‘We gingen eten in het restaurant’ – over ‘Het diner’ van Herman Koch (2)

augustus 20, 2013

LOURDES 2013 - black popeLourdes is een lelijk stadje. Het bestaat voor de helft uit kitscherige souvenierswinkeltjes en voor de andere helft uit onverzorgde hotels. Daarnaast beschikt de bakermat van de katholieke mirakelcultuur ook nog over twee schoenwinkels. De  etalages van beide winkels wedijveren in katholieke iconografie. Om ter stoerst en om ter saaist zijn de talloze Jezus-sandalen die de vitrines bevolken.

De breedgeriemde woestijnschoeisels stralen een indiepe tristesse uit. Met een lager zooltje, een dunner riempje en een fijner gespje zouden ze in no time aan soepelheid, ja zelfs elegantie winnen. Maar het mag niet zijn. De katholieke sandaal haalt zijn schouders op voor de West-Europese modieuze frivoliteiten.

Het is al donker als ik de smalle rue de la grotte naar beneden loop. De straat bestaat uit lage armtierige huisjes die allemaal in een café, een restaurant of een Maria-boetiek zijn omgetoverd. Non-stop nemen mensen plaats, drinken of eten wat, kuieren weer verder richting grot en basiliek. Een groepje jongeren trekt al zingend een kroegje binnen. Ze zijn goed gekleed, hun haar is netjes geknipt. Fils et filles à papa. Even later komt een Franse priester hen achterna. Hij draagt een Rayban-zonnebril op zijn voorhoofd en heeft de mouwen van zijn lange, zwarte soutane opgestroopt. ‘Bonjour Jacques’, groet de ober hem. Hij knikt beleefd terug.

Het is een merkwaardige stroom van deftige burgers en marginaal volk uit alle windstreken die zich naar het verderop gelegen bedevaartsoord begeeft. Nog een smalle straat, dan nader ik de toegangsweg naar het heiligdom. in de massa ontstaat er plots commotie. Tussen de benen van de mensen loopt een klein zwartje in bisschopstenue. Hilariteit alom. De kleine laat zich de aandacht welgevallen en rent van links naar rechts. Tussen het gelach door hoor ik het Weesgegroet in het Frans, Engels, Duits, Spaans en Nederlands reciteren.

De openingszin van Herman Kochs roman ‘Het diner’ laat me ook nu, te midden van de opgewonden menigte, niet los. Toen ik de eerste zin gelezen had legde ik het boek meteen opzij. Dat heb ik altijd als ik iets intrigerends lees, dan durf ik niet verder lezen uit angst voor een ontgoocheling. Zal de schrijver deze raadselachtige sfeer kunnen volhouden? Zo spookt het dan voortdurend door mijn hoofd. Maar wat is er zo raadselachtig aan ‘We gingen eten in het restaurant.’?  Ik vroeg het me af. De zin zette meteen een rare toon. Ook al was het op het eerste zicht een doodgewone zin van dertien in een dozijn, toch functioneerde hij als een raar soort trigger. Het meest opvallende aan de zin was het bepaald lidwoord ‘het’. Door dat banale woordje werd je als lezer van meet af aan in het complot betrokken. Het woordje ‘het’ veronderstelde dat je wist over welk restaurant het ging. Maar dat wist ik helemaal niet. Dat wist niemand.

De tweede zin zou opheldering brengen. Maar die had ik uit zelfbescherming nog niet gelezen. Het zou nog twee dagen duren voor ik het aandierf zin twee onder ogen te komen.

Wordt vervolgd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: