“Alles was zo huiveringwekkend. Nergens een hemel en de grond was nat. Ik liep, en terwijl ik liep stelde ik mezelf de vraag of het niet beter was om mij om te draaien en weer naar huis te gaan. Maar iets onbestemds trok me aan en ik vervolgde mijn weg door al deze duistere noodlottigheid. Ik schepte genoegen in de eindeloze treurigheid die hier alom heerste. Mijn hart en fantasie sprongen open in de nevel, in de grauwheid. Alles was zo grauw. Ik bleef staan, in de ban van ’t mooie aan dit niet-mooie, betoverd door hoop te midden van deze hopeloosheid. Het leek alsof het me voortaan onmogelijk zou zijn nog maar iets te hopen. Dan leek het weer alsof er een zoet, onuitsprekelijk opwindend geluk door het treurige landschap slingerde, en ik meende geluiden te horen; maar het was helemaal stil.”

Robert Walser, Het landschap (lees het volledige kortverhaal op De Gids)

De bundel De vrouw op het balkon en andere prozastukjes bestaat uit 46 prozastukjes en is vertaald door Machteld Bokhove en uitgegeven bij Uitgeverij Parrèsia.

Advertenties

Ann Cotten: interview

oktober 24, 2013

“I can’t stand collaboration. But I am interested in other people. I just won’t work with them in an artistic manner.

And yet, I do benefit from this atmosphere – it’s easier to speak to strangers. There are a lot of possibilities, beautiful and weird young people gather together. It’s successful as well as the opposite of success.

On the other hand, there are other cities with kindred atmosphere. I found that in Naples, the Neapolitans speak with each other like trusted colleagues. It was much better there than in Berlin. Here in Berlin, the successful people keep their careers front of mind and those without success just complain.

Perhaps the openness in Berlin means that one must defend one’s self against collaboration, rather than be thankful for it. One can lose one’s self into false courtesy and moronic celebration of creativity, which makes collaborators idiotic at times.”

Ann Cotten: interview.

In de Leeswolf schreef Erwin Jans een recensie van Monomeer van Daniel Dobbelaere.

“In het erg sterke laatste gedicht van de bundel komen alle tegenstrijdige posities samen: het verlangen naar goddelijke almacht en het gebrekkige lichaam; de krioelende veelheid en het besef van verlies; woorden die zich schikken naar de maat van de gedachte en de verwulpsing. Vertelt het gedicht het proces van een radicale ontnuchtering, van een afbouw van alle illusies tot een nieuw begin van perceptie? En wat zien we dan? Wat we lezen is in elk geval intrigerende poëzie:

je bent een echte god

een schil van woorden

op maat van de gedachte

je hebt voeling met velen

door druk op  knop en taal

je voortouw is teken & lichaam

broedtegoed van passie

je krioelt van dingen:

overschakeling

wasdom

hekel

verwulpsing van verdinging

is gat in je bezwaar

je bent een kooi van verlies

in het bij-de-voet-zijn

je begin is perceptie

lichaam zonder glans

 

De volledige recensie van Erwin Jans is hier te lezen.
Meer over Monomeer hier.

De rusteloze Rimbaud

oktober 13, 2013

“Rond 15 september 1871 arriveerde de plattelander Rimbaud voor de vierde keer in zijn leven in de Franse hoofdstad waar hij zich, mede door toedoen van de persoon die hem heeft uitgenodigd, de dichter Paul Verlaine, aan wie hij dan al verschillende brieven gezonden heeft, in een leven van niets ontziende losbandigheid zou storten. Rimbaud verkeerde in een fase van zijn leven dat hij absoluut niet deugde. Hij, het onmiskenbare dichterlijke genie, gedroeg zich als een onaangepaste, opstandige, hufterige puber. Zo zorgde hij er mede voor dat het nog zo prille, maar dwaze huwelijk van de Franse dichter Paul Verlaine met de hoogzwangere Mathilde Meuté de Fleurville de eerste deuken opliep en naderhand – Verlaine was toen al vader geworden – stuurde hij er doelbewust op aan dat het op de klippen liep. Hij kaapte de echtgenoot weg van zijn jonge eega en beide dichters stortten zich in een stormachtige liefdesrelatie die, gezien het homoseksuele karakter ervan, zelfs binnen de kringen van de toenmalige Parijse bohème het nodige opzien baarde.” >> lees meer over de zwerftochten van Rimbaud op Leo Van der Sterren.

 

Een onheimelijke bijsmaak

oktober 10, 2013

Een nieuwe tekening op Toofisme.

%d bloggers liken dit: