De vloek van de zelfexpressie: Marjorie Perloff over conceptuele poëzie

augustus 17, 2011

Towards a conceptual lyric‘ is de titel van een lang essay van Marjorie Perloff op Jacket2 naar aanleiding van de recente poëzie-workshop voor jongeren op het Witte Huis onder het welziend oog van Michelle Obama (zie dit bericht). De aanwezige dichters waren de voormalige poet laureates Rita Dove en Billy Collins, de conceptuele hardliner Kenneth Goldsmith en de Fluxus performance kunstenares Alison Knowles. Een opvallende keuze en dan hebben we het hier vooral over Goldsmith en Knowles die niet alleen in scherp contrast staan met de traditionelere poet laureates maar evenzeer met de zeven jongeren die aan het begin van de avond hun ‘verzen’ mochten voorlezen. Perloff heeft niet veel op met die prille ontboezemingen en de reden is vooral omdat de authenticiteit, de zelfexpressie voorrang heeft op de taal.

“Language, in these instances, is regarded as a kind of afterthought or additive: first come the feelings to be embodied in words and only then does word choice kick in, designed to make the resulting discourse appear “poetic.”

Geen wonder, aldus Perloff, dat het lezen van poëzie zo fel achteruit is gegaan en ze wijst daarbij vooral met de vinger naar het onderwijs. Voorgaande is een kort opstapje naar een langere beschouwing over conceptuele poëzie als reactie op de oude opvatting als zou poëzie een uitdrukking van gevoelens, de fameuze ‘zelfexpressie’ zijn. Ze begint met een leuke anekdote waaruit blijkt dat alles draait om taal:

“When, as the famous anecdote has it, the painter Degas told the poet Mallarmé that he had good ideas for poems but couldn’t find the right words, the latter responded, “It is not with ideas, my dear Degas, that one makes poems. It is with words.” This is neither sophistry nor an unusual doctrine of poetry; it is the recognition that, as Wittgenstein put it, “The limits of language mean the limits of my world,” or “Language is not contiguous to anything else.” Those mysterious feelings and ideas the young poets are told to “express” are not there till they are materialized. As Robert Smithson puts it in a quip cited by Craig Dworkin in “The Fate of Echo,” his preface to Against Expression: An Anthology of Conceptual Writing (edited with Kenneth Goldsmith): “my sense of language is that it is matter and not ideas — i.e., ‘printed matter.’” And the paradox that both editors pinpoint in their respective prefaces to the anthology is that, in the digital age, the best words for a given occasion may well not be one’s own at all.”

Aan de hand van het manifest van Kenneth Goldsmith en de minimalistische gedichtjes uit Motes van Craig Dworkin trekt Perloff parallellen met de conceptuele kunst en de muziek die veel vroeger begon en intussen al een gecanoniseerde kunststroming is.

De conceptuele poëzie daarentegen heeft het veel moeilijker om algemeen aanvaard te worden De associatieve maar wel aan regels onderworpen lyriek van Motes heeft nochtans wel navolging gevonden bij enkele jongere dichters:

The free-associative and yet rule-generated lyric of Motes is part of a new congerie of conceptual lyrics younger poets are producing. A great venue has been the Ugly Duckling Presse in Brooklyn, most of whose books are individually designed little pamphlets with artful paper covers and innovative typography. Consider Uljana Wolf’s False Friends (Falsche Freunde). Wolf is a young poet from Berlin who lives in the US with her American husband, poet Christian Hawkey, whose own Ventrakl (another Ugly Duckling book) is an elaborate serial poem on the nature of translation.

Perloff besluit haar essay met een korte beschouwing over de Zweedse dichteres Cia Rinne die zoals bijvoorbeeld in Notes moeiteloos met verschillende talen aan de slag gaat en zowel visuele als muzikale elementen introduceert.

“Toch is het zo”, aldus Perloff, “dat de poëzie van Dworkin of Wolf of Rinne evengoed perfect traditioneel is. Het ‘lijkt’ alleen maar nieuw omdat in het begin van deze eenentwintigste eeuw de gelijkschakeling van poëzie met zelfexpressie zo de norm is geworden.” en ze besluit met een fragmentje uit “notes for censorship” van Cia Rinne:

cut out from books
important words
destroy the book.
(diagonal reading)

And then

someone will notice

Lees het essay op Jacket2.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: