‘We gingen eten in het restaurant’ – Over ‘Het diner’ van Herman Koch (1)

augustus 18, 2013

bouteille_eau_de_lourdes_officielle4Voor ik u ga vertellen waarom ik ‘We gingen eten in het restaurant.‘ een tamelijk geniale openingszin vind van een tamelijk geniale Nederlandstalige roman die de Post Mortem’s en de Wij en ik’s van dit kleine taalgebied doet verbleken tot goed geprobeerde probeersels, ga ik u eerst iets anders vertellen. Over een stadje in de zuidelijke Pyreneeën namelijk waar ik niet zo lang geleden een week gelogeerd heb in een hotel met de toepasselijke naam Grand Hôtel de la Grotte.

Hoe komt het toch dat de Fransen er zo goed in slagen om hun traditie van oubollige binnenhuisarchitectuur te behoeden voor de minimalistische, strakke invloeden die, laten we wel wezen, de laatste vijftig jaar algemeen zijn doorgebroken tot in de verste uithoeken van het oude continent? Deze prangende historische kwestie welde spontaan in mij op toen ik de deur van de kamer met uitzicht op de magnifieke flanken van de Midi-Pyrénées en de wilde stroming van de oorverdovende rivier de Gave openstak.
Maar luttele seconden later herinnerde ik mij een hotelkamer in Londen en ook nog eentje in Amsterdam en de eerlijkheid gebood mij te bekennen dat ook daar hetzelfde gevoel van anachronistisch interior design mij in al zijn muffigheid tegemoet waaide. Het zal dus wel aan de Europese hotelcultuur in het algemeen liggen, besloot ik met logische gezwindheid want het was vakantie en dan leg je je graag neer bij de eerste de beste hypothese die zich aandient. Het zou ook wel kunnen dat mijn reisbudget er voor iets tussen zit, hoorde ik een hardnekkige hypothese nog ergens diep in mijn onderbewuste voorzichtig opspelen, zonder verder aan te dringen overigens want ook je onderbewuste is niet vies van een weekje lekker nietsdoen. Wat den psychoanalist ook moge beweren, op vakantie vallen uw somberste kronkels, uw diepste tics en uw taaiste ergernissen in de neutraalstand. Een weeklang ben Je de aangenaamste, begripvolste vertegenwoordiger van het menselijk ras. Niets kan uw überpositieve kijk op het leven in gevaar brengen. Geen mens kan uw weerzin of haat doen opflakkeren met domme uitspraken en fanatieke heldenpraat.

Toen ik in mijn valies op zoek ging naar het boek dat ik nu al vijf jaar van plan was te lezen, hoorde ik opeens ergens dichtbij een grote menigte het ‘Ave Maria’ aanheffen. Zoals ik al zei, niets kon mijn positivo-stemming drukken, dus ook niet deze collectieve Maria-gezangen die uit het dal opstegen en mij in een flits terugkatapulteerden naar veertig jaar geleden. Maria vond ik van alle religieuze personages altijd de meest menselijke en de minst dramatische. Ik mocht Maria wel en ik vroeg me nu af of ze die massale verafgoding eigenlijk wel fijn vond. Maria was zoals alle moeders: to the point, zonder veel woorden en kost wat kost van plan met de beschikbare ingrediënten iets van het leven te bakken. Moeders, managers van de werkelijkheid, van het leven zoals het is.

Ha!, Eindelijk! Daar was ie, ‘Het diner‘ van Herman Koch.Ik ging op het kleine terras staan waar de Ave Maria’s bijna het geraas van de helgroene bergrivier overstemden en las de eerste zin van Kochs bestseller.

Wordt vervolgd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: