Bovenstaande opera is een merkwaardig Engels/Chinees vertaalproject van de Amerikaanse literatuurprofessor Jonathan Stalling. De naam van de opera alleen al is een bizarre vondst: als je  Yíngelìshi (spreek uit yeen guh lee shr) luidop zegt klinkt het als het woord ‘English’ uitgesproken met een accent;  voor de Chinese lezer daarentegen staan de Chinese karakters voor “recitatieve liederen, mooie poëzie”. Deze variatie van het Engels, door Stalling “Sinophonic English” genoemd, is een wijd verspreide combinatie van de twee dominante wereldtalen: Mandarijns Chinees en Engels.  Deze hybride variant van het Engels wordt door zo’n 350 miljoen Engelssprekenden in China gebruikt.

Stalling herschreef een banaal Engels leerboek in Sinophonic English. Marjorie Perloff zei hierover: “Twee schijnbaar onverwante talen gaan een interactie aan, stellen elkaar in vraag en creeëren een soundscape zonder weerga in de hedendaagse poëzie.  De  “Yingeleshi” textuur (een versmelting  van Engelse woorden, Chinese calligrafie en instrumentele begeleiding) veroorzaakt een totaal nieuwe ervaring bij de lezer, wat misschien een idee zou kunnen geven van hoe echte globale poëzie er  zou kunnen uitzien.”

De website van Yíngelìshi – Het boek YINGELISHI: SINOPHONIC ENGLISH POETRY AND POETICS
van Jonathan Stalling  $15.95, 100 pgs is hier te bestellen.

’t Er viel ‘ne keer

augustus 31, 2011

Actrice Marijke Pinoy leest Gezelles ’t Er viel ‘ne keer in ’t plat West-Vlaams. De video is te bekijken op de site van het Poëziecentrum.

 

 

Het prachtige  cultuur- en kunstmagazine Triple Canopy bestaat sinds 2008 en is aan zijn 13e nummer toe. Het online kunst- en cultuurblad heeft vanaf september dit jaar ook een vaste stek in Brooklyn: een voormalige opslagplaats waar lezingen en performances zullen doorgaan.

Triple Canopy was vanaf het begin een professioneel vormgegeven kwaliteitsmagazine met schrijvers en artistieke redacteuren van Harper’s en Artforum. De artikels zijn scherp van toon en stevig  onderbouwd.  De oprichters haalden hun inspiratie uit experimentele publicties zoals Aspen, een kortstondig multimedia magazine uit de jaren ’60 dat geleverd werd in een doos en grootheden als Andy Warhol en Roland Barthes onder hun medewerkers telden. Net als Aspen, richt Triple Canopy zijn pijlen op weerbarstige culturele onderwerpen.

Online brak het met het traditionele Web design; je scrolt niet meer naar beneden maar van links naar rechts, wat het geheel een strakke indruk geeft. “Bovendien schreeuwt die vormgeving ook uit dat je aan het lezen bent en niet zomaar wat aan het surfen bent”, zegt één van de redacteurs.

Met de groeiende populariteit van sites als  Longreads.com  (langere teksten) en Instapaper (een tool om ‘nog te lezen’ stukken op internet op te slaan) lijkt het oorspronkelijke concept van Triple Canopy: “slowing down the Internet” van vooruitziendheid te getuigen.

In het huidige nummer staat onder anderen een bijdrage David Levine (foto), een Amerikaanse kunstenaar en familie van wijlen Rothko. Daarin doet hij verslag van het gevecht om de nalatenschap van Rothko, een zaak die destijds breed werd uitgesmeerd in de pers en zelfs stof vormde voor de romantische film “Legal Eagles,” uit 1986 met Robert Redford en Debra Winger.  Hier te lezen.  (via de New York Times)

“Het gebeurt niet elke dag dat een journalist deel wordt van een kunstwerk.  In een bui van autobiografische fixatie verkocht Christian Boltanski enkele jaren geleden de rechten op zijn privéleven aan een rijke verzamelaar die camera’s   installeerde die 24/7 life opnames maakten in zijn studio bezuiden Parijs.  Deze tapes zullen deel van een groots onthullend document worden dat de eenvoudige titel draagt: The Life of C.B.  Een zich van geen kwaad bewuste Amerikaanse journalist ging er een interview opnemen… vlak nadat Boltanski een Franse Tv-ploeg de deur had gewezen omdat ze hem teveel wilden verheerlijken met hun multi-camera-aanpak.  Boltanksi begon het interview dus met een slecht humeur maar gaandeweg klaarde hij op en werd hij vrolijk en uitbundig” (De Amerikaanse documentairemaker Michael Kurcfeld op The Huffington Post)

Een verslag van de ‘Literaire wake Herman J. Claeys (1935-2009) ‘, georganiseerd door Jan van Veen van Pipelines vzw, Michaël Vandebril van Antwerpen Boekenstad en de Antwerpse Stadsdichter  Peter Holvoet-Hanssen:

“Remco Campert doolde in de sixties door Antwerpen. Ik schonk hem als barman in het verdwenen Pannenhuis op het plein vele pinten in. De nu 82-jarige kwam een hoogwaardige bibliofiele bundel voorstellen met als titel ‘Meisjes van Plezier’. Met kleurenlitho’s van Ysbrant, nog zo’n onverslijtbare. De prijs van dit kleinood op negentig exemplaren is 350 euro. Een koopje.

Van de anarchistische zwerver Herman J. Claeys werden in het Letterenhuis vijf prachtig vormgegeven gedichten aangeboden. Op postkaartformaat in een envelopje tegen 3 euro. Ook een koopje. Uit lood gezet en met de hand gedrukt door Margedrukkerij De Kobold, in een oplage van 200 exemplaren. De meest luxueuze uitgave van werk van deze ‘stratier’ ooit.”

Op De Wereld Morgen. http://www.dewereldmorgen.be/foto/2011/08/29/straathond-herman-j-claeys-gehuldigd

Uw aandacht voor een [ingezonden bericht]:

“Maanden geleden verscheen op het internet het bericht dat Ben Klein (1929), experimenteel dichter, zou zijn overleden. Betrokkene wenst dit met klem te ontkennen. Om deze kwakkel te ontkrachten en twijfelaars te overtuigen heeft Ben Klein teksten bijeen gebracht op een blog. Met dank aan Britta Derache en Francis De Preter.”

Een bericht dat we dus moeten interpreteren als: “Ik heb een blog dus ik besta.”

Het blog van Klein – reine poHesie, action-poetry – staat hier.

%d bloggers liken dit: