Een vreemd essay en een bizarre poëziebloemlezing

september 11, 2011

Op De wereld morgen is een essay te lezen van Thierry Deleu met als titel Vlaamse poëzie na 1975 – Een andere bedding?  De precieze beweegredenen voor het schrijven van dit ultrakorte historische overzicht van de naoorlogse Vlaamse poëzie zijn niet echt duidelijk. Is het een reactie op de traditionele literatuurgeschiedenis? Misschien. De auteur geeft in het begin aan dat hij  “(…) niet wil vervallen in een opsomming van stromingen die elkaar aflossen met als cesuur het publicatiejaar van een bundel. Ik heb vermeden om te veel nadruk te leggen op scholen en -ismen.”
Toch komt Deleu, na een snelle typering van de jaren 50, 60, 70 en 80 tot de volgende conclusie:

“De Vlaamse poëzie is als een fluctuatie, een opeenvolging van stromingen. Het experiment van de jaren 50 werd afgewisseld door het neorealisme van de jaren 60 en de romantiek van de jaren 70. De postmoderne poëzie in de jaren 80 vormt het laatste moment van een uitdrukkelijk geëxpliciteerde poëzie (Philip Hoorne, Bernard Dewulf, Charles Ducal, Erik Spinoy). De periode daarna wordt gekenmerkt door een naast elkaar bestaan van verschillende soorten van poëzie.”

Aan het eind van het essay blijkt het Deleu vooral te doen te zijn om een persoonlijke bloemlezing van de Vlaamse poëzie af te leveren. Hij zet daarbij zijn criteria uiteen:

“Welke criteria heb ik aangelegd om ‘mijn’ dichters te kiezen? Moeilijke vraag, of beter: het antwoord zal altijd controversieel zijn.

Waarvoor val ik niet? Voor retorische gezwollenheid of sentimentaliteit.

Ik heb een voorkeur voor aansprekende, hartstochtelijke poëzie. Gedichten moeten een zeker ritme hebben, een metrum, ze moeten klinken en de woorden moeten esthetisch en inhoudelijk smaken en interpretatie toelaten. Poëzie mag zich niet reduceren tot betekenisloos brommen van klank en ritme. Poëzie kan zich wel laven aan de muziek, het muzikale ritme en de klankstructuur van de taal.

De grote kracht van een goede dichter is zijn empathie. Poëzie is ook woordkunst, een in het metafysische geankerd spel.”

Daarop volgt een opsomming van namen, want dat blijkt de bloemlezing te zijn: een namenbloemlezing.  Zou het, zo moest ik opeens denken, hier niet gewoon gaan om een zeer persoonlijke en verlate reactie op deze ophefmakende anthologie van destijds?

3 Responses to “Een vreemd essay en een bizarre poëziebloemlezing”


  1. Philip Hoorne???? Ik had op die plaats een andere naam verwacht.

  2. jjpollet Says:

    zoals ik al zei: een vreemd essay en een bizarre poëziebloemlezing

  3. Jan Vandenberghe Says:

    De schitterende dichter Philip Hoorne debuteerde pas aan het begin van de 21ste eeuw.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: