“Ja. Ik zie een verband tussen mystiek en de ontpersoonlijking in de moderne poëzie. De Amerikaans-Britse dichter T.S. Eliot zei: Poëzie is geen expressie van persoonlijkheid, maar juist een ontsnappen aan die persoonlijkheid. De moderne poëzie mag niet over het Zelf gaan, niets in het gedicht mag herinneren aan de particuliere beslommeringen van zijn maker, die moet zichzelf wegcijferen, deconstrueren.

“De mystiek kent dezelfde denkfiguur: om God te kunnen ontmoeten, moet je het ego, het Zelf afleggen. Marguerite Porete, een begijn die in 1310 in Parijs op de brandstapel belandde en aan wie ik een gedicht wijd, zegt: Je moet jezelf opgeven, teneinde met Zijn genade te kunnen volstromen, vrede te vinden en perfectie te bereiken. Porete stelde dat deugden helemaal niet nodig zijn. Volgens haar zijn de meeste mensen slechts deugdzaam uit vrees voor straf en in de hoop op beloning. Als wij de menselijke vrije wil inleveren, zegt zij, en Gods wil daarvoor in de plaats stellen, dan doen we – want onzelfzuchtig – per definitie het goede en volgen de deugden vanzelf.

“Het heikele punt, ook in de mystiek van Porete, is dat, om vervolgens verslag te kunnen doen van die openbaring, je jezelf weer moet innemen. Du moment dat je dat doet, geraak je vanzelf weer uit Zijn gratie. Die paradox vind ik fascinerend.”

René Huigen op Trouw.

BOZAR LITERATURE start dit najaar met een nieuw initiatief: de BOZAR BOOK CLUB. Vanaf eind september is er elke maand afwisselend een Franstalige en een Nederlandstalige leesclub, onder deskundige begeleiding van twee gerenommeerde auteurs. Stefan Hertmans start met “De kaart en het gebied” van Michel Houellebecq (meer op Bozar)

Vers Brussel

juni 30, 2011

Beeldend kunstenaar Christophe Terlinden verwerkte het gedicht ‘Als dichters voorbijkomen‘ van Abdellatif Laâbi in een sculptuur voor de Prinses Elisabethwijk in Schaarbeek.

Het beschrijf nam in 2004 het initiatief om in te spelen op de taalrijkdom van Brussel en poëzie een prominente en permanente plaats te geven in de stad, in een variatie op het fenomeen van de stadsdichters in andere steden.

Twaalf dichters uit evenveel taalgebieden, van Lissabon tot Moskou en van Stockholm tot Kinshasa, brachten om beurten een bonte en veelstemmige ode aan de poëzie van de grootstad.

Alle gedichten en kunstwerken van het project Vers Brussel zijn nu terug te vinden op dit kaartje.

Het icoon (en enfant terrible) van de moderne kunst in Groot-Brittannië, Tracey Emin, neemt in de komende maanden de taak van kunstambassadrice van British Airways op zich. Emin zal een ‘kunst-protégé’ recruteren en vervolgens begeleiden bij het maken van kunstwerken die 12 vliegtuigen moeten versieren in het kader van de Olympische Spelen 2012 in Londen. Wie zin heeft in een “fantastic boost with world class mentoring” voor het BA Great Britons Programme – zo heet het beestje – kan zich nog inschrijven tot eind juli op deze website.

Lees ook de korte Proust-questionnaire met Tracey Emin die op de vraag What’s the best advice you’ve been given? het volgende antwoord geeft:

Measure twice, cut once.

Ex-politici Wilfried Martens en Willy Claes spelen mee in een heropvoering van Thyestes van Hugo Claus

*

“Tussen al dat gekakel over het voorbije mislukte politieke jaar, tussen de schier eindeloze reeks open brieven en mails naar Bart en Elio, tussen de programma’s waarin men elkaar voor de voeten liep om een alweer nietszeggende eerste reacties van de hoofdrolspelers te horen … Tussen al dat hopeloze en zinloze gedoe van de voorbije weken dus, was er een beeld dat mij van mijn sokken blies. Een beeld dat voor mij nu al tot ‘beeld van het jaar’ verkozen mag worden. Een beeld dat verscheen op het eind van het Eén-journaal. Daar waar men meestal nog een (olijke) uitsmijter laat zien.” (Theatermaker Alain Platel over een recente opvoering van Thysestes van Hugo Claus)

*

“Many authors stop reading fiction at a certain age. Not reading fiction can be equivalent to not eating meat — it is fashionable, it enhances your moral standing, it makes you look like a conscious citizen: “I don’t smoke, I work out, I don’t read fiction.”” (Arnon Grunberg over een recente uitspraak van Philip Roth)

*

Dirk Van Bastelaere post een uittreksel uit een opiniestuk van NRC Next Hoofdredacteur, Rob Wijnberg. Het stuk verscheen op dinsdag 28 juni 2011 in de Vlaamse krant De Standaard, onder de titel: ‘Wilders’ waanbeelden gedijen het beste in verwarring’. Dirk Van Bastelaere vraagt u de scherpslijper in u tot spreken te brengen en vervolgens tot annotatie over te gaan op Alphavillle.

*

het sneeuwt zowaar de
schoenen vormen een paar
het plein is dood ik bijt met
mijn oog in het witte brood

Collagegedichten van Hertha Müller op Meander in Nederlandse vertaling.

*

“In de ‘Zoo van het denken’ jongleert de opzichter met kletsende biefstukken maar zitten de meeste dieren tamelijk verveeld voor zich uit te staren.” (Benders over de nieuwe Verhelst)

*

Het beroemde verhaal van Franz Kafka  De gedaanteverwisseling wordt binnenkort verfilmd. Metamorphosis is een productie van Isotropic Films met de Amerikaanse acteur Nick Searcy in de hoofdrol. Volgens de website van de film wordt het een dramatische thriller met veel visuele effecten. Vrij vertaald: Gregor Samsa goes Spider-man:

Google+

juni 29, 2011

Vandaag kondigde Google zijn nieuwe applicatie Google+ aan, een serie sociale tools om netwerken te creeëren, te chatten en  videoconferenties te houden met online vrienden.

Het Amerikaanse uitgeversblog Galleycat ziet in Google+ een uitgelezen manier om schrijvers, lezers en uitgevers met elkaar te connecteren.  Boekenclubs in de vorm van live multi-person video” chatrooms en dies meer behoren tot de nieuwe mogelijkheden. Gezellig! Nu kunnen we mekaar ook zíén terwijl we over gedichtjes en romannetjes op het forum debatteren. En voorgoed verleden tijd is de nachtmerrie van de moderator: de anonieme reageerder.

….  ik in 2007 het stuk ‘De sleutel’ van Paul Claes over Hugo Claus kon lezen. Ze zijn er omdat in De Parelduiker 5 van 2009 wordt geschreven over de vraag wie Hans Boslowits was en over een literair kuuroord in de Pyreneeën. Omdat ik door een nummer van De Gids over epische poëzie…” >> lees het bescheiden pleidooi voor literaire tijdschriften van Maarten van der Graaff.

…. omdat er nieuwe tijdschriften zijn: “De grootste vreugde was het allemaal naast elkaar te zien. Het nummer openslaan en bemerken: dit is goed, en dat erna ook en dat daarna ook weer. Dat de ruimte weer open is, stemt tot vreugde, dat een eigenwijs en niet-academisch of niet-theoretisch literair blad opnieuw kan bestaan. Het is van wezenlijk belang dat iedere dichter goed wordt gepresenteerd met rond de tien gedichten en een inleiding, zodat de lezer een beeld krijgt van het werk en niet alleen maar een vluchtige indruk. En verheugend is de vele uiteenlopende ideeën en energie van de redactie.” >> lees het interview met Erik Lindner, redacteur van het splinternieuwe Terras op Versindaba.

David Douglas Duncan nam foto’s in Picasso’s Vill La Californie (Flavorwire)

*

‘Heren,’ donderde Heeresma met zijn stentorstem, ‘waar vinden wij de as van de heer Arends?’ (IM Heere Heeresma op Avondlog)

*

“De dichter is van oudsher een zanger, maar vijfhonderd jaar humanisme, van Gutenberg tot Google, heeft van ons beroep twee beroepen gemaakt. De eksters in mijn tuin brengen een afschuwelijk geluid voort, iets tussen krassen en braken, terwijl de merel conservatorium heeft gevolgd, en ik zou niet durven beweren dat ik meer op de een dan op de ander lijk.”  (Norse notities van Benno Barnard in Knack)

*

“Plots zie je de gewone wijsheid van een man waarin je je koesteren kan. Je voelt niet zozeer de cultuur maar de civilisatie. Hij neemt politieke standpunten in: tegen de vernietiging, de dictatuur, de dwang. Soms is hij bijzonder kernachtig. Het gedicht ‘Nachtboekblad’ eindigt met de tweeregelige strofe: ‘Mensen met toekomst / in plaats van een gezicht.’” (Johan Velter over Tomas Tranströmer)

*

“Wat zou, zo vroeg ik me af toen ik in het museum rond dwaalde ,  Käthe Kollwitz gedacht hebben van al die oorlogen , die ons in de 21° eeuw bezig houden en zo grondig lijken te verschillen van de twee wereldoorlogen? ” (Walter Zinzen vraagt zich af of kunst de wereld kan redden.)

*

“Zoals er in de tijd van de grote ideologieën genociden hebben plaatsgevonden op soortgenoten die tot smet of vijand van het volk werden verklaard, zo is de moderne mens op even brute en desastreuze wijze tekeergegaan tegen alle wilde restjes flora en fauna die hem op weg naar de vooruitgang en de welvaart voor de voeten durfden te lopen of te groeien. De natuur is al te vaak de klos geweest. Tijd om haar weer met respect te bejegenen. En haar in het groene landschap – zolang het nog kan – (adem)ruimte te geven die ze van nature verdient. De enige rol die haar op deze aarde toekomt is, zolang er leven is, die van protagoniste.”  (Serge van Duynhoven)

*

Jan Lauwereyns blogt.

*

Yves T’Sjoen over woordenboeken op Versindaba

*

Pim te Bokkel over Festina Lente.

*

Open Season Press, een jonge uitgever van proza en poëzie is op zoek naar een websitedesigner. Iemand?

*

Peter Falks legendarische Just one more thing is een voorbeeld voor de journalisten

*

“Slechts met afschuw en afgrijzen denk ik aan de tijd waarin de duistere beeldenstormers aan de macht zullen komen. Met hun eeltige handen zullen ze zonder erbarmen de marmerzuilen van de schoonheid kapotslaan die mij zo dierbaar zijn. Zij zullen al dat fantastisch klatergoud en speels gedoe van de kunst vernietigen, dat de dichter zo lief was… De nachtegalen, die nutteloze zangers, zullen verjaagd worden en ach, mijn liederenboek zal door de kruidenier2 gebruikt worden om er puntzakken mee te draaien, waarin hij dan koffie en tabak kan inpakken voor de oude wijven van de toekomst.” >> Heinrich Heine met annotaties van Serge Delbruyère op Alphavillle.

… was het advies dat Maarten van der Graaff ooit kreeg van een uitgeverij.

“Ik vraag me af of de tijdschriften vier jaar geleden een andere rol speelden dan nu. Als ik denk aan het verdwijnen van die tijdschriften borrelt het zwarte gal omhoog. Literaire tijdschriften zijn omgeven door romantiek en fetisjisme, gedrenkt in hemelbestormerszweet. Precies waar ik van houd. Dat ze het grote boze internet beter moeten gaan gebruiken lijkt me onvermijdelijk en juist. Hoe het met het papier moet weet ik natuurlijk niet. Ik ben oprecht bang voor de literaire paleontologen. Schopenhauer merkt op in zijn verhandeling over de kunst van het schrijven dat de planken van bibliotheken de dwalingen uit het verleden en de geschriften waarin ze uiteengezet zijn bewaren. In hun tijd blaakten ze van leven en maakten ze veel misbaar. Thans zijn ze verstijfd en versteend.” >> Maarten van der Graaff  slaat een spijkertje op de kop.

Perdu viert het eindfeest van De Avondenprogrammering 2010-2011 van literair podium Perdu op vrijdag 1 juli.

Met o.a. Anneke Brassinga, Tonnus Oosterhoff, Anne Vegter en de Terras-redactieleden. Er valt van alles te vieren, onder anderen dit:

“Met het nulnummer van Terras, bestendigen we ook de herstart van Uitgeverij Perdu. Het nieuwe boekenfonds zal vooral bestaan uit vertalingen van experimentele, avant-gardistische literatuur uit heden en verleden en daarmee een belangrijke lacune in het huidige Nederlandse boekenaanbod vullen.”

Meer op Perdu.

“Ik sta hier niet als de regisseur Ivo van Hove.
Ik sta hier niet als Toneelgroep Amsterdam.
Ik sta hier als burger uit jullie -eveneens verwarde -buurland.”

Lees de toespraak die Ivo van Hove, belg en directeur van Toneelgroep Amsterdam, gaf tijdens de Mars der beschaving.  De wereld morgen.

Paul De Wispelaere interviewt in 1968 de Nederlandse schrijver Heere Heeresma.  (via Cobra)

Vodpod videos no longer available.

Cobra.be: Videozone, posted with vodpod

William Burroughs beoefent de beeldende kunst op een wel heel eigen manier. In plaats van het penseel gebruikt de Beat-schrijver een … geweer. Over zijn “shot gun art” zegt hij het volgende:  “Als je eenmaal door hebt waar je moet mikken, dan hoef je alleen nog maar te maken dat je zo snel mogelijk weg bent zodat de dingen kunnen gebeuren”.

Meer acteurs, muzikanten en schrijvers die zich aan de beeldende kunst wagen in dit bericht op Dangerous Minds.

De  tekst die  Ramsey Nasr  gisteren uitsprak op het Malieveld in Den Haag is te lezen op De Volkskrant.

Op een dag arrangeerde Sylvia Beach een etentje zodat  F. Scott Fitzgerald de door hem aanbeden James Joyce eindelijk eens kon ontmoeten.    In haar Shakespeare and Company memoires raakt Beach de gebeurtenissen van die avond voorzichtig aan:  “Die arme Scott verdiende zo veel met zijn boeken dat hij en Zelda zich in Monmartre overmatig aan champagne te goed moesten doen om van dat geld weer af te geraken” Volgens Herbert Gorman, Joyce’s biograaf, die ook te gast was op het diner zonk Fitzgerald neer op een knie, kuste de hand van Joyce en sprak: “Hoe voelt het om zo’n genie te zijn, Sir? Ik ben zo in de wolken van u te zien, dat ik zou kunnen huilen.” Naarmate de avond vorderde, begon Fitzgerald “Nora Joyce’sschoonheid te roemen , en, tenslotte fladderde hij door een open raam naar het balkon, sprong op het 18e eeuwse bordes en dreigde ermee zich op de straatstenen te gooien als Nora zijn liefde niet beantwoordde.” Lees het smakelijke fait divers op Daybook.

Lieve critici

juni 27, 2011

Lieve critici

Lieve critici, ik vrees
dat ik geen dal of doelgerichte
lijn in de loop der jaren lees
van mijn duizenden gedichten.

Ik blijf een ventje dat maar schrijft
en nauwelijks wil weten
of zijn bekladdering beklijft
of gretig wordt vergeten.

(…)

Uit de nieuwe dichtbundel van Leo Vroman, Daar. Drie gedichten in voorpublicatie op Athenaeum Boekhandel.

“Kan literatuur vandaag nog dienen voor politieke verandering? We kunnen vragen stellen bij die vraag, zoals: wat is politiek, en wat betekenen de woorden ‘vandaag nog’? Bertolt Brecht schreef dat hij in duistere tijden leefde, en iedereen weet ongeveer waar dat op slaat: crisis, nazisme, wapengekletter; Brecht was typisch een man van de periode 1914-1945, die we nu soms aanduiden als ‘de tweede dertigjarige oorlog’.

De tijd waarin Europeanen vandaag leven is daar niet mee te vergelijken; hij is even duister, maar wel op een andere manier. Eén verschilpunt moet ik speciaal beklemtonen: juist toen, in Brechts tijd, dachten zeer velen dat er ondanks alles een fundamentele verbetering van de maatschappij mogelijk was, en het alomtegenwoordige geweld zagen ze vaak als geboortepijn van een nieuwe wereld. In de jaren zestig staken de grote verwachtingen opnieuw de kop op, maar vandaag weten we beter: slechts één economisch en politiek systeem is aanvaardbaar, en wie er anders over denkt heet al gauw extremistisch, of erger.

Hoe zou iemand in déze constellatie literatuur kunnen schrijven die gericht is op politieke verandering? Hoe zou er ‘vandaag nog’ een oeuvre kunnen ontstaan dat enigszins vergelijkbaar is met dat van Brecht?”

De lezing die Joris Note uitsprak  over literatuur en politiek tijdens Poetry International 2011 is  te lezen op De Wereld Morgen. (foto: Bertold Brecht)

“Het grote thema in het werk van Malick, die goed doorkneed is zowel in de mystieke traditie als in het werk van Martin Heidegger (‘if we cannot educate ourselves to his purposes, then clearly his work will look like nonsense’), is de intrinsieke verbondenheid van alle leven, ook in de evolutionaire zin van een gemeenschappelijke afkomst, zoals die in bijna alle bekende religies gesymboliseerd wordt door het beeld van de Levensboom – en alleen vanwege de titel zou je dus The Tree of Life kunnen zien als Malicks voorlopige chef d’oeuvre. Centraal in dit onlangs op het filmfestival van Cannes met de Gouden Palm onderscheiden meesterwerk – want dat is het, een het hele bestaan omvattend meesterwerk – staat de relatie van de mens tot de kosmos, gezien door het prisma van een doorsnee Amerikaans gezin uit een stille voorstad van Waco, Texas in de jaren vijftig, een gezin waarvoor overigens het gezin waarin Malick zelf is opgegroeid model heeft gestaan: vader, moeder, drie zoons. Een gezin dat direct aan het begin van de film een jobstijding krijgt te verwerken –” >> lees de bespreking van Roel Bentz van den Berg op De Gids.

[en lees ook het essay van Maarten van der Graaff op zijn blog]:

“The Tree of Life opent met de volgende woorden: ‘Waar was jij toen ik de aarde grondvestte?’. De God van Abraham, Izaäk en Jakob toont zijn spierballen. Dit is het antwoord op de klacht van zijn dienaar Job uit het gelijknamige Bijbelboek, die alles is kwijtgeraakt: kinderen, runderen, zijn levenslust. Ik heb dit altijd een onverdraaglijk vroom einde gevonden van een interessant werk over lijden, rechtvaardigheid en gepaste antwoorden. Die antwoorden van Jobs vrienden op de vraag hoe het lijden geplaatst moet worden binnen het geloofssysteem, de moraal, het universum, zijn kitscherige antwoorden van het type Möring. Van het type één plus één is twee. Job zal wel iets fout gedaan hebben: zonde=lijden (zie plezier=lijden). Elihu , de laatste vriend die tot hem spreekt, prent op zijn beurt de arme donder in dat God veel groter en machtiger is en dat God daarom altijd in zijn recht staat. Waarom moeilijk doen? Alle lijden wordt over één kam geschoren. In ieder geval stelt het allemaal geen pleuris voor als je oog hebt voor de ontzagwekkende daden van het Alfa- en Omagamannetje.  Het gekke is dan weer dat deze schofterige dooddoener zo mooi verwoord is. Je ruikt, proeft, voelt die grote oersoep waar de maker zo trots op is.”  (Maarten van der Graaff)

%d bloggers liken dit: