“Wij hebben er geen enkel probleem mee om schrijvers als Tom Lanoye, Erwin Mortier, Dimitri Verhulst, Herman Brusselmans, Yves Petry, Thomas Blondeau, Saskia de Coster en Els Moors, gedachteloos te adopteren als de onzen. Hun Vlaamse achtergrond is voor ons geen thema. En als ze precies daarover schrijven, vinden wij dat exotisch. Ze worden sowieso allemaal uitgegeven in Amsterdam. Er bestaan geen Vlaamse uitgeverijen. Afgezien van de Vlaamse uitgeverijen die wel bestaan, maar daar publiceren alleen huisvrouwen en gepensioneerde priesters. Die boeken worden in Nederland niet gelezen. En in Vlaanderen evenmin.” (Pfeijffer op NRC)

De New York Times bespreekt The Tao of travel: het reisboek over reisboeken van Paul Theroux (foto).

“Thoreau beweerde dat hij lichamelijk en mentaal gezond bleef door vier uur per dag rond te kuieren. Rousseau bracht de laatste 15 jaar van zijn leven al wandelend door. “Dit aardse bestaan heeft me niets meer te bieden”, verklaarde hij nogal melodramatisch.  “Mensen kunnen me geen kwaad meer berokkenen noch goed voor me doen. … hier sta ik, onthecht op de bodem van de afgrond, een arme onfortuinlijke sterveling, maar onverstoorbaar, zoals God zelf.”  Words­worth stapte zo’n 180,000 mijlen tijdens zijn leven, al was hij volgens Thomas De Quincey “geen goed gebouwde man”. Wanneer een bezoeker vroeg waar Wordsworth’s studeerkamer was, antwoordde zijn huisknecht: “Hier is zijn bibliotheek, zijn studeerkamer is in de open lucht.”


Op de Financial Times staat een uitreksel uitThe Tao of travel te lezen waarin Theroux begint met zijn minachting uit te spreken voor luie reizigers:

“In 1972, in een postmodernistisch blasé tijdschriftartikel, getiteld “Project for a Trip to China”, zat de Amerikaanse schrijfster Susan Sontag in haar appartement in New York op China te broeden. Sontag was uitermate pedant en eerder een theoreticus van het reizen dan een reizigster. Ze besloot haar stuk met: “Misschien schrijf ik het stuk over mijn reis naar China voor ik er naartoe ga.” Voor zulke zelfingenomen en luie geesten heb ik een suggestie. Probeer Mekka.  Na zichzelf voorzichtig te hebben besneden, vloeiend Arabisch te hebben geleerd, zichzelf als een Afgaanse derwish te hebben gekleed en zichzelf de naam Mirza Abdullah te hebben aangemeten, reisde de British ontdekkingsreiziger Sir Richard Burton naar de heilige stad Mekka, zelf een overtuigd ongelovige tussen devote pelgrims. Het was in 1853. Het verhaal van deze reis schreef hij neer in drie volumes, zijn Personal Narrative of a Pilgrimage to Al-Madinah and Meccah.”

(foto: Susan Sontag in haar appartement in New York)

“Weet-je-wat ze de eerste elf jaar van de 21ste eeuw aan het doen waren? Ze waren de-héle-tijd canons aan het verzinnen! De belangrijkste honderd dit, de beste honderd dat. Het leek voortdurend komkommertijd: iedereen speelde ik ga op reis en ik neem mee. ” >> zo begint de tweewekelijkse column van Erik Lindner in De Groene Amsterdammer, waarin hij uitgerekend een canonieke bloemlezing en een canonizerend poëziefestival bespreekt. Niet tot zijn ongenoegen overigens:

Over De tuin in de Franse poëzie: Een canon in 100 gedichten. – Bloemlezing van Paul Claes:

“Canons, ik heb er niet veel mee, en als ik al ergens in thuis ben is het vooral de poëzie na Boris Vian. Maar ik ben blij dat ik De tuin van de Franse poëzie van Paul Claes in huis heb. Het is een uiterst bruikbaar en gedegen werk en ik zal het vaak uit de kast halen. “

Over Poetry International 2011 met als thema dit jaar: Orde & Chaos

“Orde & Chaos opent met het essay ‘Een onophoudelijk knorrende maag’, geschreven door programmeur Marc Kregting. Het is een rondgang langs manifestatie, Badiou, de angst voor moslims, de ramp in Japan, de kredietcrisis, de Tea Party, globalisering, et cetera. Het handelt letterlijk en expliciet over chaos en orde in de wereld. Het moet gezegd dat Kregting het stuk telkens terug weet te brengen tot poëzie, middels citaten van dichters die eerder op het festival stonden. Citaten die niet eens zo ver buiten zijn betoog vallen. Kregting noemde zichzelf toen hij vorig jaar als dichter op Poetry te gast was in gesprek met VPRO’s De Avonden eerder iemand die bruggen opblies dan een bruggenbouwer. Poetry Rotterdam is in de ogen van kleinere poëziefestivals in andere landen voornamelijk een canoniserend festival, het is groot en mondiaal van betekenis. Troef is dat Rotterdam zich verre houdt van plichtmatige uitwisselingen en zelfstandig en autonoom de dichters van het festival selecteert.”

Lees de uitgebreide bespreking op De Groene.

De legendarisch filmregisseur Sam Fuller deed ooit mee aan de audities voor de rol van Hyman Roth in The Godfather Part II.  In onderstaand fragment leest hij een dialoog in met Al Pacino die Michael Corleone speelt. Een spetterende combinatie trouwens.  De rol ging echter naar Lee Strasberg (die een Oscar-nominatie kreeg voor zijn vertolking) (via Dangerous Minds):

%d bloggers liken dit: