Uw vrienden Louis Paul Boon en Hugo Claus zagen het wel zitten om met u te bouwen.

Albert Bontridder:”Ik heb nooit in het project (een futuristisch schrijverspaviljoen, in 1966, red.) voor Hugo Claus geloofd, al bleef ik hem sympathiek vinden. Hij heeft me aardig bij de neus genomen. Bij zijn grote vierkantshoeve met strodak in Nukerke wou hij een schrijverskamer, maar hij vond er de middelen niet voor. Al bewees de prachtige restauratie van minstens één vleugel van de hoeve dat hij wel geld had. Ik denk dat hij nooit in dat schrijverspaviljoen heeft geloofd, al hield hij me aan de lijn (zie brief onder aan dit stuk). Net als Louis Paul Boon, die geloofde ook niet in mijn concept (1952). Hij wou gewoon een kotje in een groene zone neerzetten. Maar omdat dat eerst niet lukte, gaf hij mij de verantwoordelijkheid. Ten slotte heeft hij mijn ontwerp toch gebouwd, zonder vergunning, en er nog koterijen aan toegevoegd. Voor de villa van Marc Galle (1976) daarentegen was er te veel blind respect voor mijn werk, want hij had zelfs de kolos van een schoorsteen niet opgemerkt die ik midden in zijn woonkamer had getekend.”  – lees het interview uit 2006 met dichter-architect Albert Bontridder op BDW.   Bontridder kwam onlangs in het nieuws vanwege zijn vergeten 90-e verjaardig (zie dit bericht).

Wagner in de Met

april 30, 2011

De Paris Review is duidelijk: “This year the Metropolitan Opera is rolling out a new production of Wagner’s famed four-opera cycle The Ring of the Nibelung, and I’m here to tell you that whether or not you like opera, this is an experience that is not to be missed.” Lees het uitgebreide Wagner-stuk.

[Over  dit stuk op de Paris Review maakt Johan Herrenberg via facebook de volgende interessante opmerking: “Leuk stuk. Hoewel de schrijfster aan het slot de fout maakt te denken dat de Ring eindigt met het eind van de wereld. Dat is niet zo. Het Walhalla gaat op in vlammen. En de Rijn treedt buiten zijn oevers. Maar intussen schrijft Wagner in de regie-aanwijzing dat de mensen ernaar staan te kijken. De Ring eindigt dus volledig open.]

Paul Valéry in “Poésie et pensée abstraite”

“De grote schilder Degas herhaalde me (Paul Valéry) vaak  deze terechte en eenvoudige opmerking van Mallarmé. . . Op een dag zei hij tegen Mallarmé: ‘Jij hebt toch een vreselijk vak. Ik slaag er niet in om te zeggen wat ik wil, en toch loop ik over van ideeën. . .’  En Mallarmé antwoordde: ‘Mijn beste Degas, men maakt geen poëzie met ideeën maar met woorden.”

Bernlef over Poetry International 1978:

“Laat ik voorop stellen dat PI een unieke manifestatie is die beslist niet mag verdwijnen. Maar zo langzamerhand wreekt zich de weinig doordachte manier waarop het festival wordt opgezet. Wanneer je de jaarlijks uitgenodigde groep dichters bekijkt valt er geen enkele lijn in de keuze te bekennen. De enige noemer voor de festivalorganisatie lijkt te zijn dat iemand een dichter is. ” 

Gerbrand Bakker:

“Altijd al vind ik het best moeilijk om antwoord te geven op vragen en de laatste tijd valt me op dat ik niet veel meer te zeggen heb.”

Gerbrand Bakker:

“De schnitzel die ik at in eetcafé De Appel – tevens gevestigd te Hengelo – was zeer lekker, de gebakken aardappeltjes ook. De witte wijn was goed en zelfs de dubbele espresso mocht er wezen en nóg bleef de rekening onder de 20 euro! Waar vind je dat nou nog? “

Dichter Bij De Bezige Bij

De schrijver klimt op een tafel,
maant tot stilte
en zegt:
‘ik ben de enige hier die van geen enkel belang is’

iedereen klapt en juicht hem toe,
voelt zich duizelig worden van geluk

iedereen ziet hoe de schrijver wankelt,
met plaatsvervangende nederigheid
door een lezer wordt opgevangen

en in een verloren hoekje wordt weggezet

het leven is een feest en moet verder

en iedereen fluistert in het oor
van iemand in zijn armen:
‘o, waren wij ook maar van geen enkel belang, jij en ik…’

Toon Tellegen, Schrijver en lezer
(met tekeningen van Boris Tellegen. Verschijnt op 6 mei.)

Meer gedichten in voorselectie op Athenaeum Boekhandel.

“In Herfstnacht, een van de indrukwekkendste gedichten uit de bundel, gebeurt bijna niets. Het begint te regenen, een regendruppel spat uit elkaar op de waslijn, een andere schampt de vuilnisbak en slaat te pletter op een tegel, weer een andere komt op het blad van een esdoorn terecht en zal ‘als het zover is’, tussen het gras verdwijnen, ‘op een andere plek dan waar/ straks het esdoornblad gaat landen’. Dit is sublieme vanitas-poëzie. Tien jaar geleden had ik niet kunnen vermoeden dat Martin Reints de J.C. Bloem van de 21ste eeuw zou worden.” Lees de bespreking van Piet Gerbrandy  op De Groene Amsterdammer.

“De enige Nederlandse dichter wiens werk me werkelijk uit het lood heeft geslagen, is Martin Reints. Hier was de wereld zoals die is, zonder de saus erover die literatuur heet, zonder de riedel die naar poëzie klinkt. De gedichten van Martin Reints zijn hypertoegankelijk, je hoeft er helemaal niet in te komen, je bent er meteen in. Het is geen Faverey of Van Dixhoorn, wier regels je langzaam verleiden. Het is er meteen, bij eerste lezing. En het is ook niet zomaar realisme. De gedichten waren ongeveer zo kaalgeslagen als de allereerste films van Wim Wenders. Er staat spanning op iedere regel.” Erik Lindner over dezelfde bundel eerder  in De Groene Amsterdammer.

“Wie van meet af geen goed oog had in dat huwelijk van Charles en Di, was Johan Anthierens. Van hem de vraag : ‘Waarom wordt een klein miljard mensen gemobiliseerd, omdat een Engelse jongen met lange neus en wapperende oren met een rozig lief rund van een meisje trouwt, niets meer dan dat?’

‘Engeland is een economisch kadaver,’ schreef Anthierens na het huwelijk. ‘ Men heeft dat geraamte met hermelijn omhangen en de voltallige Britse natie, heeft in kinderlijke opgetogenheid “o!” geroepen.’ En hij herinnerde aan de uitspraak van prins Philip, vader van Charles, over de werklozen. ‘Ik snap het niet meer, enkele jaren geleden drong iedereen aan op meer vrije tijd en nu ze alle tijd hebben, jammeren ze om werk.’” (Rik van Cauwelaert op Knack)

“Het toeval is een god in de literatuur. En het toeval is de zuster van de improvisatie. Als schrijver weet ik niet goed wat ik wil. Wat ik wil schrijven, weet ik pas als het geschreven is, als de zin op papier staat. Maar ik zie de volgende zin nog niet. Hij komt er langzaam aan.” interview met György Konrád op Knack.

1974. Robert Mapplethorpe Foundation. Courtesy Sean Kelly Gallery

Patti Smith (foto) over Mapplethorpe: “I was his first model, a fact that fills me with pride. The photographs he took of me contain a depth of mutual love and trust inseparable from the image. His work magnifies his love for his subject and his obsession with light.”

*

“Toen ik op een meidag hoorde dat De Coninck gestorven was, klom ik tijdens de les Engels op mijn stoel en las een gedicht van hem voor. Welk gedicht dat was? Geen idee, ik weet enkel dat de klas stil werd en dat mijn stem trilde. Ik herinner me de krop in mijn keel, hoe die hielp om later eigen klanken te vinden. Mijn wereld beefde even toen hij stierf. “ Marie Meeusen over ‘Klaarlichte nacht’, een verzameling op muziek gezette gedichten van Herman De Coninck door theatergroep Flint.

*

“In Voor mannen is’t niet erg zijn veertig kwatrijnen bijeengebracht uit acht verschillende bundels, die Korteweg publiceerde tussen 1971 en 2005. Het valt op hoe de dichter bijna vier decennia lang trouw is gebleven aan zijn ironisch-romantische poëtica. Niks geen Romantic Agony, heette zijn debuut, en de ironie van die titel zet nog altijd de toon voor zijn recente werk, dat natuurlijk net wél romantische thema’s als vergankelijkheid, melancholie en herinnering aansnijdt. De humor maakt de tristesse van zijn verzen makkelijker verteerbaar. Maar legt in sommige gevallen grotesk de naakte, ongemakkelijke waarheid bloot (…)” Bart Van der Straeten op Cobra.

*

“Binnen- en buitenwereld, het hoge en het lage, ernst en Spielerei ontmoeten elkaar in Schoutens poëzie. Of dat zo nodig postmodern moet genoemd worden, is maar de vraag. Het ik van de dichter is zichtbaar, maar ontsnapt ook graag en laat zich niet graag op een eenduidige manier vatten. Vooral hierin zit volgens mij de kracht van de poëzie van Rob Schouten.” Paul Demets over ‘Vuil Goed’ van Rob Schouten.

*

“Ik ben aanwezig bij de Willem Arondéuslezing, uitgesproken door Thomas von der Dunk. Het is om de hoek. We staan op het Vlooienveld,tegenover het Provinciehuis. Von der Dunk is in zijn lezing kritisch op de PVV, het provinciebestuur zegde zijn lezing af. Nu staat hij buiten, voor het provinciehuis en spreekt een menigte van brave blanken toe. Ik sta ertussen. We hebben brood en bier mee.Kortkortverhaal van Joubert Pignon.

*

Antjie Krog

*

Kenneth Goldsmith over de aftands geworden mythe van de originaliteit waarbij hij een voorbeeld geeft uit zijn eigen praktijk als docent literatuur en vervolgens Marjorie Perloff’s notie van ‘unoriginal genius‘ citeert als internetvariant van het vroegere romantische geïsoleerde genie:

“each semester, I force my students to purchase a paper from paper mills and present it as their final project as if they wrote it themselves. Each student must stand up in front of the class and present it with such irrefutable conviction as if they themselves wrote it and truly believe every word of it. Failure to do so convincingly results in group censure from the class, and ultimately in a lower grade.”

“Marjorie Perloff has recently begun using the term “unoriginal genius” (the title of her forthcoming book on the subject) to describe a new tendency emerging in literature. Her idea is that due to changes brought on by technology and the internet, our notion of genius — a romantic isolated figure — is outdated. An updated notion of genius would have to center around one’s mastery of information and its dissemination. Perloff has coined a term, “moving information,” to signify both the act of pushing language around as well as the act of being emotionally moved by that process. She posits that today’s writer resembles more a programmer than a tortured genius, brilliantly conceptualizing, constructing, executing and maintaining a writing machine.”

op Jacket2

+ Tijdschriften-update:

  • Lees ook dit origineel interview dat Yang (Sarah Posman) had met Goldsmith, waar hij de anthologie aankondigt.  Eerder publiceerde Yang een vertaling van Goldsmith in een dossier over POST-Language  samengesteld door Perloff op verzoek van Geert Buelens.  (Yang 1998 – zie archief – de introductie van Perloff is hier te lezen)

Op Poetry Foundation kijkt founding father Kenneth Goldsmith terug op 15 jaar Ubuweb. Zelf staat hij verbaasd dat het project nog bestaat. Het wordt gerund zonder geld en draait volledig op vrijwilligers.  “UbuWeb kan bekeken worden als de Robin Hood van de avant-garde”, aldus Goldsmith, “maar in plaats van de ene te bestelen om aan de ander geven, hebben we het gevoel dat we uiteindelijk aan iedereen geven.” Enkele citaten uit zijn terugblik:

“Omdat het nooit is opgezet als een permanent archief, zou Ubu kunnen verdwijnen om een paar redenen: onze ISP (Internet Service Provider) trekt er de stekker uit,  de universiteit steunt ons niet langer, of we zijn het gewoon moe.  Ingelijfd worden bij een grotere entiteit is uitgesloten:  we zijn niet te koop.  We genereren geen geld. Wat we hosten heeft nooit geld opgebracht.  Integendeel, de site is opgevuld met het afval en de ephemera van grote kunstenaars—the music of Jean Dubuffet, the poetry of Dan Graham, Julian Schnabel’s country music, the punk rock of Martin Kippenberger, the diaries of John Lennon, the rants of Karen Finley, en pop songs by Joseph Beuys—materiaal dat oorspronkelijk in kleine uitgaven bestond en snel verdween.”

“Hoe gaat het allemaal in zijn werk? Het belangrijkste is dat UbuWeb niet op geld draait:  al het werk wordt door vrijwilligers gedaan. Onze server en bandbreedte is een schenking van verschillende universiteiten, die UbuWeb gebruiken als een studieobject (…).  Wat de content betreft heeft elke afdeling een redacteur met een eigen expertise. Ubu wordt constant bijgewerkt maar de missie is anders dan de wrakken van een blog; we vergelijken het eerder met een bibliotheek die steeds uitbreidt in onverwachte en onclassificeerbare richtingen. Na 15 jaar host UbuWeb meer dan 7,500 kunstenaars en duizenden kunstwerken.  Je zal er nooit een advertentie, een logo of een verzoek om donatie vinden. UbuWeb is altijd vrij en toegankelijk geweest voor iedereen en zal dat altijd blijven.”

“Op dit ogenblik hebben we geen concurrentie en dat stemt ons niet gelukkig.  We betreuren dat er maar één Ubuweb is: waarom zijn er geen dozijnen van een gelijkaardig slag? Als we de kunstwereld in beschouwing nemen, dan lijkt het probleem een combinatie te zijn van vasthouden aan een oude economie (die trouwens goed werkt in een exploderende markt)  en een gevoel van onrust, vooral in academische kringen, waar het internet niet altijd op academisch krediet kan rekenen.”

Lees het volledige stuk op Poetry Foundation. En neem natuurlijk ook een kijkje op http://ubu.com/

Zwagermans verzamelde kunstbeschouwingen “Alles is gekleurd” kregen een enthousiaste bespreking in NRC.

Vodpod videos no longer available.

Joost Zwagerman over James Ensor, posted with vodpod

Schrijvers en facebook

april 27, 2011

Joost Zwagerman:

“De reden van vertrek? Die fijnste afleiding van je werk’ eiste zó veel tijd en energie op dat het vrolijke tijdverdrijf sluipenderwijs die tijd genadeloos dreigde op te slokken. Facebook is als een bruisende receptie of een eeuwig durend spectaculair feest dat je bijna niet meer durft te verlaten uit vrees alle tornado’s van positiviteit en andermans eloquentie en hartelijkheid te missen. Het daagde mij dat ik beland was in een sekte waar niemand volgeling is omdat iedereen de Bhagwan zélf kan, mag, nee: móet zijn. Miljoenen shiny, happy people op een kluitje, dat is een paradijs waarover niemand durft te verklappen dat er toch echt muren omheen staan. Die muren zijn van fluweel, stel ik me zo voor, je kunt er behaaglijk tegenaan leunen, maar het blijven muren.”

Gerrit Komrij:

“Het woord vriendschap is door Facebook onherstelbaar verbeterd.
In het café dat Facebook heet hebben de querulanten, de zeurkousen en de mensen met een bord voor hun kop de langste adem. Maar je ontmoet er ook geinige types, die niet op hun achterhoofd zijn gevallen. Verdwaald, uiteraard, net als jij.
Absorptie en tijdverlies, Facebook vreet je op. Verslaving, rage… een normalisatie is nog lang niet in zicht.
Sommigen geven er helemaal de brui aan. De facebookvermoeide deed zijn intrede. “

Ivo Victoria:

“Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat met name een groot deel van de recente social media gebruikers deze media op een heel andere manier benaderen, namelijk: als een doel op zich. Ze posten niet omdat ze iets willen vertellen, maar om er reacties op te krijgen. Ze delen niet omdat ze het fijn vinden andere mensen op iets moois te wijzen, maar om complimenten te krijgen voor hun vondst. Tot deze lichting behoren een enorme schare artiesten uit allerlei kunstdisciplines die opzichtig profilering nastreven waaruit erkenning moet volgen waaruit verkoop van hun product moet volgen. Tja. Dan wordt het inderdaad heel vermoeiend. En frustrerend. Want het publiek doorziet hun behaagzuchtige gedrag met gemak en hoe harder zij hun best doen, hoe minder geloofwaardig ze worden “

Gerwin van der Werf:

 “Shit, ik ben ineens volstrekt onzeker over mijn motieven aangaande Facebook. Hang ik hier niet eigenlijk rond omdat ik om aandacht verlegen zit? Omdat mijn mediacoverage nul komma balletje is, en ik toch iets moet doen om straks weer een paar boeken te kunnen verkopen? Zing ik schaamteloos oude liedjes van anderen? Wat steekt er achter de drang om mijn profielfoto om de twee, drie weken veranderen? Jandorie, het zijn vragen uit het echte leven.”

De grootste stilist van ons allemaal is misschien wel Vladimir Nabokov, al vind ik mezelf ook niet slecht. Benno Barnard.

“Pinter leaves me speechless. Just unbelievable. A poem like ‘American Football’ or ‘The Disappeared’. TS Eliot of course. Ted Hughes. WB Yeats. James Joyce.” She leans forward, freshly excited. “Just that feeling of reading something profound and having your breath quite literally taken away by the end of a piece. I’m reading John Burnside’s poems at the moment. Do you know his work? I’m getting that feeling – just reaching the end of every poem, going ‘Oh my God!'”  Punkzangeres PJ Harvey in The Guardian naar aanleiding van haar nieuwe cd Let England Shake

*

“Deze week verschijnt bij uitgeverij Luster het boek Beste buren, een verzameling essays van Belgische schrijvers over Nederland en Nederlandse schrijvers over België. ”  Ivo Victoria.

*

Krijg een oorvijg uit de hemel.
Voel of ik overal nog heel ben.
Of mijn haren in brand staan.
Of mijn ziel ergens zweeft.
(…)
Twee gedichten van Jacobus Bos op de Revisor.

*

“My husband John Lennon was a very special man. A man of humble origin, he brought light and hope to the whole world with his words and music. He tried to be a good power for the world, and he was. He gave encouragement, inspiration and dreams to people regardless of their race, creed and gender. For me, he was the other half of the sky. We were in love with each other like the most vehement of lovers to the last moment. ”  Yoko Ono schreef in 2000 een brief  toen er sprake was om Lennons moordenaar Mark David Chapman vrij te laten.

*

“Ik zou willen spreken over iets wat in het algemeen klakkeloos wordt aangenomen, maar vervolgens allerminst vanzelfsprekend blijkt: de kunst van het publiceren van boeken. En ik zou allereerst een ogenblik willen stilstaan bij de notie van het uitgeven op zichzelf, omdat die naar mijn idee wordt omhuld door een flink aantal misverstanden.”  Roberto Calasso – De uitgeverij als literair genre.

*

De Zweedse muzikant Carl Michael Von Hausswolff reisde naar Ethiopië om de voetsporen van Rimbaud te volgen. De directe aanleiding was het toneelstuk ‘I is another’ van de Zweedse regisseur Michael Azar, dat gebaseerd is op de beroemde brief die Rimbaud in zijn jeugd schreef. Azar vroeg aan Von Hausswolff om naar Harar af te reizen om daar de sfeer op te snuiven. CM verbleef er tien dagen en maakte geluidsopnames die hij verwerkte voor het toneelstuk en die tenslotte ook terechtkwamen op het album ‘800 000 seconds in Harar’ dat zopas uitkwam op Touch. (Peter Wullen)

*

“Dit is het onevenwichtigste weblog sinds de Openbaring van Johannes.” en vooral de oninteressantste gastblogger sinds tijden op Tirade.

*

Poëzie en beeldende kunst uit de oude schildersdoos.

*

Uw vier-uurtje : smakelijk

Pina

april 26, 2011

Tanzt, tantzt, sonst sind wir verloren.
Pina Bausch.

Pina is Wim Wenders’ elegie voor één van Duitslands grootste choreografen: Pina Bausch. Interview met Wenders op Dazed Digital.

William Carlos Williams vertaalt een gedichtje van de Chinese dichter Li Po.

*

“Soms schrijf ik terwijl ik strontlazarus ben, in de wetenschap dat meer dan negentig procent troep zal blijken. Maar wanneer ik het de volgende ochtend nuchter overlees, vind ik toch meestal twee of drie gekke, leuke ideetjes die heel erg bruikbaar blijken.” Ilja Pfeijffer

*

“Ik hoorde Jules Deelder op de radio. Hij begon zijn gedicht ‘De dood’ uit zijn nieuwe bundel Ruisch op te zeggen – of voor te lezen, dat kon ik niet zien. ‘De dood is hier / De dood is daar / De dood is ver / De dood is na.’ Zo begon het, in een hoog tempo. En zo ging het door, in net zo’n hoog tempo. ‘De dood is sterk / De dood is zwak / De dood is wit / De dood is zwart.’” Guus Middag over ‘Ruisch’ van Jules Deelder.

*

“Marjolijn van Heemstra (1981) zou blij zijn als haar gedichten meer mensen zouden bereiken dan de ‘tweeduizend standaard poëzielezers en de vriendinnen van [haar] moeder’. Dat schrijft ze op haar website, waar ze, om nu net dat bereik te vergroten, veertig bekende en minder bekende Nederlanders alle gedichten uit haar debuutbundel Als Mozes had doorgevraagd laat voorlezen – en het zijn niet van de minsten want we herkennen, onder meer, Youp van ’t Hek, Henny Vrienten, Ramsey Nasr (die ik onlangs, maar dat terzijde, op YouTube iets formidabels zag doen met het lied ‘Stalen boor’ van Wannes Van de Velde, u moet maar eens gaan kijken).” Pascal Cornet over het debuut van Marjolijn van Heemstra Als Mozes had doorgevraagd.

*

“De leegloop in de literatuur van de laatkapitalistische epoche toont zich zoals bekend hierin, dat dichters met vertwijfelde transformaties van de oude burgerlijke inhoud onafgebroken proberen nieuwe horizonten te bereiken. Zo treedt een eigenaardige vorm van verval op, namelijk de scheiding tussen vorm en inhoud van een kunstwerk, omdat de vorm, die nieuw is, zich afzet tegen de inhoud, die oud is. Met andere woorden: louter nieuwe inhouden verdragen nieuwe vormen. Ze eisen die zelfs op. ”  Marc Kregting

*

“After a burst of attention at the beginning, most of his writing life was spent in obscurity that lifted only toward the end. Zukofsky’s poetry was always articulated to a pitch that did not invite casual reading.

And he himself was a paradoxical figure: before World War II, a left-wing hyper-experimentalist who wrote for social justice; after WWII, when the avowed Fascist and assiduously anti-Semitic Ezra Pound was in disgrace, Zukofsky remained loyal to Pound’s poetics. Throughout his decades of near-anonymity, however, he persevered in his epic ambitions and finished “A” in 1974, almost a half-century after he began it and four years before his death in 1978.”  Bob Perelman over Zukovsky.

*

Before We Were Born

The streets were asphalted
before we were born and all
the constellations were already formed.
The leaves were rotting
on the edge of the pavement,
the silver was tarnishing
on the workers’ skin,
someone’s bones were growing through
the length of the sleep.

Europe was uniting
before we were born and
a woman’s hair was spreading
calmly over the surface
of the sea.

Nikola Madzirov

Nikola Madzirov (dichter, essayist, vertaler) stamt uit een Balkan-vluchtelingenfamilie en werd geboren in 1973 in Strumica, R. Macedonia.  Zijn poëzie werd vertaald in dertig talen en is opgenomen in Amerikaanse, Europese en Aziatische bloemlezingen. Voor zijn bundel Relocated Stone (2007) kreeg hij de  Hubert Burda Europese poëzieprijs voor schrijvers geboren in Oost-Europa (de jury werd voorgezeten door Peter Handke en Michael Krüger), en de meest prestigieuze Macedonische Poëzieprijs Miladinov Brothers.   Voor zijn boek Locked in the City (1999)kreeg hij de  Studentski Zbor prijs voor het beste debuut, en voor zijn poëzieverzameling Somewhere Nowhere (1999)de Aco Karamanov prijs.  Van zijn poëzie werden twee kortfilms gemaakt, opgenomen in Bulgarije en Kroatië.  De hedendaagse jazz componist Oliver Lake, die ook met Björk en Lou Reed samenwerkt, componeerde muziek gebaseerd op Madzirov’s gedichten. Madzirov is tevens coördinator bij de poëziesite Lyrikline.

“Het belangrijkste voor mij is stilte. Niet zomaar de stilte maar de stilte die niet gebonden is aan punctuering of het ritme van de ademhaling. Ik beschouw het het vertellen van verhalen als een genetisch essentiële manier om culturele en intellectuele bagage door te geven die je niet in een testament terugvindt.  Het is een drang die voortkomt uit de angst om vergeten te zijn, die groter is dan de angst voor de dood. In de Balkan vertellen mensen graag lange verhalen aan het graf van overledenen om hem/haar een enorme wit marmeren grafsteen te geven waarop ze een tekst kunnen schrijven die de lengte heeft van een krantencolumn. (…) Ik ontdek poëzie als een stem die noch tot de lucht noch tot het blanco blad papier behoort, noch tot de zwarte inkt in de pen of de printer. Ik hou ervan om opnieuw te vertellen, maar niet om beloftes of testamenten mee te delen;  Ik wil schrijven maar niet met mijn ogen en oren gesloten. Zoals Jean Cocteau zei: “De dichter vindt niet uit. Hij luistert.”

Lees hier het interview en vijf Gedichten.

Albert Bontridder…

april 25, 2011

De dichter Albert Bontridder is 90 jaar geworden. Enkelen waren verontwaardigd dat deze verjaardag stilzwijgend is gepasseerd, dat het Fonds geen kaart naar de jarige gestuurd heeft en dat de minister gezwegen heeft. Maar wie dicht er nu om verjaardagskaarten te krijgen? Wie wil erkenning krijgen van onbenul? Wat is het belang van dit zagen en klagen? Waarom nemen de klagers toch zelf geen initiatieven? Een dichter wordt geëerd door zijn werk te lezen, zijn boeken te kopen. In 2004 gaf Druksel een bundel uit van Bontridder. Willen de klagers mij de bundel tonen die ze toen gekocht hebben? ”  Johan Velter

Johan Velter zinsspeelt hier op de Druksel-uitgave uit 2004:  De tuinen van Naxos. In een van de gedichten komt volgende boekdelen sprekende regel voor (met dank aan Arnoud van Adrichem voor de tip):

Volstaat het niet te zeggen:
het was,
het is,
het blijft,
wie ook getuige zijn?

Deze documentaire over Jean-Paul Sartre maakte deel uit van de  BBC documentaire  Human, All Too Human,  waarin het Existentialisme werd geschetst aan de hand van leven en werk van drie filosofen: Friedrich Nietzsche, Martin Heidegger, en Jean-Paul Sartre.

De documentaire begint bij de persoonlijke vaststelling van Sartre dat hij zich slecht eenmaal ‘echt vrij’ heeft gevoeld en dat was tijdens de Nazi-bezetting van Frankrijk. Daarna wordt de ontwikkeling van Sartre als schrijver en denker onderzocht en met name Sartres wisselvallige opvattingen (via Dangerous Minds.)

The future of the novel

april 24, 2011

“I do, sometimes—rarely, I think—want to know, “What do you think other people are going to be thinking about in 20 years?” or “How do you feel humankind, generally, is going to feel like in 50 or 100 years?”

But mostly I want to know, “What are you thinking about?” and “How do you feel?” – Tao Lin op The New York Observer.

Luanda Casella komt van Brazilië en woont al enkele jaren in Gent. Ze is o.m. gastvrouw en drijvende kracht achter de reeks Spoken Thing, een reeks waarbij telkens een ‘Spoken Word’- artist in gesprek gaat met één of twee muzikanten. De tweede aflevering van deze reeks rond woord en muziek heeft plaats op 5 mei in de Zebrastraat: dan brengt Silence Fini een korte reis in het universum van weerstand en absolute zachtheid van Paolo Pasolini, op muziek gezet door Dick van der Harst, Paola Bartoletti en Giovanni Barcella in de traditie van de “cantata poetica”. (meer info). De reeks sluit af op 29 mei in het open amfitheater van het Citadelpark waar Luanda Casella, Giovanni Barcella en Peter Flynn, samen met hun gastmuzikanten het podium delen. Be there: Braziliaanse charme, abstracte woordkunst en experimentele muziek: een zelden gezien aanstekelijkse mix.

In onderstaand fragment zien we Luanda Casella in The Chicken Factory:

%d bloggers liken dit: