Erik Lindner op De Groene Amsterdammer:

“Lieke Marsman won van de klassiek-lyrische bundel Meisje dat ik nog moet van Y.M. Dangre, die de voorkeur genoot van Piet Gerbrandy. Ze won van ik en mijn mensen van Dennis Gaens en Als Mozes had doorgevraagd van Marjolijn van Heemstra, die met behulp van een zwik BN’ers als online bundel te beluisteren valt. Lieke Marsman debuteerde in het tijdschrift Tirade. Ze bewandelde de klassieke weg en belandde bij de uitgever van dat tijdschrift. Er is een verschil tussen de tijdschriftpublicaties en de bundel. Het lijkt alsof Marsman iets persoonlijker en spontaner heeft willen schrijven dan hoe ze aanvankelijk begon. Haar introspectie is wat afstandelijk, wel is ze duidelijk de debutant die het meest in haar mars heeft. Wat in haar werk aanspreekt, is een koppeling van ernst en eigenwijsheid.”

Lees verder op de Groene Amsterdammer (in hetzelfde stuk ook een bespreking van het jongste Parmentiernummer)

Een overzicht van alle besprekingen van Marsmans bundel staan in dit verzamelbericht.

Beurskens over de haarscherpe lijn tussen intellect en domheid:

“Elders [bij dit bericht – JP] liet Samuel Vriezen dan weten: ‘Hopelijk gaat Beurskens ook nog iets leuks schrijven over p. 196 en 197. Ironisch is alvast dat Beurskens de daar door Mettes gesignaleerde “ik ben ook maar een boerenlul”-retoriek ook in dit stukje toepast.’

Bij genoemde pagina’s ben ik nu dus met mijn lectuur van Weerstandsbeleid aangekomen. Daar reageert Jeroen Mettes op een bespreking door mij van Dirk van Bastelaere’s De voorbode van iets groots in de Standaard der Letteren. Ik herinner me dat ik het schrijven van die recensie moeilijk vond, of niet zozeer het schrijven op zich, maar het uit handen geven van de uitkomst ervan. Ik heb een groter wantrouwen jegens en minder belangstelling voor een dichter die niet over zijn métier (en impliciet in zijn poëzie) wenst te reflecteren en die louter wedt op bevleugeling en de gunst der windgoden, dan jegens/voor bijvoorbeeld een zogenaamde poeta doctus. Ik was en ben ervan overtuigd dat Van Bastelaere veel intelligents en dus zinnigs te melden heeft aangaande poëzie (en literair- en cultuurpolitieke strategieën). Met een recensie zou ik graag lezers ervan overtuigen dat er bij poëzie van dichters van het type Van Bastelaere meer te halen valt dan bij de troostrijke, even invoelbare als invoelzame gedichten van het merendeel der poëten. Echter zo gauw de theorie eigenlijk geen schijnprobleem meer voor de dichter is (die zich namelijk voor zijn theorie slechts interesseert in zoverre ze in zijn kraam te pas kan komen), maar zijn poëzie een voorwendsel voor de theoreticus is, ben ik graag van de straat of van het platteland.”
Lees “Boerenlullenretoriek – Mettes 4”

De Italiaanse experimentele componist Luciano Berio (1925 – 2003) baseerde zich voor één van zijn elektronische bandrecorderstukken Thema op het hoofdstuk “Sirens” uit Ulysses. Het stuk begint simpelweg  met Berio’s vrouw Cathy Berberian die de openingstekst uit “Sirens” voorleest.  Zo eindigen we Bloomsday  – 16 juni -op een muzikale noot (via Alex Ross)

De onbegrensde ruimte
De verdwijning van de auteur
De sociale sculptuur
Contaminatie
Genot
Kriticiteit of Krititude (met dank aan Frank Keizer) als vertaling voor criticité
Afscheid van de vaderfiguur
Bye bye Daddy Cool.

De ingrediënten van het internetproject Alphaville –  op 21 juni online. (zie ook dit bericht)

Erik Lindner van het kersverse tijdschrift Terras na de aankondiging van de subsidiestop voor literaire tijdschriften:

„Crisistijd vraagt om militante initiatieven. Terras wordt uitgegeven bij stichting Perdu, en niet bij een uitgeverij, waar je al snel in een verdomhoekje terecht komt. Wanneer de subsidie verdwijnt, moet je andere wegen zoeken. Terras wil voorbij het hokje van de literatuur kijken naar kunstuitingen met een literaire waarde en plaatst op de website terrasterras.nl ook films. De twee papieren nummers die wij per jaar willen maken, die komen er.”

Redactiesecretaris van het oudst lopende tijdschrift De Gids, Esther Wils:

„Wij zetten ons al langer in voor het vinden van sponsoren en mecenassen. Dat is voor een deel gelukt. Zo heeft de Turing Foundation tijdelijk de poëziepagina’s geadopteerd en werd de Gidslezing door het SNS Reaal Fonds bekostigd. We zijn dus op de goede weg. Maar we kunnen nog niet op eigen benen staan. Zijlstra’s aankondiging zorgt dus wel voor onrust.”

Meer op NRC.

“It was when I was invited to review in the same article a translation of Hugo Claus’s Wonder (1962) alongside Per Petterson’s Out Stealing Horses (2003), and Gerbrand Bakker’s The Twin (2006) that it occurred to me that over the forty years between Claus and the others an important change had occurred. These more recent novels had, yes, been translated, from Norwegian and Dutch into English, but it was nothing like the far more arduous task of translating Claus and many of his peers. Rather, it seemed that the contemporary writers had already performed a translation within their own languages; they had discovered a lingua franca within their own vernacular, a particular straightforwardness, an agreed order for saying things and perceiving and reporting experience, that made translation easier and more effective. One might call it a simplification, or one might call it an alignment in different languages to an agreed way of going about things. Naturally, there was an impoverishment. Neither of these authors have the mad fertility of Claus; but there was also a huge gain in communicability, particularly in translation where the rhythm of delivery and the immediacy of expression were free from any sense of obstacle.”

Tim Parks met een tot nadenken stemmende observatie in de New York Review of books.

On Kawara, Oct.31, 1971 (uit de collectie Daled)

Het Museum of Modern Art in New York (MoMA), koopt de collectie van de Brusselse verzamelaars Herman en Nicole Daled. Het gaat om 223 werken van topnamen als Daniel Buren, James Lee Byars, Dan Graham en Sol LeWitt. Ook een unieke groep van zestig werken van de Brusselse wereldkunstenaar Marcel Broodthaers behoort tot de collectie. (BDW)

*

8 ways to celebrate James Joyce and Bloomsday – 16 juni 1904.

*

Dichtregels plakken op vuilniswagens is een aardige traditie bij Poetry. De avond begon met de onthulling van een dichtregel van Frans Vogel op een veegwagen die bij de schouwburg kwam voorrijden: „Jong begeerd, oud afgedaan.” Die regel kwam uit een gedicht dat zich nadrukkelijk richtte op de inhoud van vuilniswagens, en dat afsloot met een voor Vogel kenmerkend: „Gas d’rop en karren maar.” (NRC)

*

Willem Groenewegen over het vertalen van Jacob Groot.

*

Van Reybrouck gaat nog eens de collectieve toer op: facebookpoëzie

*

Alan Clarke – Elephant:  39 minuten film zonder woorden op Kluger Hans.

*

Een associatieve reis gebaseerd op een aantal kerngedichten en informele ontmoetingen met de Poolse dichteres Wislawa Szymborska. De documentaire is tevens een reis door Polen; in haar gedichten geeft ze op zeer persoonlijke wijze commentaar op de Poolse geschiedenis. Toen ze in 1996 de Nobelprijs voor de literatuur kreeg, werd ze overdonderd door de aandacht en publiciteit die dit met zich meebracht. Szymborska leeft sindsdien in afzondering en deze documentaire biedt een unieke inkijk in haar leven en werk.  (Te bekijken op Holland Doc)

*

David Lynch gaat een nachtclub openen in Parijs Club Silencio naar de gelijknamige club uit Mulholland Drive.

*

Nachtboek van Jan Fabre, deel 1:

%d bloggers liken dit: