“Ik werd erop gewezen dat Jeroen Mettes zelf de lege post/bladzijde van donderdag 21 september in het leven riep, om het paradoxaal en ietwat insolent uit te drukken, waarmee de onbeschrevenheid ervan een laatste bericht en statement is. Hij wilde ons niets meer laten weten, dat wil zeggen, hij wilde ons laten weten ons niets meer te zullen laten weten. Onthutsende vraag: Het dus géén (laatste) roep om hulp?”, begint Beurskens aflevering 6 over het Nagelaten werk van Jeroen Mettes.  Deze bijdrage verkent de thematiek zelfmoord, dood en taal aan de hand van het requiemgedicht van Rilke,  teksten van Jean Améry en Wittgenstein, Witold Gombrowicz, Hermann Burgers Tractatus logico-suicidalis en Maurice Blanchots Littérature et le droit à la mort. Lees de beschouwing bij Beurskens.

Meer Mettes.

Het nieuwe  digitaal platform voor cultuurkritiek en multimedialiteratuur – Alphaville – is een virtueel feit. Het is een initiatief van Elke van Campenhout, Serge Delbruyère, Jess De Gruyter, Tim Lebacq, Alain Pringels en Dirk van Bastelaere en is ingebed in een tot bloei te brengen gemeenschapspraxis.

Er zijn drie rooms:

  • COLLABS

Een zone voor collectieve essayistiek. Een ruimte waar de notie van de traditionele auteur aan de tand wordt gevoeld en de maat van het collectief wordt genomen.

  • GLOSS

Een zone voor collectieve kritiek op / annotaties bij relevante teksten.  Een te becommentariëren tekst kan vele vormen aannemen, van traktaat tot tweet.

  • REELS

Een zone voor beeldmateriaal met discursief potentieel.

Er valt veel te verkennen, te reageren en te annoteren in dit labyrintisch platform. Lukraak voor u uitgeplukt:

In de Reels-zone kwam ik terecht bij een post van Dirk Van Bastelaere  over politieke gedichten die sinds begin maart 2011 als videofragment op de site van ‘Die Zeit’ gepubliceerd worden.

In de Gloss-zone las ik dit:

“Met ‘Pleidooi voor een nieuw kunstbegrip’ manifest, bekritiseerden vier Nederlandse componisten – onder wie Samuel Vriezen en Rosalie Hirs – het kunstbegrip van beleidsmakers en kunstmanagers, die de laatste jaren namens kunstenaars zouden zijn gaan spreken. ‘Met de ongetwijfeld beste bedoelingen spreekt deze managerselite een taal die intussen het kunstbegrip zelf steeds verder aantast en uitholt,’ schrijven ze. ‘Al jaren vergiftigt dit jargon het spreken over kunst in het publieke debat’. Een clash tussen apparatsjiks, pr-lui, neoliberale managers en de onaantastbare, autonome kunstenaar? Of de doxa reloaded? ‘Pleidooi voor een nieuw kunstbegrip’ was bedoeld als een heus manifest, meer dan honderd jaar na het eerste ‘Futuristisch manifest‘ (1909). Het is weer eens wat anders. Alphavillle biedt u de kans om deze tekst te analyseren, amenderen, bekritiseren en situeren. Dat kan hier, in de glosszone, (…)”  …  daar dus.

In de Collabs-zone: een begintekst over ‘infra-mince’ als het verschil tussen moule en afgietsel, naar een theorie van Duchamp en blijkbaar ook toepasbaar op Jan Cremer en Sophie Loren….

…. en in dezelfde zone een poging tot herformulering van het begrip E-literatuur “als vector, die naast een numerieke grootheid (de optelsom van haar al te eenduidige formele kenmerken) ook een richting markeert. E-literatuur als escape velocity van een discours dat zich onttrekt aan traditionele opvattingen omtrent auteurschap, productiewijze, distributie.”

Maar maak vooral uw eigen citytrip in Alphaville.

Met twee nieuwe gedichten: De file  en   Ars poetica voor een blondje.

… tijdens het felix poetry festival van vorige week. Interviews met Menno Wigman, Bart Meuleman, Johan De Boose en Ellen Deckwitz die een instant gedicht brengt rond het thema ‘behaarde rug’.

… en Knack over het Felix Poetry Festival: “Wat Vinkenoog van dit gezapige feestje zou vinden, laten we in het midden. Maar voor het overige kan curator Maarten Inghels op zijn beide oren slapen. De dauphin van de Vlaamse dichters is er toch maar weer in geslaagd om een verdienstelijk festivalletje bijeen te cureren. Meer moet dat soms niet zijn.”

Emigreer is nie vir sissies nie.met die woorden begon Schaffer begin dit jaar zijn afscheidsbrief aan Nederland. Intussen blogt hij geregeld op Tirade over zijn ‘nieuwe’ werk en woonplaats.

Vanavond is deel twee van De Avonden op de VPRO aan Schaffer gewijd:  “Boemelen tussen Kaapstad en Stellenbosch. Een documentaire. Alfred Schaffer is na zes jaar weer terug in Zuid-Afrika, geremigreerd, en reist dagelijks met de trein tussen Sea Point (Kaapstad) en Stellenbosch, waar hij doceert aan de universiteit. Ondertussen vraagt hij zich af: wat doe ik hier, wat voor land is Zuid-Afrika nu, en zal ik hier weer thuis geraken.” (zie hier voor het programma)

Piero Manzoni, Merda d’artista (1961) – 10 andere voorbeelden van kunstenaars die met hun lichaamssappen aan de slag gingen op Flavorwire.

*

“Het lezen van een tekst zonder interpunctie vergt meer concentratie. En het is die concentratie waar ik op uit ben. Ik wil de lectuur vertragen. Poëzie is gebaat bij slow reading.”  (Pfeijffer over interpunctie)

*

“My psychoanalytical friends are always telling me that we once needed classical therapy to free us from internalised repression so we could do it. But today you feel guilty if you do not have wide-ranging sexual desire and experience. Once enjoyment becomes permitted it slides imperceptibly toward the obligatory. You have to do it and you have to enjoy it. Think about extremely hedonistic gay communities in America: life there is totally regimented. They eat the same food, take vitamins, watch the same films. We live in a permissive society but the price we pay is that there never was so much anxiety, depression, impotence and frigidity.”  (Slavoj Žižek over het verplichte nummertje en andere grappige dingen op The Telegraph.)

*

Delphine Lecompte zoekt God.

*

De oorsprong van het begin

*

Lucas Hüsgen blogt.

*

‘Sletje van me en 7 andere van 500 microficties van Régis Jauffret

*

%d bloggers liken dit: