je voordeel. Integendeel. Ze zijn als de dood voor literatuur. Voordat je het weet, zegt de schrijver live in de uitzending opeens een woord van meer dan drie lettergrepen. Dat zou desastreus zijn voor de kijkcijfers. ” (Pfeijffer op NRC)

*

“Zelf heb ik deze week weer eens ondervonden hoe bescheiden literatoren mogen zijn. Door de posting over Barbara van Dyck en de naschriften ontving dit weblog veel meer bezoekers dan meestal, als het over mijn stiel van literatuur gaat. Terecht en grappig, van de maatschappij weet ik niet meer dan elk ander. Ieder dan zijn eigen hobby’s?”  (Marc Kregting over de zaak-Barbara Van Dyck en Gertrude Starink)

*

Gedicht van Michel van de Waart op De Gids.

*

Erik de Smedt over de tentoonstelling van Erwin Wurm in het Middelheim.

*

Interview met Semprun in zijn Parijse appartement in 2010.

*

Spinoza is hot!

*

In the meantime in Alphaville: “het is niet zo makkelijk om in één en dezelfde tekst samen te zijn” (Els Van Campenhout op Vimeo)

Op zijn vijfentachtigste nog even fris as ever: met Bento’s Sketchbook (Verso 2011) brengt John Berger een ode aan de zeventiende eeuwse filosoof Benedict (of Bento) de Spinoza, wiens verloren schetsboek bleef parten spelen in de verbeelding van Berger. Toen hij op een dag een blanco schetsboek kreeg van een vriend zette Berger zich aan het tekenen met Spinoza in gedachten. “As time goes by […] the two of us – Bento and I – become less distinct,” aldus Berger”. Het boek is een combinatie van tekeningen en vertellingen over de praktijk van het tekenen. Daarnaast is het een meditatie over hoe we observeren en de wereld om ons heen verklaren.   (lees de bespreking op 3:am)

‘Het gedicht van Rilke [Archaischer Torso Apollos] toont de noodzaak aan van een heroriëntering van de in verwarring gebrachte moderne mensen,’ zegt Sloterdijk. Ook Rainer Maria Rilke was in verwarring geweest. In 1902 trok hij naar Parijs om een boek te schrijven over de beeldhouwer Auguste Rodin. Rilke twijfelde op dat moment aan zijn kunnen, hij geloofde niet meer in zijn roeping als dichter en wachtte melancholisch op inspiratie. ‘Travailler, toujours travailler!’: die raad kreeg hij van Rodin. En ook nog: geduld hebben en vaak naar de dierentuin gaan om te leren kijken. Van Rodin leerde Rilke zijn lyrische ik met zijn hinderlijke nukken en lamlendige luimen uit te bannen.
Sloterdijk zegt dat er nu een einde is gekomen aan de frivoliteit die de hedendaagse mens zo wereldvreemd heeft gemaakt.” – Lees het interview met Sloterdijk op Vrij Nederland.  (zie ook dit bericht)

Ook op Trouw verscheen een interview met de Duitse filosoof:  “De meeste filosofen schrijven over de filosofie van andere filosofen. Dat doe ik zeer weinig. Sinds ik schrijf, interesseert het me weinig tot niets wat andere filosofen doen. Ik zie het academisme in de filosofie als een vorm van decadentie. Ik communiceer met de situatie waarin we ons bevinden. Dat is filosofie: denken in situaties.”

[update]

In NRC schrijft Ger Groot:

‘De zin „Je moet je leven veranderen!” moet nu worden opgevat als refrein van een taal van het in-vorm-raken’, zo schrijft hij. ‘Hij behoort tot een nieuwe retorisch genre, het coachdiscours, de donderpreek in de kleedkamer tegen een team dat uit vorm is.’

Op briljante wijze herschrijft Sloterdijk zo de geschiedenis van de ethiek én de religie in de termen van de sport: de enige religie die vandaag de dag mondiaal nog onbetwist overeind lijkt te staan. Monniken worden atleten van de geest, goeroes de Beckenbauers van het spirituele. Alleen zij lijken nog te weten wat trainen werkelijk is: een eindeloze herhaling van dezelfde oefeningen waarin de novice stap voor stap een grotere volmaaktheid bereikt. Díé vorm van oefening, waarop tot voor kort de hele beschaving berustte, is in de rest van de samenleving in ongenade gevallen, zo stelt Sloterdijk met onvervalst conservatieve treurnis vast.”

Vraag voor Sloterdijk

mei 16, 2011

Ron Welters  van de Radbouduniversiteit blikt vooruit op de Soeterbeeck- lezing – Du musst dein Leben ändern (2009) – die Peter Sloterdijk vanavond in diezelfde universiteit komt geven: dit is de vraag die hij vanavond aan de Duitse filosoof zal stellen:

” U pleit voor een betere wereld door middel  van de herwaardering van het aloude Griekse begrip askese,  dat ‘oefening’, ‘training’ betekent.  De vorm van ascesedie in het huidige tijdsgewricht in zwang is, is sport. In de Volkskrant pleitte u vorige week zaterdag voor het opvangen en aan het elektriciteitsnet doorspelen van al die energie die  mensen die sportscholen frequenteren, opwekken.  Dat lijkt me een prima plan. Tegelijkertijd pleit u voor een nieuwe avantgarde die de mensen de weg naar een vreedzamere en groenere wereld zou moeten wijzen.  Zouden we als filosofen niet het goede voorbeeld moeten geven door vaker op de fiets te springen? Kunnen we onze eeuwige neiging om aan de platvloerse horizontaliteit van het door onszelf gecreëerde broeikasachtige kristalpaleis te ontsnappen, niet het beste botvieren door op weg naar een volgende lezing en een volgend congres onze verticale spanning, ons altijd weer naar de Goden willen reiken, onderweg telkens een paar flinke bergen te beklimmen? Zouden wij filosofen geen Zeitgemasse peripatetici moeten worden, vermetele denkers op zoek naar frisse lucht, die in deze opengebroken wereld niet meer volstaan met een rondje rondom het gymnasium lopen, maar op een hoogtechnologische maar schone tweewieler door eindeloos veel oefening steeds groter wordende concentrische cirkels vanaf onze woonstee kunnen maken?”

Lees verder op de website van Radboud Universiteit Nijmegen. De lezing is volzet maar kan wel live  via video gevolgd worden. (meer info)

Peter Sloterdijk

mei 15, 2011

“There is competition between wines, but there is no real competition between philosophers. ‘Jeder lügt für sich allein.’”  Peter Sloterdijk tijdens een interview met Arnon Grunberg.

Peter Sloterdijk tijdens een interview met Arnon Grunberg:


Stefan Hertmans interviewt binnenkort Peter Sloterdijk. Een voorgesprek op radio 1.

*

Gesprekken met Perec … in het Engels!

*

Video-opname van Manon Uphoff en Thomas Vaessens over het engagement in de roman.

Deze documentaire over Jean-Paul Sartre maakte deel uit van de  BBC documentaire  Human, All Too Human,  waarin het Existentialisme werd geschetst aan de hand van leven en werk van drie filosofen: Friedrich Nietzsche, Martin Heidegger, en Jean-Paul Sartre.

De documentaire begint bij de persoonlijke vaststelling van Sartre dat hij zich slecht eenmaal ‘echt vrij’ heeft gevoeld en dat was tijdens de Nazi-bezetting van Frankrijk. Daarna wordt de ontwikkeling van Sartre als schrijver en denker onderzocht en met name Sartres wisselvallige opvattingen (via Dangerous Minds.)

Biografische film uit 1998 over Maurice Blanchot, met getuigenissen van Marguerite Duras, Emmanuel Levinas en Jacques Derrida:

Dan at ik ijs voor de tv, maakte mijn huiswerk redelijk en sloop ’s avonds met mijn vaders geweer naar buiten om op de straatlantaarns te schieten. Binnen een half jaar had ik hele wijken verduisterd. Maartje Wortel leest Legende van een Zelfmoord van David Foster Wallace.

Elizabeth Taylor and David Bowie at their first meeting in Beverly Hills, 1975.  Photographs by Terry O’Neill. (glamour agogo)

De top10 Liz Taylor op Knack.

“Hollywood gomde Bricks homoseksualiteit uit. Ondanks de verminking groeide Cat on a hot tin roof uit tot een filmklassieker. Paul Newman en Elizabeth Taylor spatten van het scherm. Op het vakmanschap van regisseur Richard Brooks staat geen maat. Williams’ bijtende dialogen zijn tijdloos: “I’m not living with you! We occupy the same cage, that’s all.” (Brussel Deze Week over de Tennessee Williams-week in Cinematek)

*

*  “Ik heb een atheïstische opvoeding gehad en had, voor zover ik me kan herinneren, als volwassene nog maar eenmaal een religieuze droom. Die maakte wel grote indruk. Ik was net dood, steeg op naar de hemel, ins Blaue hinein, en ontwaarde Petrus. Alleen zijn ontblote bovenlichaam – mooie jongen trouwens – stak uit boven een spierwitte schapenwolk. Ik nam hem afwachtend op en dacht: waar moet ik heen? Hij kreeg een strakke blik en zei diepzinnig: ‘Meneer Goldschmidt, u kent de weg.’ Maar daarna heb ik nooit meer last gehad. Mijn ouders hebben hun atheïstische opvoedarbeid met succes verricht.” Tijs Goldschmidt schreef een essay voor het nieuwe nummer van De Gids met het thema ‘Na Kousbroek; Stand van de Nederlandse essayistiek’. (AB)

*  “Ik weet dat ik hun de uitkomst van het mysterie schuldig blijf, maar ze krijgen er wel iets voor in de plaats. De sleutel die ik hun aanreik is Keats’ briljante concept van ‘negative capability’ (het vermogen om in het ongewisse te verkeren, ks). Het is ook iets ultramoderns: je hoeft niet langer te begrijpen, je voelt het gewoon. Zo kun je een eenheid ervaren tussen dingen die normaal strikt gescheiden zijn. Zoals in XY de wetenschap en het geloof. In de negative capability zijn dat delen van één geheel. Wat ik er bovendien zo goed aan vind, is dat het geen religieus, maar een bij uitstek literair concept is. En aangezien ik een schrijver ben, en literatuur mijn religie is, is het fantastisch om een literaire definitie te vinden die er op een zo briljante wijze in slaagt het hoogste en meest complexe inzicht in de wereld in woorden te vatten.” Sandro Veronesi over zijn nieuwe roman XY.

*  Glag, Koekela dast, Zood Vooiig en Gruimveld: gedichten van Jaap Blonk met geluid op Raster.

*  Nog voor deze zomer wil de VRT een eigen video-applicatie voor iPad lanceren.

*  Europeana is gestart met een blog.

*

De Zweedse dichteres Cia Rinne werkte samen met fotograaf Joakim Eskildsen aan The Roma Journeys (2007, Steidl), een fotodocument over de cultuur, de taal en de levenscondities van de Roma in verschillende Europese landen (zie Kluger Hans, en ook dit bericht)

Lacan spreekt

maart 23, 2011

Dit beeldmateriaal is afkomstig van een zeldzame video van psychoanalyst Jacques Lacan terwijl hij een lezing geeft aan de Katholieke Universiteit Leuven in 1972.

Lacan was een notoir spreker/performer die steevast veel volk trok naar zijn lezingen. Zelfs op 70-jarige leeftijd heeft hij niets aan acteurskwaliteiten ingeboet. Met veel naturel last hij dramatische pauzes in, doet hij aan zelfspot en drijft hij de emotie naar een hoogtepunt.

Op 21:37 wordt hij aangevallen door een politiek activist. Het is een moment dat niet moet onderdoen voor een comedy show.

Een trouwe fan van Lacan is Slavoj Zizek. Zijn boek How to Read Lacan is gratis te lezen is op de website van Lacan samen met een  schat aan video’s over Zizek, Badiou en andere door Lacan geînspireerde denkers. (via Open Culture)

%d bloggers liken dit: