Plik (sprookje)

december 15, 2013

Ik had niets anders verwacht maar ja ik ben dan ook al 86 jaar de geheime raadsman van Plik.
Een staatsgreep is nooit gepleegd zonder mijn interessant geknik of mijn afkeurende blik, want ja Plik vroeg wel altijd mijn oprechte mening maar hij ging er niet systematisch mee aan de slag.

Er zat geen systeem in Plik. Dat maakte hem wel boeiend hoor, zolang je in leven bleef want Plik was wel de man die na een innemend lunchgesprek opeens tegen zijn lijfwacht kon zeggen: “En nu zijn kopje eraf.”
Zie je, toch wel een akelig geval, keizer Plik. Eén van de grote wonderen van dit bestaan is het feit dat ik na 86 jaar dienst nog altijd tot de levenden behoor. Anderen hadden zich in mijn plaats al lang dood gebibberd van schrik of een laf zelfmoordje gepleegd.

We zouden tot de slotsom kunnen komen dat ik alle trekken van de geboren held bezit en dat zouden we maar beter doen. Ook. Ik vond geen gepaste plaats voor het woord ‘ook’. Daarom plaatste ik het in een geïsoleerde positie. Ik hoop dat u daarmee kunt leven, met die gemakkelijkheidsoplossing. Gelukkig hoef ik deze tekst niet meer te herlezen want dan zou ik de volgende nachten wakker liggen van de juiste positionering voor ‘ook’. U kan het niets schelen, dat heb ik wel door, maar mij zou het een doorn in het oog blijven zijn. Leven. Nog zo’n woord dat ik geen deftige plaats kan toewijzen. En torso. Maar dat zijn ze dan ook, mijn solitaire woorden. Voor de rest lopen mijn zinnen naar behoren. Zeg is dat niet tenenkrullend, dat stilistische geflashback? Of hemeltergend? Ik geef toe ik heb geen inhoud. Wel heb ik sinds mijn geboorte een huidkwaal die mij kwelt.

Ik moet hier een paar punten op een paar i’s zetten. De echte kwelling begon pas rond mijn vijftiende. Meisjes. En een slechte huid hebben. Probeer die twee thema’s maar eens in een aantrekkelijke zin te krijgen. In de bossen was het altijd koel in de zomer waardoor ik er vaak vertoefde. Alleen. En met mijn jeuk. Hier riepen ze ook niet ‘Indiaan’ of ‘Lepreus’ van de overzijde van de straat. Een feit dat bijdroeg tot mijn levensvreugde. Bossen zijn privévertrekken voor asocialen en veroordeelden. Normale mensen vindt men eerder terug aan zwembaden, op terrassen en onder parasols. Waar men de torso’s ontbloot waarom niet.

Voor bomen heb ik veel respect om nog eens terug te komen op mijn bosverhaal. Ze ondergaan hun sedentaire lot met edele gelatenheid. Wie interesseert zich hier eigenlijk voor? Waarom zit ik me zo te vermoeien met een thematiek die geen hond wat kan schelen. Bomen. En dan? Huidziekten. So what? Geen succes bij de meisjes. Wie niet?

‘Zo zie ik de film voor me’, zei ik tegen Twopi die bedachtzaam in zijn expresso zat te roeren voor zover je een geconcentreerd vingerhoedje cafeïnevocht kon zitten omwoelen om je kritische bedenkingen kracht bij te zetten.

(Wordt vervolgd)

©Jan Pollet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: