… en zijn bevindingen leveren geen Hema-rookworstkost op:

“Het is boeiend om te lezen wat Mettes over ‘ontroering’ schrijft. ‘Ont-roering,’ zo besluit hij zijn excursie, ‘betekent steeds opnieuw beginnen met roeren, de beweging nooit volledig voltrekken tot in het zwarte gat van de absolute subjectiviteit (…).’ Terecht komt hij in het verweer tegen de opvatting dat dichters niet intelligent, belezen en ook theoretisch onderleg mogen zijn: ‘Geen enkele serieuze dichter is er op uit een theorie te illustreren, maar wie principieel elke reflectie over het eigen vak afwijst, loopt het gevaar voortdurend dezelfde onbewuste theorie te illustreren.’ Hij zet zich af tegen het vergelijken van de dichtersblik met de kinderblik, volgens hem de basis van ‘de dominante poëtica van de meest gerespecteerde Nederlandse poëzie (…): Michel, Duinker…’ Dat maakt me alvast zeer nieuwsgierig naar een van de essays in het laatste part van het boek, waarin hij zich, zo te zien, bezighoudt met poëzie van Duinker. Mettes laat zien dat hij kan zien en horen wat rijm en ritme kunnen betekenen en veroorzaken. Hij toont op even ironische als vrij simpele wijze op grond van welke regels je een herkenbaar en troostrijk gedicht kunt maken, dat wil zeggen, poëzie die het goed doet.”

Lees verder op het blog van Beurskens.  (zie ook dit bericht)

“Ten uwen gerieve een kort overzicht van wat ik tot nog toe aan gedichten publiceerde.
Vier bundels. Zonder vorm van proces, Een huis dat tussen nacht en morgen staat, Tancredo infrasonic en De Oostakkerse gedichten. De andere bundels die ik pleegde behoren veel meer dan deze tot de leerschool.
Mijn debuut bijvoorbeeld was nogal klassiek gericht, sonnetten met thema’s en vormwendingen die tot het arsenaal van de romantisch-anekdotische richting behoorden: Bloem, Hoornik, ja zlefs André Demedts. Ik was toen zestien en het kon blijkbaar niet anders. Een paar critici loofden mijn vaardigheid, maar gelukkig verdween mijn vertrouwen in het zorgvuldig opgebouwd en afgeluisterd bouwwerkje alras. Ik merkte dat ik mij geëngageerd had – in overgave en in ernst natuurlijk – in een mierennest dat mijn mierennest niet was; dat deze onrust op maat, deze grauwe rijmen helemaal niet mijn domein waren en ik het mij zo gemakkelijk mogelijk had gemaakt. Mijn uitdrukking moest duidelijker zijn, anders, want ik was anders.”

De wolken – Uit de geheime laden van Hugo Claus, De Bezige Bij 2011)
(Fragment uit een lezing door Claus over zijn poëzie, wellicht voor een schoolpubliek.

Remix 13 juni 2011

juni 13, 2011

Kelly Schacht wint de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst 2011 (BDW)

*

Een generator van kunstkritiek: Instant artist statement.

*

“Je zou er een stevige schrijfopdracht van kunnen maken: neem dit wrak als uitgangspunt en verzin er een verhaal bij. Hoe is die wagen hier terecht gekomen, welke bergkammen en valleien heeft hij niet allemaal gezien, hoe is ‘ie zo in de prak gereden? En wie was de eigenaar?” >> Alfred Schaffer gebiologeerd door een aftandse Volkswagen Jetta in Stellenbosch. Met een gedicht van Fransi Phillips.

*

De New York Times bespreekt John Ashbery’s vertaling van ‘Illuminations’ van Rimbaud. De recensie is vooral een soort Rimbaud voor beginners. Op de vertaling zelf wordt niet echt diep ingegaan. Een essay van Ashbery en een interview staan In dit bericht verzameld.

*

Nieuwe poëzierecensierubriek op het internet.

*

‘Zien’ van Jacob Groot op Poetry.

*

‘Terrarium’ van Han van der Vegt op Perdu.

*

‘Baas boven baas’ van Astrid Lampe op Digidicht

*

Tommy Wieringa leest een gedicht van Liu Xiaobo: Wacht op mij met het stof:

%d bloggers liken dit: