Rene Magritte, Philosophy in the Boudoir,1947

De Tate Liverpool brengt volgende maand een speciale expositie rond René Magritte. Naast zijn alom bekende bolhoedwereld zal ook ingezoomd worden op minder bekende aspecten van Magrittes leven en artistieke inspiratie. Zo zal zijn commercieel werk aan bod komen en zeldzame foto’s en films.

Er is ook een aparte kamer voorzien waar zes zeldzame en expliciete tekeningen geëxposeerd worden:  “een klein mannetje die naar een gigantische vagina loopt”,  “een gevleugelde vliegende fallus” en andere illustraties die Magritte in de jaren ’40 maakte voor een geplande uitgave van Madame Eduarda, een erotische novelle van Georges Bataille.  Ook erotische tekeningen voor een verhaal van  Marquis de Sade zullen op de expositie te zien zijn. (The Guardian)

René Magritte: The Pleasure Principle loopt van 24 juni tot 16 oktober in de Tate Liverpool.

Nieuw gedicht op Versindaba.

Juli 1989: fotograaf David Alan Harvey bracht enkele weken door met Franse teenagers. (Iconic Photos)

*

“De schrijver moet de beul zijn werk laten doen. Gewillig z’n kop op het hakblok leggen en wachten tot de bijl valt. Er zit niks anders op. Als het te gezellig wordt tussen een schrijver en zijn criticus kom je terecht in een literair old boys network waar iedereen mekaar maar op de schouders ramt en de literatuur uiteindelijk aan corruptie tenonder gaat. Je mag als schrijver van alles van de martelende instantie vinden, maar je moet er in het openbaar je bek over houden. En al helemaal op het basischoolplein dat Facebook heet en waar – net als overal op het internet – elke halvabeet zich mengt in discussies waar je liever geen kleine kinderen bij hebt.” Erik Nieuwenhuis spuwt zijn gal over literaire bendevorming op het internet.

*

“Renaat Ramon zat ontspannen aan een tafeltje op een klein podium, rode jas en rode trui, microfoontje op zijn gezicht gekleefd. Hij deed me aan Louis Paul Boon denken. Hij zei dat Willy Dezutter eigenlijk alles al gezegd had en dat we maar beter meteen aan het aperitief konden beginnen. Zijn ouders hadden hem immers geleerd ‘bescheiden, zwijgzaam en trouw’ te zijn, wat hij steeds geïnterpreteerd had als: “Hou je gedeisd en spreek alleen wanneer je gevraagd wordt.” – op het Brugse blog Moon art Gallery

*

De New York Times bespreekt 5 nieuwe dichtbundels van dichters in het midden van hun carrière en dat tijdstip is een zegen:  “Any one of the following books by midcareer poets would be a bracing warm-weather antidote to the clankety-clank-clank of Stieg Larsson’s alleged thrillers, or the kohl-smeared smirks that make up the “Pirates of the Caribbean” movies.”

*

Strak is een geïllustreerd literair tijdschrift voor de Nieuwe Nieuwe Zakelijkheid. Strak staat op knappen zo vol met verhalen waarin wat te beleven is en gedichten waaraan iets te snappen valt. (STRAK!)
*

Gedicht van Hans Tentije op Raster

*

Christian Bök leest Dada-dichters

*

Jaap Blonk vertolkt ‘To Have Done with the Judgement of God’ van Antonin Artaud.

*

Londen elektrisch afgezoomd op Kluger Hans

*

Festival poem of the dayLiving Proof van Erin Moure + interview met Moure op het blog van Poetry.

*

Bart Van Loo aan het portaal van de kathedraal van Rouen waar Madame Bovary…

De inzet van Je moet je leven veranderen (2009) is hoog. Sloterdijk beschouwt het fenomeen ‘religie’ in eerste instantie als onuitroeibaar omdat het beschermd wordt door het geestelijke immuniteitssysteem dat de mens in de loop der eeuwen heeft aangekweekt. Toch zal hij een poging ondernemen om een bres in die immuniteit te slaan door het invoeren van een alternatieve taal voor een verzameling fenomenen die in het verleden met uitdrukkingen als ‘spiritualiteit’, ‘vroomheid’, ‘moraal’, ‘ethiek’ en ‘ascese’ werden aangeduid. In zijn inleiding De antropotechnische wending zegt hij het volgende:

“Als we onze poging tot een goed einde brengen, zal het traditionele religiebegrip, deze onzalige marionet van de decorontwerpers van het moderne Eruopa, als de grote verliezer uit deze onderzoekingen tevoorschijn komen. Nu lijkt de ideeëngeschiedenis al van oudsher op een asiel voor begrippen met een geboorteafwijking – en als men een gan maakt door de afdelingen zal men dus niet alleen het concept ‘religie’ ontmaskeren als al van tevoren behept met een mislukt design, een concept dat wat betreft knulligheid enkel door de schertsfiguur ‘cultuur’ wordt overtroffen. Men zal dan ook begrijpen dat het gezien de gewijzigde omstandigheden net zo zinloos zou zijn partij te kiezen voor de negatieve bigotterie die zich bij ons sinds bijna twee eeuwen als atheïsme afficheert – een monument van waardigheid waar elegante intellectuelen graag hun hoed voor afnamen, zo vaak als ze het passeerden, niet zonder bij deze gelegenheid het predicaat ‘intellectueel oprecht’, respectievelijk ‘kritisch’ of ‘autonoom’ voor zichzelf op te eisen. Het is nu zaak het toneel negentig graden te draaien, zodat het religieuze, spirituele en ethische materiaal vanuit een andere, verhelderende hoek kan worden bekeken.”

Voorwaar een ambitieus en intrigerend programma. Verder lectuurverslag volgt.

Op zijn vijfentachtigste nog even fris as ever: met Bento’s Sketchbook (Verso 2011) brengt John Berger een ode aan de zeventiende eeuwse filosoof Benedict (of Bento) de Spinoza, wiens verloren schetsboek bleef parten spelen in de verbeelding van Berger. Toen hij op een dag een blanco schetsboek kreeg van een vriend zette Berger zich aan het tekenen met Spinoza in gedachten. “As time goes by […] the two of us – Bento and I – become less distinct,” aldus Berger”. Het boek is een combinatie van tekeningen en vertellingen over de praktijk van het tekenen. Daarnaast is het een meditatie over hoe we observeren en de wereld om ons heen verklaren.   (lees de bespreking op 3:am)

Het nieuwe nummer van Parmentier (jg. 20, nr. 2), brengt veel vertaalde poëzie. Vooral liefhebbers van hedendaagse avant-gardistische, experimentele poëzie uit onder meer Frankrijk en Amerika zullen er hun gading vinden.

De lezer wordt getrakteerd op vertalingen van recente, briljante maar in ons taalgebied nauwelijks bekende gedichten van Claude Royet-Journoud, Jack Spicer, George Oppen, Rob Halpern, Peter Gizzi, Lisa Robertson, John Olson, Truong Tran en Nathalie Quintane.
Vertalers van dienst zijn: Kiki Coumans, Kurt Devrese, Frank Keizer, Jan H. Mysjkin, Jabik Veenbaas, Samuel Vriezen en Van Adrichem zelf.

Verder in het nieuwe nummer:

  • Laurens Ham analyseert het experimentele werk van Mark Insingel en Sybren Polet.
  • Aan de hand van Hans Favereys Verzamelde gedichten 1962-1990 stelt Jeroen Dera de beeldvorming rond deze dichter bij.
  • Daarnaast zijn er twee duoproducties: Arnoud van Adrichem schreef samen met Erik Spinoy en met Elma van Haren een gedicht.
  • Tot slot de winnende tekst van de Literaire Prijs van de provincie Gelderland 2011.

Meer informatie op de website van Parmentier.
(Tekening cover: Manu Baeyens)

[Ingezonden persbericht]:

Frouke Arns wint Literaire Prijs van de provincie Gelderland 2011

Frouke Arns (Malden, 1964) heeft de zeventiende editie van de Literaire Prijs van de provincie Gelderland gewonnen. Dat werd afgelopen zondag tijdens een feestelijke uitreiking in het Arnhemse Posttheater bekendgemaakt. Zij kreeg de prijs, een geldbedrag van 1250 euro, voor haar korte verhaal ‘Droeve vingers’.

De redactie van literair tijdschrift Parmentier, die de schrijfwedstrijd in opdracht van de provincie Gelderland organiseert, ontving dit jaar bijna 200 inzendingen van aspirant-schrijvers en -dichters. Zij hadden zich laten inspireren door het thema ‘Mijn Amerika’. De jury, die bestond uit Kees ’t Hart, Vincent Schmitz en Han van der Vegt (voorzitter), stelde een shortlist van vijf kandidaten samen: Frouke Arns, Nina Bakker, Alexander Baneman, Erik Korsman en Linda Mulders.

Het winnende verhaal van Arns beschrijft summier een dag uit het leven van een Amerikaans paar, met een doorkijkje op de grote worstelingen van kleine mensen. Melanie is gelukkig met Pete, maar over een van de belangrijkste beslissingen in haar leven kan ze niet met hem praten. De jury prijst Arns’ rustige en ingehouden verteltoon waarmee ze een onderhuidse spanning weet te creëren. De schrijfster heeft zich Amerika bovendien op een geloofwaardige manier toegeëigend als decor, aldus de jury.

De winnende tekst en het juryrapport staan afgedrukt in het nieuwste nummer van literair tijdschrift Parmentier. (zie ook dit bericht)

Beroepsmilitair Hugues C. Pernath en dienstplichtige Paul Snoek hielden er eind jaren ’50 een correspondentie op na in experimenteel proza.  De ‘Soldatenbrieven’ zijn nu te lezen op een tentoonstelling in het Antwerpse AMVC-Letterenhuis. Knack schrijft:

“Dat boek is via een touchscreen integraal te lezen. De ‘Soldatenbrieven’ openbaren zich als hardcore vijftigersgeschrijf. Pernath en Snoek schrijven elkaar aan als “Treursoldaat” en “Rijstkoning,” regen wordt omschreven als “melk van de wolken” en elders is sprake van de “oksels der kanonnen”. Het is, ontegensprekelijk, de taal van een tijdsgeest, elke brief moet en zal een experiment zijn. Een touw is daar niet altijd aan vast te knopen. De omvangrijke inleiding door Jan Walravens biedt ook voor de hedendaagse lezer houvast.”  >> lees verder op Knack.

Deze expositie is onderdeel van een Pernath-herdenking dit jaar: lees meer op De Papieren Man.

Toen Marcel Duchamp een punt zette achter zijn kunstenaarsbestaan omdat, wat hem betrof, alles gezegd was, wijdde hij de rest van zijn leven aan het schaakspelen.  Beroemd is bovenstaande foto waarbij hij schaak speelt met een naakte vrouw.  Naakt schaakspelersmodel van dienst heette Eve Babitz en er staat nu een interview met haar online:  “Yeah. At the Pasadena Art Museum, and he said he had this great idea that I should play chess naked with Marcel Duchamp and it seem to be such a great idea that it was just like the best idea I’d ever heard in my life. It was like a great idea. I mean, it was, not only was it vengeance, it was art, and it was like a great idea.”  (via Dangerous Minds)

*

Ulysses in duizend en zoveel tweets

*

Admiral Freebee schreef muziek op een tekst van Guillaume Van der Stighelen die onlangs zijn zoon verloor.

*

Landschapsdichter Johan de Boose.

*

De Reve-biografie en de Joop Schafthuizen vaudeville: een insider spreekt.

*

De Kurfürstendamm: een ideetje van Otto von Bismarck

*

Jules Deelder, Jazz is:

Vanmiddag ben ik begonnen in Je moet je leven veranderen (2009) van Peter Sloterdijk.  Naarmate mijn lectuur vordert zal ik er frappante passages uit citeren.  Dit komt uit de inleiding: De antropotechnische wending:

“De godsdienstsociologen  winden er geen doekjes om: overal ter wereld wordt nog stevig geloofd; alleen bij ons heeft men de ontnuchtering verheerlijkt. En inderdaad, waarom zouden de Europeanen als enigen een metafysisch dieet volgen, terwijl de rest van de wereld zich onverstoorbaar tegoed doet aan de rijk voorziene tafels van de illusie?”

In het dubbeldikke themanummer van Vooys staat het onderscheid tussen hoge en lage cultuur centraal met o.a. dit interview:

Lisanne Snelders interviewt hoogleraar Thomas Vaessens:

In Ongerijmd succes (2006) stel je dat ook in de poëzie een ontwaarding heeft plaatsgevonden: het is niet meer vanzelfsprekend dat je een bepaald soort poëzie mooi moet vinden. In hoeverre verschilt poëzie daarin van proza?

‘In het proza hebben auteurs die tegen de ontwaarding aanlopen het idee dat ze overstemd worden door de Kluun-achtigen, of de populaire cultuur. Dat zie je in poëzie nog veel heftiger. Het is niet zo dat er minder poëzie verschijnt, dat de oplagen kleiner zijn of dat er minder besprekingen zijn, maar de poëzie als genre is wel een niche geworden. Er is rondom de poëzie tegenwoordig zoveel meer. Dichter zijn, in de zin van Lucebert, Kouwenaar of Campert in de jaren vijftig, dat is nu iets totaal anders; er zijn in de poëzie heel veel verschillende circuits. Het is voor een dichter heel moeilijk te bepalen wie hij is en waar hij staat. Ooit was de wereld van de poëzie overzichtelijk en had hij ook meer te betekenen. Een dichter, ja, dat was iemand. De afgelopen vijftien jaar zie je daarom dat dichters de stap naar de wereld proberen te maken. De meest overtuigende stap is dan wel de performancecultuur. Dichters zoeken gewoon publiek. Ze gaan voor een zaal staan en zeggen: “Hier ben ik en dit is mijn werk.” Dat vind ik een ongelooflijk interessante  ontwikkeling.’ (Lees het volledige interview op de Vooys)

Verder in hetzelfde nummer interviews van:

  • Maarten van der Graaff met dichteres Ellen Deckwitz.
  • A.B.C. Swart met misdaadauteur Jac. Toes.
  • Emy Koopman met striptekenaar Dick Matena

“Het is perfect mogelijk om in ‘Krijg nou de lyriek’, Benno Barnards voortreffelijke dichtbundel, een verhaallijn te lezen. ‘De Bovenwereld’, de begincyclus, is een lang verslag van een bezoek aan Parijs in de voetstappen van Apollinaire, die in het gedicht ‘Zône’ uit zijn bundel ‘Alcools’ iets soortgelijks heeft gedaan. De lichtstad is in de vroege eenentwintigste eeuw een jachtrevier waarop Barnard zoekt af te rekenen met de moderniteit én met een crisis in zijn persoonlijke leven.  Kennelijk verkeert hij in onmin met zijn levenspartner.” – Lees verder op Versindaba. (zie ook deze bespreking met commentaar van Barnard)

Lieve Jacoba van Jan Arends op muziek gezet door Kris de Bruyne. (met dank aan Jürgen Smit)

De Amerikaanse dichter en muzikant Gil Scott Heron, ook wel de peetvader van de rap genoemd, is op 62-jarige leeftijd overleden.  Scott-Heron geldt als belangrijke inspiratiebron voor de hedendaagse rapmuziek. De in Chicago geboren artiest staat vooral bekend om zijn nummer ‘The Revolution Will Not be Televised’ uit begin jaren zeventig. (zie bericht op NRC en meer links op Silliman)

Vorig jaar maakte Scott-Heron een succesvolle comeback met de albums I’m New Here en de remixplaat We’re New Here in samenwerking met Jamie XX.  In deze video covert hij, met inbegrip van eigen toevoegingen, Me and the Devil van blueslegende Robert Johnson (NRCnext):

Aan het slot van zijn column over de VertragingsApp voegt Komrij een blijkbaar onontbeerlijk geworden noot toe die we maar best ernstig nemen:

“Ik verklaar hierbij nadrukkelijk en let-ter-greep voor let-ter-greep dat ik de VertragingsApp een briljant idee vind. Vorige week schreef ik een klaagzang bij de encyclopedieverkoper en een lofzang op Wikipedia. ‘Ja, vroeger was alles beter,’ zuchtte in een reactie weer zo’n pienter tiep dat alles letterlijk neemt. De epidemie van het ‘letterlijk nemen’ zal nog een keer leiden tot moord en doodslag. Soms kunnen pientere types iets maar beter niet letterlijk nemen, denk aan de Koran en de Bijbel. ‘Een klaagzang bij de dood van de encyclopedieverkoper’ lezen als ‘een klaagzang bij de dood van de encyclopedieverkoper, maar niet heus’ – ‘t lijkt voor sommigen onmogelijk geworden op zo’n simpele manier te lezen. Een schrijver moet er zo langzamerhand de toon en de relativering en de context en de achterliggende bedoeling en het liefst ook nog de betekenis allemaal bij uitleggen. Voor veel internet-lezers lijkt een cursus ironie inmiddels een dringende vereiste. Nog één keertje dus – de Ver-tra-gings-App is een scho-ne zaak, en schenkt de men-sen veel ver-maak.”

Ironie, of beter de problematisch geworden ironie, is de laatste maanden aan de orde van de dag:

Bas Heijne op NRC :

“Als er ooit een geschiedenis van nieuw-rechts populisme wordt geschreven, dan mag daarin de grootste invloed niet ontbreken: Gerard Reve. De taal van de huidige politieke revolte is doordrenkt van reviaanse ironie – het half ironisch, half serieus sarren van die brave progressieve weldenkenden met hun humorloze bedilzucht en morele zelfgenoegzaamheid. „Ze moesten een brandende poppenwagen je kutwerk binnenrijden”, luidt de favoriete zin van veel revianen. Daar zit het allemaal in – die hyperbolische agressie die echte woede uitdrukt, maar tegelijk ook komische onmacht. De ironie van Reve, altijd maar half ironisch, heeft zich nu in het publieke domein genesteld. Theo van Gogh, die ‘de Goddelijke Kale’ Fortuyn mocht influisteren, was een groot Revefan. Martin Bosma vindt Reve de grootste schrijver. Het beste van GeenStijl druipt van reviaanse ironie.”

In een correspondentie tussen de oudere knarren Bernlef, Remco Campert en Theo Loevendie duikt de volgende bedenking op:

“Voor snelle feitelijke mededelingen is het ideaal, maar bij onderwerpen die onderhevig zijn aan meningen en gevoelens is het risico van verkeerd begrepen worden zeer groot. Je hoort de ‘toon’ niet en dat is vooral voor mij erg lastig omdat ik nogal eens dingen kan mailen die ik ironisch bedoel. Zo schreef ik Kees van Kooten onlangs dat ik een molotovcocktail bij De Bezige Bij naar binnen zou gooien (ik heb niets tegen de Bij, integendeel) maar dat is voor een Hagenaar misschien wel een erg agressief Amsterdams grapje.”

Naar aanleiding van een lezing van Claire Colebrook  in New York:Irony is over’  meldt Yra van Dijk op De Amsterdamse Lezing:

“Irony is over’, concludeerde Claire Colebrook gisteren een lezing in New York. De hippe Australische stelde dat de westerse filosofie en literatuur weliswaar altijd ironisch is geweest, maar dat daar nu een einde aan is gekomen. Zelfs de bodemloze postmoderne ironie, die niet meer verwees naar een achterliggende waarheid, was niet meer dan een teken van het einde van het ironische tijperk. “

 “Volgens een Deleuziaanse voorspelling gaan we een nieuw, onironisch maar eerder humerous tijdperk in. Humor, in tegenstelling tot ironie, suggereert een leven en een kracht die uitstijgt boven betekenissen.”

(zie ook dit bericht)

… en van Baudelaire…

Nieuwe website Poetry

mei 27, 2011

online…


Kate Moss gaat haar intrek nemen in no 3, The Grove, Highgate, London waar de romantische dichter Samuel Taylor Coleridge van zijn opiumverslaving probeerde af te komen. (zie The Guardian)

THE ILL WIND PROMISES

When the oscillator hums, I’ll hold your hand
When they come to get you, I’ll pull you aside
When the engine purrs, I’ll find the right words
When the music stops, your lips may have to part

(…)

Poetry’s Poem of the day is vandaag van Ann Cotten. (lees ook het interview met Cotten-vertaler Erik de Smedt deel 1 en deel 2)

Ze zal bovendien een masterclass geven getiteld: “Physical distortion as a poetic device FOR WHAT’ – zie programma op de nieuwe site van Poetry.

The Destroyed Room 1978 © Jeff Wall

I begin by not photographing,” luidt het adagium van Jeff Wall. De Canadese kunstenaar draagt nooit een camera bij zich, maar doet indrukken op, als een flaneur van de straat geplukt of ontsproten aan zijn bewondering voor andere kunstenaars – Pollock en Velázquez, maar ook Kafka, Dürer en Fassbinder.” >> Lees het interview met Jeff Wall op BDW.

Niet te missen expo van de Canadese fotograaf Jeff Wall in Bozar

*

Breyten Breytenbach prijst aan:  Imagine Africa

*

Ikzelf prijs u aan: “Op 21 september 2006 plaatste Jeroen Mettes (1978) een lege post op zijn blog Poëzienotities; diezelfde dag maakte hij een eind aan zijn leven. Hij liet een indrukwekkend en vernieuwend oeuvre na, dat op 7 juni 2011 om 17:15 wordt gepresenteerd in de HEMA van zijn thuisstad Den Haag, Grote Marktstraat 57. Zijn nagelaten werk wordt bij uitgeverij Wereldbibliotheek in twee banden uitgegeven: N30+ en Weerstandsbeleid.” (Lees het programma met o.a. Jan Baeke, Tsead Bruinja, Geert Buelens, Samuel Vriezen op nY)

*

“De positie van T. van Deel in de Nederlandse poëzie is wat wankel. Enerzijds is hij een ‘bobo’ geweest door zijn kritisch werk, zijn recensies en contacten (jurywerk). Anderzijds staat zijn oeuvre ook wat in de schaduw. ” (op het blog van Johan Velter)

*

Does it matter if poetry is unpopular?
Not at all: I cannot understand the contemporary clamour which insists that unless poetry is popular it is somehow failing. Poetry will survive however few its readers. (Interview met Oxford Poetry Professor Geoffrey Hill)

*

“Schrijf een verhaal waar wij om kunnen lachen en uw slachtoffer niet.” – De PC Onthooftprijsvraag van Propria Cures.

*

Over Brak de waterdrager van Lies Van Gasse.

*

Twee minuten van Ivo Victoria

*

Het laatste woord zij aan u.

%d bloggers liken dit: