” Ik ben vaak aanwezig bij boekpresentaties. Een BV houdt een laudatio, een soapacteur leest een stukje voor en de boekhandelaar nodigt vervolgens iedereen uit op een hap en een slok en zegt tot slot dat de auteur signeert. Mooie verkoop, iedereen tevreden. Korte tijd later vraag ik aan de boekhandelaar hoeveel exemplaren hij sinds de doop verkocht heeft. Zijn antwoord bestaat negen op de tien keer uit één woord: Nul! Gelukkig heeft hij recht van retour. De retours kom je een maand later tegen bij de ramsjer. Zelfs hij raakt ze niet kwijt.”  Guido Lauwaert in het Salon van Sisyphus.

Advertenties

“Om in het overwegend seksueel getinte idioom en beeldgebruik van Pfeijffer te blijven: ik vrij liever een frigide freule op, die de belofte inhoudt mijn verlangen te vervullen (ook al weet ik dat het onvervulbaar is), dan dat ik de wijdbeens lig­gende del neuk die die belofte niet eens in zich draagt.”

Patrick Peeters ziet Pfeijffers pleidooi voor moeilijke, onbegrijpelijke en onverstaanbare poëzie, duidelijk niet echt zitten. Over Pfeijffers Het geheim van het vermoorde geneuzel. Een poëtica uit Yang 2003.

Nederland schreift

oktober 31, 2011

“Op Brieven uit Mosanje, weblog van Wiel Kusters, las ik een voor alle betrokkenen pijnlijk stukje over de ‘lofrede’ die Ronald Giphart afleverde voor de CPNB-uitgave van Het leven is vurrukkulluk. ‘Een ongeïnspireerd woordje vooraf, dat bij Camperts roman,’ aldus Kusters, ‘zelfs als nawoord had misstaan.’
Welnu, in de scholiereneditie vormt dat tekstje van Giphart precies het nawoord.
Uitstekend lesmateriaal: amper vier pagina’s vol stilistische fouten en onhandigheden. Daar kunnen scholieren lekker mee aan de gang, dunkt me.”
Enkele voorbeelden op het blog van Huub Beurskens.

Op Raster in een vertaling van Huub Beurskens. Lees ook de inleiding van Beurskens die als volgt begint:

“Het werk van Gottfried Benn is in Nederland nooit of nauwelijks ter sprake gekomen en dat terwijl zijn naam door de meeste grote literatuurhistorici van de moderne tijd toch op zijn minst bekend verondersteld wordt. De enige schrijver in ons taalgebied die zich met Benns oeuvre, maar dan ook meteen op een bijzonder intensieve manier, heeft ingelaten, is de Vlaming Willy Roggeman. Maar bijna vanzelfsprekend is ook Roggeman op zijn beurt hier amper bekend.”

“Met het vallen van de blaren schuiven belezen Vlamingen weer in dichte drommen naar Antwerp Expo om nog slimmer, nog meer belezen te worden, en een glimp op te vangen van hun schrijvende halfgoden die zich voor één keer tussen de meute begeven. Hoewel er overal ter wereld boekenbeurzen plaatsvinden –denk aan de fameuze beurs van Peking, waar ons aller David Van Reybrouck zo opgetogen over was ondanks het toegangsverbod voor dissidente schrijvers-, zie ik die Antwerpse beurs toch als een typisch Vlaams kuddefenomeen, een teken van volgzaamheid en conformisme.”

Op Alphavillle houdt Johan Sanctorum een fascinerend ‘pleidooi voor ontlettering‘ onder het motto ‘Boek.0.’ In zijn typische provocerende stijl hekelt Sancturom het boek als een relict uit een voorgoed voorbije tijd, de tijd dat religieuze dogma’s het voor het zeggen hadden. Met de algemene verspreiding van het internet is een nieuwe leescultuur ingezet:

“De zogezegde verloedering van de taal bij de jeugd, via het chatten en SMS-en, zou men als een spontane deconstructie kunnen opvatten van een literair kolonisatieproject dat ergens bij Gutenberg begon. De “domheid” is niet dom, ze is vooral een weigering om de tekst te accepteren zoals hij er staat. Men kan verontwaardigd zijn over van alles en nog wat, maar in laatste instantie moet de taal heruit gevonden worden, en dient de tekst “ontlezen”. Onbegrip, vervorming, analfabetisme, dislexie, dialect, allerlei niet-reguliere idiomen, taalfouten: tegelijk is het zich uitschrijven,- uit de monotheïstische bijbelcultuur die ons nog steeds domineert.

Het internet is een nuttig middel (maar meer ook niet) om dat tweevoudig proces van het ontlezen en het uitschrijven te faciliteren. Alleen het dagboek zou deze boekenverbranding kunnen overleven, als een neerslag van het persoonlijk geheugen, waar geen lezer zaken mee heeft, tenzij, op zeldzame “uitgelezen momenten”, een zielsverwant, en daar is geen boekdrukkunst of boekenbeurs voor nodig.

Met de verdwijning van het boek, als fetisj en cultuurobject, verdwijnt ook de klassieke school (schola, scholastiek: ook die is theologisch), en wenkt een nieuw bestaan van de buitenstaander, dilletant, analfabeet, dagboekschrijver, zondagsschilder, dienstweigeraar, maker van onbestaande kunstwerken, reiziger, grensbewoner. Dit gaat over nieuwe naaktheid, naïviteit en levenslang beginnen. Domweg. “

Op Alphavillle (met een filmpje ‘Twenty ways religious cults misread the bible‘)

Johan Sanctorum roerde zich onlangs ook al op Alphavillle naar aanleiding van de Beyoncé-Rosas kwestie.

Neil Youngs Bridge School benefiet concert met Arcade Fire, Mumford & Sons, Dave Matthews, Devendra Banhart, Eddie Vedder and Beck. Bridge School is een school voor gehandicapte kinderen in de Verenigde Staten.(via Dangerous Minds)

“Het communisme is hot in de eerste twee decennia van de eenentwintigste eeuw. Maar toen Badiou zijn boekje [D’un désastre obscur] schreef zaten we nog midden in de democratische anti-essentialistische ‘revolutie’ van het vrije marktdenken, ronkend aangekondigd door Francis Fukuyama. De reacties op Fukuyama werden in de theory van de jaren 90 volledig gedomineerd door het deconstructiedenken van Jacques Derrida.” >>  Matthijs Ponte blikt terug op de jaren ’90. In nY.

%d bloggers liken dit: