Als alternatief voor wie vanavond het Kluger Hans-effect niet kan meemaken:  deze evergreen van de Vlaamse charmezanger Will Ferdy naar ’t Schrijverke van Guido Gezelle, hier in een uitvoering van Bart Vandekerkhove en Stan Driesen:

Dierenwinkel

Ik werk in een dierenwinkel. We verkopen vissen, knaagdieren en vogels. Met honden en katten zijn we gestopt. Die markt ligt te veel open. Als dierenwinkel kun je niet concurreren met de prijzen van asiels.
Iedere ochtend loop ik langs de kooien en aquariums om de dieren te voeren. Zouden er op andere planeten ook wezens wonen die hun medebewoners in winkels verkopen?

Joubert Pignon

 

Bovenstaand kortverhaal is van debutant Joubert Pignon. Meer van zijn bijtend, grappige kortverhaaltjes kan u lezen in de nieuwe Kluger Hans nr 9. Een rijkelijk gevuld nummer met oa: – 7 jaar Krikri – gedichten van de Hongaarse Krisztina Tóth –  zes dichteressen….
Donderdag 31 maart bestijgt Kluger Hans het podium in Gent:  het programma.
Vrijdag 1 april vindt in Gent Krikri 2011 – De Zeven Geheimen van Maurice Maeterlinck plaats, ook in samenwerking met Kluger Hans.
En dan is het in 1 ruk door naar De Nacht van de Poëzie in Vooruit in Gent.

Jongens, meisjes, ik weet het: poëzie is raar.
Wie het schrijft. Wie het leest. Wie er een mening over heeft. Raar, raarder, raarst.
Bretellen, vesten in velours, een neus die net te groot is of een hemd met gele ruiten.
Raar.
Dat al die dichters op 2 april de Vooruit bezetten is dus best wel eng. Ik vind het ook griezelig. Al die enjambementen. Dat ritme. En hun grapjes over Dirk. Brr.
(Eva Mouton zal ook aanwezig zijn op de Nacht van de Poëzie)

 

JMW Turner, The Eruption of the Souffrier Mountains in the Island of St. Vincent, at Midnight, on the 30th April 1812, from a Sketch Taken at the Time by Hugh P. Keane, Esqre 1815   © The Victoria Gallery & Museum, University of Liverpool

Zes hedendaagse kunstenaars gaan de confrontatie aan met een schilderij van Turner, ter gelegenheid van de opening van het gloednieuwe Turner Contemporary in Kent, Zuid-oost Engeland. Met Daniel Buren, Ellen Harvey, Conrad Shawcross, Russell Crotty, Teresita Fernández, Douglas Gordon.

*

“het gedicht ‘Ars poetica voor een blondje’. Valt niet alleen op door de prikkelende titel, maar kan wat ons betreft zonder verpinken in de hall of fame van de Nederlandstalige poëzie. ” Philip Hoorne in Knack over de nieuwe Barnard (hier te beluisteren)

*

“De ruimtes die Celan door zijn vormgeving schept in het wit van de pagina, de ‘Schwimmhäute zwischen den Worten’ (II: 297), zijn leeg’8 en dus ‘bezetbaar’. Het is de plaats waar een ontmoeting kan plaatsvinden, met de ander, met de waarheid of met God, en tevens de ruimte die ons daarvan scheidt. Een lege en op de toekomst gerichte plek, en met de aansporing ‘Schau nicht mehr-geh!’ vraagt Celan zijn lezers om in dat schaduwgebied binnen te treden.”  Yra van Dijk over het wit in de poëzie van Celan op Raster.

*

“De Vlaamse beweging is geen snelstromende vloed. Veeleer kruipt ze traag en meanderend door het politieke landschap, gezapig, haast dicht slibbend en gestremd door het zwerfvuil dat er van her en der wordt in gekeild. Van een stroomversnelling is nooit sprake: het woord “revolutie” blijft een taboe. Men zal hier nog niet zo vlug een groenteverkoper zichzelf in de fik zien steken voor de Vlaamse zaak. De twee grote randvoorwaarden voor een volksopstand zijn bij ons overigens afwezig: er is geen voelbare repressie, de censuur- en manipulatiemechanismen zijn subtieler; en ten tweede is er nog een brede, relatief welvarende middenklasse: de Vlamingen lijden geen honger. Nog niet. Er rest dus slechts een diffuus onbehagen, ook wel zuurtegraad genoemd: het besef dat we opgescheept zitten met een slecht systeem, maar dat we veel te verliezen hebben als we dat systeem drastisch zouden kraken. ” (Johan Sanctorum)

*

Vergeet uw 4-uurtje niet!

Krikri 2001 –

maart 31, 2011

Krikri vzw verkent sinds 2001 hedendaagse poëtische tendensen. Dat resulteerde in de organisatie van zeven internationale festivals, workshops over sonore en visuele poëzie, performances door meer dan 100 artiesten (dichters, musici, multidisciplinaire kunstenaars, …) en optredens door Krikriërs in onder andere Madrid, Londen, Berlijn, München, Wenen en Genève. Daarnaast organiseerde de vzw filmvertoningen, lezingen, open podia en diverse tentoonstellingen rond visuele poëzie waar werk van in totaal 80 kunstenaars werd gepresenteerd.
Maja Jantar, Jelle Meander en Helen White vormen al tien jaar de artistieke kern van Krikri vzw. Vanuit Reykjavik, Berlijn en Gent houden ze een skypegesprek.” >> lees het interview + filmpjes op Kluger Hans.

De in sommige kringen gehate essayist Sven Vitse en in diezelfde kringen nog meer gehate Huub Beurskens krijgen alle lof toegezwaaid op deReactor, een kwaliteitsvol platform voor literaire kritiek dat in sommige kringen op absolute haat kan rekenen:

“Binnen de ecokritiek staat de vraag centraal naar de wijze waarop de natuur in literatuur wordt weergegeven. Op basis van werk van Ton Lemaire en de Britse filosoof Roger Scruton vormt Vitse zich een denkkader dat vervolgens als leidraad fungeert bij het lezen van teksten van Ralph Waldo Emerson en Huub Beurskens. Dit leidt tot een boeiende benadering van Beurskens’ werk als ‘een literair spoorzoeken naar de mogelijkheidsvoorwaarden van de waarneming en beschrijving van de natuur (of in het algemeen van de werkelijkheid).’ Vitse laat zien dat cultuur en het gemoed van de mens volgens Beurskens in belangrijke mate onze waarneming van de natuur bepalen en dat de representatieve tekortkomingen van onze taal de beschrijving van de natuurervaring problematiseren.” Lees Ton van ’t Hof op deReactor alsook het interview met Vitse op Cutting Edge.

“Ah, verleidelijk is het om je met je benen wijd over te geven aan de sappige geur-kleur-en-smaakporno van de betere migrantenliteratuur. Dat ik niet het enige poldermens ben dat zich erdoor laat narcotiseren bewijst het vlekkeloze verloop van Kader Abdollahs eregastschap op het boekenbal. Toen ik daar echter lang en goed naar de vreemdeling keek verdween even de fatamorgana (ik wijt het aan de ontnuchterende, stijlloze muziekmix). Het werd me duidelijk dat er eigenlijk maar één andere saaie oude zool is geweest die er zomaar mee wegkwam om in niet bijster aantrekkelijk Nederlands dikke boeken te schrijven waar helemaal niets om te lachen valt. Er is maar een andere megalomane maniak geweest die ermee wegkwam om die dikke boeken zonder schaamte vol te stoppen met lyriek die we hier rond 1880 ook al een beetje té vonden. Als het naar sandelhout ruikt, een mysterieuze harde G heeft, een tapijt op de bovenlip, en een charmant tikkeltje vrouwenhaat dan lust het beestje in ons er nog wel een hapje van. Een nieuwe Mulisch moest van ver komen.”  (Nina Polak over Kader Abdollah in Propria Cures)

Aanstaande zaterdag vindt de ‘Ronde van Vlaanderen 2011’ plaats. Daarom bespreekt Dimitri Verhulst deze week zijn favoriete Vlaamse wielerfragmenten.

Vodpod videos no longer available.

Dimitri Verhulst – Vlaamse wielerfragmenten – 2…, posted with vodpod

 

Hij is geen interviewbeest (O! understatement) maar over zijn nieuwe bundel Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen wou hij wel komen “praten”: luister naar Leonard Nolens in Cobra… of luister naar de stilte:

“Stilte op de radio is vreemd. En dat vonden de luisteraars ook. Het forum op site van het programma werd overstelpt door reacties. Die reacties waren wel overwegend erg positief.” (De Standaard)

Berlinde De Bruyckere

Op Salon van Sisyfus is een exclusief artikel te lezen over recente Belgische aanwezigheid in de kunstwereld van New York. Informatie uit de eerste hand, want de journalist – Tom Ronse – woont er al jaren. Hij signaleert onder meer:

Berlinde De Bruyckere in Hauser & Wirth galerie: nieuw werk toont, getiteld  ‘Into One-Another To P.P.P.” Die PPP is de in 1975 vermoorde Italiaanse cineast Pasolini waarmee De Bruyckere zich verwant voelt.

Jef Geys in de Carriage Trade Gallery met een installatie  getiteld Woodward Avenue.

Voor zijn eerste solo-show in New York in de White Box Gallery maakte Leon Vranken een serie nieuwe sculpturen die hij er toont naast ouder werk.

In het pas heropende Museum of the Moving Image is het werk van het kunstcollectief Workspace unlimited, geleid door de Vlaming Thomas Soetens, de blikvanger van de inaugurale tentoonstelling.

In het hartje van Chelsea opende David De Buck vorige week een nieuwe galerij met een mooie show van de Franse kunstenaar Zevs.

Lees het volledige artikel op Salon van Sisyfus

Humo: Wat is uw favoriete gedicht?
Van Bastelaere: De Duineser Elegien van Rilke, ofte het denken van de poëzie als denken (als poëzie)
Humo: Welk boek of oeuvre vindt u zwaar overschat?
Van Bastelaere: Dat van Gerrit Komrij, een zeurderige, incontinente nicht van wie de literaire houdbaarheidsdatum al lang is overschreden. Zijn werk zou zelfs in de negentiende eeuw irrelevant  geweest zijn.

*

De zon ging onder, het werd koud. Twee oude zwervers stonden bij het standbeeld van de Titaantjes. Ze keken ernaar terwijl ze Pilsener uit een blik dronken. Een tijd lang zeiden ze niets, ze dronken alleen. Eén van de twee liet een harde boer, daarna liepen ze samen het Oosterpark uit, de avond in, de nacht in. Maartje Wortel

*

“Aangezien in Reis om de dag in tachtig werelden een dergelijke koffer, zeg maar hutkoffer, gul door Cortázar geledigd wordt voor de ogen van het lezende publiek, riep ik dat boek uit tot hét reisboek van de Reisboekenweek. Veel zal het niet geholpen hebben, maar het is altijd leuk als naar aanleiding van een krantenartikel een vriendelijke brief wordt teruggekaatst. Ik kreeg zo’n brief.”  Charlotte Mutsaers over Cortázar in Raster

*

“Zelfs in ons land dook een staaltje van Gods letterkunsten op. In 1633 werd bij Rotterdam een schol gevangen met op de rug een roe, een andreaskruis en vier Griekse lettertekens. Twee anonieme Duitse liedbladen, verlucht met een houtsnede van de vangst, bezingen de betekenis van dit wonderdier. De openingsregels volstaan: ‘Es ist gewisslich an der Zeit / das mercket wohl ihr Frommen / der jüngste Tag ist gewiss nicht weit / Warzelchen sieht man kommen.’ Arie van den Berg over de haring in Raster.

*

“In de inleiding stelt van der Graaff: ‘wie sluw genoeg is om net iets minder lui te zijn dan de rest, gaat de boeken in als een genie.’
Dit is wellicht de enige hoop voor dit nauwelijks verkochte werk. Alleen al vanwege de onleesbaarheid is Katloze Zakken gedoemd een onbetwistbare klassieker te worden.” – “Recensie” van de verzamelde essays van Maarten van der Graaff.

*

Si vous n’êtes pas d’accord avec moi
ne vous énervez pas
La démocratie est faite d’avis différents.
Ben

*

En vergeet uw 4uurtje niet.

*

Cutting Edge koos uit de bloemlezingbundel “De Reis naar Inframundo” een tiental gedichten die ze vervolgens door PPH lieten becommentariëren:

Voor Paul Snoek

Voorbij Vuureiland knarst de tand des tijds./Wijsneuzen verbleken.

Peter Holvoet-Hanssen: ‘Dit gedicht is een eerbetoon aan ‘reizigers in het hoofd’ zoals Paul Snoek, die gedichten schreef als ‘De zeemeerman’: geen gevoelslava maar eenzaamheid tussen de regels. Ook PHH maakte een eigen wereld onder de waterspiegel van het hoofd. ‘Een proces van jezelf afbreken en weer opbouwen, stelde hij bij aanvang. ‘Voor Paul Snoek’ is een oproep, niet in het minst tot de dichter zelf, om een wááier van werelden te scheppen, een uiterst wendbare en fijngevoelige schotelantenne te bouwen – om flarden van een ultieme melodie op te vangen waar geluk en lijden in zijn vervat –  en  tot voorbij de territoriale wateren in de poëzie te varen. Tot waar ‘wijsneuzen verbleken’. IJdelheid verdwijnt uit het vaandel.’

Lees meer op Cutting Edge.

Lees ook de bespreking van Paul Demets op Cobra:

“Hij vindt het niet aangenaam dat hij dikwijls ingelijfd wordt bij de zongenaamde ‘post-postmodernisten’, zoals Paul Bogaert of Jan Lauwereyns. En ook dat klopt, want Holvoet-Hanssen is een troubadour, een marktzanger, een dichter met zo uiteenlopende poëtica’s als die van Herman de Coninck en Dirk van Bastelaere ineen.

In plaats van zich in het spoor van één van beiden te nestelen, heeft hij een derde weg gezocht: die van het avontuur, de ontregeling en de transformatie. Die weg kunnen we nu mooi reconstrueren aan de hand van De Reis naar Inframundo, een ‘bloemlezing-bundel’, waarin we de vijf bundels terugvinden, in de volgorde zoals Holvoet-Hanssen ze in gedachten had.”

De lijst van Carette

maart 29, 2011

Guido Lauwaert reageert op het ‘persbericht’ (“Echte dichters zullen afwezig zijn op 2 april in de Vooruit in Gent) van miskende/misnoegde dichter Hendrik Carette:

Beste Hendrik Carette,

Bedankt voor de publiciteit.
Kan je later op de week van de Gentse Boekentoren springen als protest?
Dat garandeert ons 100 toeschouwers extra en zullen we er ons broek niet aan scheuren.
Want dat dreigt nu voor de 5de maal het geval te zijn.
Wat extra hulp kunnen we gebruiken.

Grüβen aus Gent.

Enige nuancering op de lijst van Carette is hier te lezen.

Achille van den Branden haalt Een lichtgevoelige jongen van Walter van den Broeck uit de kast:

“De Koreaanse oorlog is volop aan de gang en in de VS worden de atoomspionnen Ethel en Julius Rosenberg geëxecuteerd. Maar in een gat als Olen, de geboorteplaats van de schrijver en de held van het boek, kabbelt de tijd rustig voort, hoewel de Derde Wereldoorlog soms akelig dichtbij lijkt. Boven de tafel hangt een koperen petroleumlamp met daaraan een lijmlint dat zwart ziet van de vliegen. Een ingelijste foto van Harry Truman hangt onder opa’s pijpenrek (‘Hij had MacArthur zijn goesting moeten laten doen en hem de Chinees een paar atoombommen op zijn kloten laten gooien’). Tandverzorging is nog niet geheel ingeburgerd zodat iemands gebit eruit ziet “als het kruiswoordraadsel in de Volksgazet”.

Ter ontspanning lezen de mensen de avondliedekens van Alice Nahon. Voor de jonge garde is de buurtcinema een belangrijk instituut om contact te houden met de dromen van de rest van de wereld. Soms brengt nonkel Kamiel straffe verhalen mee uit de Congo, over een missionaris die wordt opgegeten “door miljarden mieren.” ’s Zondags gaat men ter kerke, in een kerk met een groot roosvenster en een ruime deur met ijzerbeslag. Want de Vlamingen zijn nog zeer katholiek, meneer. Voor de vorm toch. Dronkenschap, vechtpartijen, wildneuken en ongewenste zwangerschappen zijn ondertussen niet van de lucht.”

Lees de bespreking op Achille van den Branden.
Meer (jarige) van den Broeck: hier en hier

Kinderballade werd geschreven door Gerrit Komrij en Boudewijn de Groot ter gelegenheid van De Groot’s vijftigste verjaardag in 1994.  Later gecovered door dEUS.  Het staat op Deluxe edition van Worst Case Scenario. Dit is de Deus-versie:

Le petit chevalier

maart 28, 2011

Het is lente en Johan Velter heeft de vogeltjes horen zingen.  In deze korte verkenning huppelt hij van een Engels liefdesliedje uit de 12e eeuw naar Desertshore van Nico om tenslotte het ruime Gregoriaanse zwerk te kiezen. In onderstaand ontwapenend fragmentje zingt Nico’s zoontje Ari ‘Le petit chevalier’ (Björk gebruikte dit liedje trouwens als intro voor haar live-concerten.)

Je suis le petit chevalier
avec le ciel dessus mes yeux
je ne peux pas me effrayer

Je suis le petit chevalier
avec la terre dessous mes pieds
j’irai te visiter
j’irai te visiter

“Ik had haar al benaderd in november vorig jaar, toen zij Un tramway speelde tijdens de Berliner Festpiele. Na afloop van de Duitse première was er een diner. Dankzij de persdame mocht ik niet mee aanzitten. Ik heb haar toen een persmap van de NvdP bezorgd, samen met een folder van de Vooruit. We zullen zien, was haar antwoord. April is nog een half jaar. De dag daarop was er na de voorstelling een perspraatje. Ik zat op de eerste rij, pal voor haar en nadien was er een tweede kort gesprek. ‘Rimbaud! C’est le plus grand. Un copain.’ Het ijs was gebroken. De weken en maanden daarop werd zij via haar agent bestookt met mails en telefoontjes, de ene zakelijk, de andere hartelijk. Als je als man wat wil bekomen van een vrouw moet je haar als een dame behandelen, zelfs al is ze viswijf [sweet Molly Malone].”  Guido Lauwaert grijpt naast Isabelle Huppert als Rimbaud-vertolkster op de Nacht van de Poëzie. Maar vele anderen wist hij weer wel te strikken. Lees zijn recruteringsfratsen op Knack.

*

*  De Frans-Egyptische schrijver en hardnekkig verdediger van de luiheid – Albert Cossery – is in het Engels vertaald. In 2010 verschenen  A Splendid Conspiracy (New Directions) en  The Jokers (NYRB Classics). Meer vertalingen zijn op til in 2011.  In een interview zegt de vertaalster, Anna Moschovakis, onder meer het volgende:

“Een paar seconden Googlen leert je meteen dat Cossery een zelfverklaard anarchist was die zijn hele leven in een Parijs’ hotel heeft doorbracht en die beweerde dat hij met meer dan 2000 vrouwen het bed had gedeeld vooraleer hij op 94-jarige leeftijd de geest gaf. Het klopt dat de drie vrouwelijke karakters in The Jokers archetypes zijn van literair chauvinisme: Urfy’s moeder, de waanzinnige op de zolderkamer; Amar, het hoertje met het  hart van goud; en Soad, de would-be Lolita. Je zou Cossery een gebrek aan verbeelding kunnen verwijten. De meeste artikels over Cossery halen hun mosterd uit de Encyclopedia of African Literature, waarin de volgende zin staat: “Zijn fictie draait volledig rond mannen; als er vrouwen aan te pas komen zijn het meestal prostituees.”

Lees hier het volledige interview. Het debuut van Cosserey verscheen vorige jaar in Nederlandse vertaling: De mensen die God vergat en werd lovend besproken door Bart Van Loo op Knack.  Een degelijke en enthousiaste inleiding over Cosserey is te lezen op De papieren man.

*

*  Het Oost-Aziatische tijdschrift Full Tilt heeft een nieuw nummer uit met oa aandacht voor de overleden grootmeester van het Chinese prozagedicht  Shang Qin en een interview met de controversiële Chinese blogger-dichter Yang Li.  Traditiegetrouw komt in elk nummer een uitgever van Oost-Aziatische poëzie aan het woord. Deze keer is dat Susan Schultz van Tinfish.

* en euh… vergeet uw 4uurtje niet.

In 2010 was de vandaag jarige Van den Broeck genomineerd voor de Librisprijs. Helaas hij won niet. Of niet helaas…:

“Ik heb ook nooit hoge verwachtingen gehad. Schrijven is voor mij een soort levensfunctie. Op de avond van de uitrekking van de Librisprijs zag ik hoe mijn confraters – net als ik – de prijs niet wonnen, maar daar in tegenstelling tot mij diep ongelukkig over waren. Ik begreep dat niet goed. ‘Jongens, toch,’ dacht ik, ‘laat je toch niet in competitie dwingen in zoiets als kunsten?!’ Als er nu één plek is waar volledige vrijheid moet gelden en alle competitie gemeden moeten worden, dan zijn het wel de kunsten. Wie gaat nu zeggen dat dat ene boek wel, en dat andere boek geen prijs verdient? Van meet af aan heb ik me daar tegen gekeerd omdat het een hoop onzin opwekt bij schrijvers. Ze worden ten eerste van hun werk gehouden, en ten tweede maakte het het slechtste in hen wakker. In ieder geval, ik heb me de avond van de Libris-prijs met mijn vrouw kostelijk geamuseerd.”

Lees het interview op Cobra (zie ook dit bericht)

“The signs of the coming apocalypse are many, but none are starker than this Web headline in the April issue of O: The Oprah Magazine: “Spring Fashion Modeled by Rising Young Poets.” Yes. Spring fashion. Modeled. By rising young poets. There follows a photomontage of attractive younger women — some of whom are rising poets mostly in the “I get up in the morning” sense, but all of whom certainly look poetic — in outfits costing from $472 to $5,003.”

De poëzie recensent van de New York Times heeft ambivalente gevoelens over de april editie van Oprah’s tijdschrift O dat in het teken staat van National National Poetry Month.. lees zijn mmja’s en mnee’s in  The New York Times)

“(…) in de roman ‘Lang weekend’ (1968) verschijnt na een pagina of tweehonderd een personage dat Walter van den Broeck heet, en dat onder meer z’n kleine zoontjes erop attent maakt dat ze niet mogen plassen in de doos waarin een heleboel exemplaren zitten van ‘De troonopvolger’, en uitgerekend dat was in 1967 de debuutroman van Walter van den Broeck.

Zulke dingen vond ik fantastisch, net zoals ik ‘Lang weekend’ helemaal ongelooflijk schitterend vond. In m’n topvijflijstje staat dit boek zelfs boven ‘De Witte’, ‘Poes poes poes’, ‘Het Verlangen’en ‘Sprakeloos’. Het is op z’n minst een van de meest komische romans die ooit geschreven zijn, en in de loop der geschiedenis heb ik tegen zeker vijfhonderd mensen gezegd: “Weet je wat jij eens moet doen in plaats van de hele tijd te zitten zuipen op café, achter de wijven aan te lopen of naar blote tetten op het internet te kijken? ‘Lang weekend’ van Walter van den Broeck lezen! En daarna alle andere boeken van Walter van den Broeck!”

Herman Brusselmans over Walter van den Broeck die vandaag zeventig wordt. Een fantastische dag om jarig te zijn trouwens, ik kan erover meespreken.
Dit jaar staat ook de verfilming van Groenten uit Balen op stapel. De schrijver bezocht de set:

Vodpod videos no longer available.

Walter van den Broeck 70, posted with vodpod

Vincent Schmitz in het nieuwe nummer van Parmentier over The Libertine:

John Wilmot (1647-1680), de tweede graaf van Rochester, was niet alleen een Engelse vrijdenker die befaamd was om zijn schandaleuze gedichten en toneelstukken, hij was ook een graag geziene gast aan het hof van koning Charles II, ten tijde van de Restauratie. Zoals dat gaat met charismatische kunstenaars die een zelfdestructief bestaan leiden, stierf Wilmot op jonge leeftijd, 33 jaar oud, waarschijnlijk aan de gevolgen van een geslachtsziekte en overmatige alcoholinname. De laatste jaren van zijn leven vormen het onderwerp van The Libertine (2004), een alweer bijna vergeten film van regisseur Laurence Dunmore, waarvoor scenarist Stephen Jeffreys zijn gelijknamige toneelstuk bewerkte. Op toneel werd Wilmot gespeeld door John Malkovich, die hier gestalte geeft aan de koning, inclusief potsierlijke neusprothese. De hoofdrol in de film is voor Johnny Depp, een acteur wiens cv bestaat uit een imposante stoet van outcasts en einzelgängers.”  (lees het artikel van Vincent Schmitz in de nieuwe Parmentier)

Rochester heet het nieuwe themanummer van Parmentier:  “Op zijn beroemde portret, vermoedelijk geschilderd door Jacob Huysmans, zien we John Wilmot (1647-1680) met roodomrande ogen een aap kronen, die gedichten aan flarden scheurt. Het schilderij lijkt een opgestoken middelvinger naar de holle plechtstatigheid van het Engelse hof en zijn literaire satellieten. Of is het toch eerder speelse zelfkritiek? De schrijver als aap?
In het door hen samengestelde dossier ‘Rochester’ gaan Arnoud van Adrichem, Pol Dehert en Karel Vanhaesebrouck op zoek naar een antwoord op de vraag of ‘the world of the monkey’ nog steeds ‘our world’ is. ” (lees hier de volledige inleiding van een nummer met het veelbelovende motto: “There’s something generous in mere lust”)

%d bloggers liken dit: