Marcel Broodthaers: Fémur d’homme belge et Fémur de la femme francaise. (1964)

“Marcel Broodthaers, vooral bekend als plastisch kunstenaar, was in oorsprong een dichter. Veel van zijn kunstwerken zijn eigenlijk in materie omgezette gedichten. Hij wist daarmee het taalprobleem in België te omzeilen en werd zodoende onze ‘poète commun’, onze gemeenschappelijke dichter.” schreef  Jan Pollet in 2008. Vandaag lijkt die mooie spirituele en geestige erfenis van Broodthaers aan de taalgemeenschappen voorbij te gaan.

De Belgische en vooral de Vlaamse kwestie van de afgelopen weken in een paar pittige quotes in kaart gebracht:

Lees de rest van dit artikel »

Onlangs werd het Arabische Museum voor Moderne Kunst geopend in Qatar. Mathaf,  is gevestigd in een voormalig schoolgebouw  dat verbouwd werd door de Franse architect Jean-François Bodin.  Het museum opende met de tentoonstelling  ‘Sajjil’, ofwel een overzicht van de moderne kunst uit de Arabische wereld de laatste honderd jaar.  Onderstaand videofragment toont een onderdeel van de tentoonstelling: Told/Untold/Retold:  23 reisverhalen door tijd en ruimte door eigentijdse kunstenaars met roots in de Arabische wereld:

Vodpod videos no longer available.

Told/Untold/Retold at Mathaf Arab Museum of Mod…, posted with vodpod

Iedereen amateurdichter

februari 28, 2011

“De omstandigheid dat een land of taalgebied zonder profdichters zit, heeft als vanzelf tot gevolg dat alle dichters als amateurs te boek staan. Maar zo’n bewering zegt niets over het niveau van die hele populatie van woordkunstenaars. Menig dichter in Nederland en Vlaanderen mag zich met recht een vakman noemen. Maar tegen die groep van ‘echte’ dichters vlijt zich een enorme massa van amateuristische dichters aan – zij die wel beter zouden willen maar niet beter kunnen. Stellen dat er in Nederland en Vlaanderen ongezond veel dilettanten voorkomen, brengt geen enkele dilettant tot inkeer en doet niets af aan het feit dat we allemaal, zonder uitzondering, die status van amateurdichters hebben en zullen houden.” >> een staaltje gefundeerd generaliseren van Leo van der Sterren.

In Grenier’s work CAPITAL letters are parodied, mocked as the evidences of power, ignorance, unconscious threat–as, in effect, power centers of language.”
In het minimale oeuvre van Robert Grenier komt het op een hoofdletter aan. Lees de hoofdletter-analyse op The Compass Rose.

Van Language dichter Grenier is vooral Sentences bekend: een doos (foto) met 500 minimalistische gedichten op 500 kaartjes, die in willekeurige volgorde kunnen worden gelezen. In deze posting gaat Ton van ’t Hoff dieper in op het gedicht Joe:

JOE

JOE

De 500 kaartjes zijn hier te lezen.

Misschien hoopt hij stiekem zelf dat hij ooit verboden wordt, verbannen, zijn poëzie op de zwarte lijst. En dat hij dan als dissident in ballingschap eindelijk degelijke verzetsverzen kan typen, ondertussen terugverlangend naar die koele Hollandse lentedagen van weleer. Een beetje onderdrukking zou zijn werk precies de zwaarte en urgentie kunnen geven die nu zo ontbreekt. Rosanna Herzberger in NRCnext. Waarover? Hierover.

 

David Claerbout, Study for a portret (Violetta) 2001.
David Claerbout exposeert in Wiels.  Dit is zijn website.  Lees dit stuk van Erik de Smedt eerder verschenen in Leeswolf.

*

*  “Het is een documentair decor waartegen de acteurs hun langzame verhaal vertolken. Zo lijkt er zich op het raakvlak van werkelijkheid en fictie een traag, maar zwaar drama te gaan afspelen. De schoonheid van een klassieke tragedie is op televisie haast niet zuiverder te vinden.” (De Amsterdamse Lezing over de Vlaamse televisiereeks De Ronde)

*  Poet Laureates en stadsdichters zijn afgeleiden van de middeleeuwse hofnar. Over de Antwerpse stadsdichter Joke van Leeuwen op Versindaba.

The truth of poetry, van vertaler en criticus Michael Hamburger: een erudiet introductie tot de poëzie van de 20e eeuw.

*  ‘Als je niet meer zomaar naar Parijs kunt dan doe je iets niet goed,’ zei mijn vader.”  Maartje Wortel.

*  Anneke Brassinga over de noodzaak van een opleiding ‘literair vertaler’ (Johan Velter)

*  Twee gedichten van Frank Ligtvoet op De Revisor.

*  Christine D’haen (1923-2009) heeft een geheel voltooide dichtbundel nagelaten. De bundel met de titel De beker van Djamsjied zal in de zomer verschijnen bij Querido. (De Papieren Man)

*  Hoe word je een echte Belg? Ervaringsdeskundigen Reugebrink en Eric-Emmanuel Schmitt leggen het uit op Cobra.

*  Hoe blijf je een echte Belg? Europees Commissaris Karel De Gucht legt het uit in De Standaard.

*

Hoe zal het medialandschap er de komende tien jaar uitzien? De toekomstige consumentjes geven alvast een paar tips mee.  You better listen, you marketingboys cause  ‘You haven’t seen anything like us yet’ (via PHD)

Deze week stuitte ik op twee gelijkaardige bedenkingen over het probleem van ironie in  e-mails (intussen heeft zich al een oplossing aangediend bij monde van Claire Colebrook (zie onderaan):

 

“Amsterdam, 2 juni 2008

Beste Henk
Je bent, blijkt uit je brief van 28.5.2008, zelfs verder dan ik op het technologische pad, want YouTube heb ik nog niet onder de knie.
Als het je uitkomt wil ik graag je e-mailadres, ik vind het een makkelijke communicatiemethode, buiten deze deftige herencorrespondentie om.
Ik word soms met mijn neus op de nadelen gedrukt van e-mail, dus ik begrijp Remco wel. Voor snelle feitelijke mededelingen is het ideaal, maar bij onderwerpen die onderhevig zijn aan meningen en gevoelens is het risico van verkeerd begrepen worden zeer groot. Je hoort de ‘toon’ niet en dat is vooral voor mij erg lastig omdat ik nogal eens dingen kan mailen die ik ironisch bedoel. Zo schreef ik Kees van Kooten onlangs dat ik een molotovcocktail bij De Bezige Bij naar binnen zou gooien (ik heb niets tegen de Bij, integendeel) maar dat is voor een Hagenaar misschien wel een erg agressief Amsterdams grapje.”

Bovenstaande bedenking van componist Loevendie  komt uit een voorpublicatie van  CC. Een correspondentie van de hand van Bernlef, Remco Campert en Theo Loevendie.

Opvallend is dat Alfred Birney deze week bijna letterlijk dezelfde opmerking maakt op zijn blog:

“Het internet heeft geen plaats voor ironie. Ik weet niet waar dat aan ligt. Er zou geen verschil moeten zijn tussen een tekst op papier en een tekst in een blog die je op je beeldscherm leest. Maar dat verschil diende zich al snel aan toen het e-mailen rond de eeuwwisseling een enorme vlucht nam. Je moest leren schrijven met emoticons, wilde je goed begrepen worden. De smiley is het bekendste voorbeeld. Vergeet je die achter een ironische zin te plaatsen, dan kan je in de problemen komen en soms woedende reacties oproepen.”

Intussen heeft het smiley-probleem zichzelf opgelost want:

“Volgens een Deleuziaanse voorspelling gaan we een nieuw, onironisch maar eerder humerous tijdperk in. Humor, in tegenstelling tot ironie, suggereert een leven en een kracht die uitstijgt boven betekenissen.” meldt Yra van Dijk op De Amsterdamse Lezing naar aanleiding van een lezing van Claire Colebrook  in New York: ‘Irony is over’ .

Marc Kregting, de beste

februari 27, 2011

“Mijn Duo Penotti bestaat er vervolgens uit dat ik er niet in slaag correct pathetisch te roepen ‘wat heb ik misdaan’, maar er domweg lol in heb voor het eerst van mijn schrijversleven te zijn opgenomen in zo’n bundel van de VSB Poëzieprijs, onder de titel De beste gedichten. Simultaan weet ik me een kruidenier, die het zus vindt dat in die bloemlezing A meer heeft dan hij en zo dat B minder.”
Marc Kregting is opgenomen in de 100 Beste gedichten voor de VSBpoëzieprijs 2011.  Lees zijn innerlijke strijd op de Honingpot.

Aldus begint meesterverteller Simon Schama zijn kennismaking met het werk van  Mark Rothko, de door depressies geplaagde kunstenaar die op de dag van zijn zelfmoord de prijzen van zijn werk deed verdubbelen:

“One morning in the spring of 1970, I went into the Tate Gallery and took a wrong, right turn and there they were, lying in wait. No it wasn’t love at first site. Rothko had insisted that the lighting be kept almost pretentiously low. It was like going into the cinema, expectation in the dimness.

Something in there was throbbing steadily, pulsing like the inside of a body part, all crimson and purple. I felt I was being pulled through those black lines to some mysterious place in the universe.”  >> een documentaire zoals we van de BBC gewend zijn: degelijk, informatief en spannend, nu volledig te bekijken op youtube:

Jan Hoet 1936 – 2014

februari 27, 2011

“Laatst was er rumoer over een aantal Nederlandse schrijvers die zich op een boekenbeurs in Peking hadden vertoond. Dat mocht niet van de morele scherpslijpers. Je laat je niet zien in een dictatuur, als kunstenaar. Protestants gezever. Ik ben lang voor de Muur met kunstenaars gaan praten in de Sovjet-Unie, Polen, Hongarije. Het waren ongelooflijke contacten. Het heeft bijgedragen tot verandering in die landen . In 1994 was ik al in China. Dat gezeur over de dictatuur is mij te studentikoos. Pretentieus zelfs.”Ik heb lang met Chinese kunstenaars gewerkt. Zij weten de brug tussen gisteren en vandaag precies te registreren. Ken je dat kunstwerk in het Guggenheim waar auto’s van Mercedes en Chrysler doorboord zijn met speren van Indianen? Dat is dus gisteren en vadaag. Prachtig, ontroerend.”

Jan Hoet in De Morgen, 22 oktober 2011. Hoet reist eind deze maand naar China, om zich voor te bereiden op de biënnale van Yinchuan.

“(…)  schrijven heeft alles met structuur te maken en het aantal woorden bepaalt de structuur van wat men schrijven gaat (zie dezelfde illustratie). En zomaar knippen en snijden in een zorgvuldig gestructureerd stuk, kan een pofbroek opleveren waar men een kamerjas uitgestippeld had. De dichter droomt, denkt en doedelt al arbeidend (idem dito), maar de grafische wetten voor paginaopmaak zijn onverbiddelijk. Gelukkig had ik nog enige originelen en heb ik die opgenomen in plaats van de gedrukte versies. Bij andere artikelen heb ik zo goed en zo kwaad als het ging uit mijn geheugen de ontbrekende gedeelten opgediept en ze herenigd met hun magen van alinea’s en in sommige gevallen uitgebreid met nieuwelingen van huidige inzichten in de vorm van voetnoten. We blijven namelijk groeien en al groeiende herlezen..”

Uit Heidense vreugde, een binnenkort te verschijnen essaybundel van Hafid Bouazza.

De Morgen, 26 februari 2011.  “Gezocht: een Bart De Wever voor de kunst.”  In dit artikel peilt  journalist Bart Eeckhout naar de mening van intellectuelen als Matthijs De Ridder, Kevin Absillis over de gespannen relatie tussen de N-VA en de culturele spraakmakers. Ook dichter Dirk Van Bastelaere werd gepolst:

“Een provincialist of separatist wil dichter Dirk Van Bastelaere zich niet noemen, en rechts al helemaal niet. Hij verbaasde zijn omgeving onlangs wel met een pleidooi voor een zeer verregaande staatshervorming. Van Bastelaere zag het licht bij zijn werk voor HR-bedrijf SD Worx. “Veel collega-kunstenaars komen uit een beschermd, gesubsidieerd milieu.  Die veiligheid vertekent hun wereldbeeld. Ze betogen voor solidariteit maar weten zo weinig van de socio-economische realiteit. Wie verdient het meeste onze solidariteit: De Franstalige die evenveel kansen heeft als de Vlaamse werkzoekende of mijn Bulgaarse en Marokkaanse buren, die nergens kansen krijgen? Daarover gaat voor mij het debat over staatshervorming.”
Van Bastelaere is een zeldzame uitzondering in de ‘hoge cultuur’ die openlijk durft te sympathiseren met het N-VA-gedachtegoed. “Ik ben niet blij met de manier waarop ook De Wever zo gretig de confrontatie opzoekt met ‘de linkse intellegentsia’, maar ik stoor me evengoed aan de gemakzucht van die intellectuelen. De staten in de VS zijn veel autonomer dan onze deelstaten, dus waar zit het gevaar? Vroeger lachten vrienden me uit met de stelling dat Antwerpen dan ook maar autonoom moet worden. Vandaag zeg ik: waarom niet? Misschienis een Antwerps stadsgewest inderdaad wel het juiste niveau om een adequaat havenbeleid te voeren”

“Ik pak mijn bibliotheek in. Volgens de verzamelaar zal het allemaal een beetje minder worden met poëzie de komende jaren. Er is simpelweg veel te veel, te veel stadsdichters, te veel gedichten op de radio, te veel eensoortige gedichten als hobby en snelle oprispingen. Men is al die slechte gedichten moe. Ook het publiek is het moe. Het is niet erg als het weer eens wat minder wordt. Na een vloedgolf zie je of er elders nog wat arken drijven. Als je je bibliotheek weer uitpakt, maak je een andere stand op. Je ziet wat je wilt behouden en waar je als tijdsdocumenten een overschot van hebt. Anne Vegter zal zeker blijven.”
Erik Lindner maakt schoon schip in zijn bibliotheek maar lees vooral zijn bespreking van  Eiland berg gletsjer van Anne Vegter. (De Groene Amsterdammer)

Muziek: Peter te Bos en John Cameron (Claw Boys Claw)
Tekst: Vrouwkje Tuinman
Opname: Claas Hille, 27 januari 2011, bij presentatie bundel ‘Wat ik met de sleutel moet’ (via Versindaba)

De Gids vist achter het net

februari 25, 2011

Omdat het vrijdag – visdag –  is en de week  er bijna opzit kijken we niet op een flauwe woordgrap meer of minder.  In de rubriek Dirk Vist van het literaire tijdschrift De Gids vist  Dirk Vis  niet achter maar ín het net.  Het nuttige aan het aangename parend heeft hij een paar curieuze culinaire links bijeengehengeld die naadloos aansluiten bij het Tafelen-nummer van het tijdschrift.   Zo signaleert hij ene Rafael Roozendaal, een twitteraar die alles tweet wat hij eet.  Zomaar eventjes 868 mensen volgen de voedselneuroot zijn berichten.  Dirks volledige internetmenu (inclusief een literair dessert) vindt u hier.

Ik ben zelf geen bibliofiel. Het maakt me ook nauwelijks uit in welke staat een boek zich bevindt. Als ik twee exemplaren van een boek heb, wat wel eens voorkomt, en een exemplaar heeft in de regen gelegen et cetera maar er zitten mijn potloodstreepjes in dat exemplaar en het andere exemplaar is prachtig maar zonder streepjes, dan bewaar ik het verregende exemplaar met streepjes. (uit een interview met Arnon Grunberg op Tzum)

 

Michaël Borremans, “Red Hand, Green Hand” (2010)
Overzichtstentoonstelling Michaël Borremans in Württembergischer Kunstverein Stuttgart (meer op Ons Erfdeel)

*

*  Interviewboekjes, tv-documentaires, cd’s: Grunbergs veertigste verjaardag is nog niet voorbij.

*  Lezing van Badiou over de ‘massive change in the Middle East.’

*  “Ik lees veel dikke boeken, maar zelf zou ik nooit een dik boek kunnen schrijven. Ik heb het wel eens geprobeerd maar na twintig bladzijden sloeg de wanhoop toe en begon ik te schrappen.” (in de reeks kort op Raster: Wim Brands)

Hölderlin-avond met Geert van Istendael en Bart Stouten in het Gentse Poëziecentrum op 17 maart.

*  Amsterdamse stadsdichter  F. Starik hield  een demonstratie op het Museumplein om het sterke verlangen naar de heropening van Stedelijk- en Rijksmuseum uit te drukken. “Straks valt het doek. Echt. Tijd gaat zo vlug/ Alles komt goed.  Alles komt terug/ Alleen jij/ niet. Kijk dus. Ga open.” luidt het slot van het gelegenheidssonnet  Museum.

*

the father of the October Revolution
Lenin-Ulianov and the father of Dada
Tristan Tzara never met
they did not read each other’s works
they edited different newspapers
perhaps resulting in a loss
for Dadaists and Bolsheviks

Uit: Sobbing Superpower, een nieuwe selectie vertaalde gedichten van Tadeusz Różewicz. Twee fragmenten zijn hier en hier te lezen. (via bookslut)

[Ingezonden persbericht]

Uitreiking J.C.Bloem-poëzieprijs 16 april in Paasloo
Shortlist genomineerde dichters bekend + gedenkbundel  ‘Ik heb van ’t leven vrijwel niets verwacht’

STEENWIJK /PAASLOO/KALENBERG (Kop van Overijssel). Op zaterdag 16 april 2011 vormt het graf van de beroemde Nederlandse dichter Bloem het bijzondere decor van de herdenking van zijn 45ste sterfdag. Daarbij wordt ook de J.C. Bloem-poëzieprijs uitgereikt.

De J.C.Bloem-poëzieprijs (2500 euro) is bestemd voor de tweede dichtbundel van een jonge Nederlandstalige dichter. Zojuist is de shortlist van 5 genomineerde dichters bekend geworden. Het zijn Eva Cox met Een twee drie ten dans (De Bezige Bij), Arnoud van Adrichem met zijn bundel Een veelvoud ervan (Contact), Marije Langelaar met De schuur in (Arbeiderspers), Ester Naomi Perquin Namens de ander (Van Oorschot), en Peter Swanborn Tot ook ik verwaai (Podium).

Lees de rest van dit artikel »

“Is de poëzielezer ook een voorwoordlezer, een verantwoordinglezer, een bronnen- en variantenlezer, en boven dat al een documentaire- en een essaylezer?” … vraagt Fabian Stolk zich af bij de recente doorwrochte  poëzieedities van Anton van Wilderode en Hans Faverey.

“Zou daar nou niet nog een klein, eenvoudig, diplomatisch volksuitgaafje van kunnen komen? En ook van De moerbeitoppen ruischten? En, nu ik toch bezig ben, nog ver voor sinteditieklaas: ook graag een van de oorspronkelijke versie van Marsmans debuut, Verzen.”

Lees zijn bedenkingen bij overdreven redacteursijver op het blog van Teksteditie.

Stadsdichter Starik in actie

februari 24, 2011

Zie ook dit bericht

3:AM: Zijn er culturele verschillen wat poëzie betreft tussen dichters uit Parijs en dichters elders in Frankrijk? Brengt elke stad, en elke regio verschillend werk voort?

Frédéric Forte: “Weet je, Frankrijk is een Jacobijns land, in hoge mate gecentraliseerd. Laat ons zeggen dat Parijs als een magneet kunstenaars aantrekt. Ik ben geboren in Toulouse en de reden waarom ik onlangs in Parijs ben komen wonen is deels vanwege mijn lidmaatschap bij Oulipo maar ook omdat in Parijs van alles te beleven is dat je nergens anders meemaakt. Toch wonen veel grote dichter in andere steden en wat mijn favoriete poëzie betreft zie ik geen duidelijk onderscheid tussen Parijse en niet-Parijse dichters.”

Toeval of niet, na vijftig afleveringen van gesprekken met hedendaagse Europese dichters is eindelijk een Fransman aan de beurt in de boeiende Maintenant-reeks van SJ Fowler. Met enige gêne vat de Britse interviewer zijn gesprek aan met Frédéric Forte, een 35-jarige dichter die zijn eerste stappen in de Franse poëzie aan Oulipo te danken heeft.

Dankzij Roubaud ontdekte hij dat “een gedicht tezelfdertijd abstract en lyrisch, intiem en formeel, speels en diepzinnig kan zijn; een uniek conceptueel object. ” Na het lezen van diens ” ” en “Iets Zwart” was de jonge dichter helemaal van de kaart en sindsdien is hij heilig overtuigd van het grote belang van Roubauds werk. Forte is intussen ook opgenomen in het besloten gezelschap van Oulipo.

De poëzieproductie in Frankrijk draait volgens hem op volle toeren. De meest uiteenlopende stijlen worden er beoefend. Ter kennismaking is het boek  Caisse à outils van Jean-Michel Espitallier – een panorama van de hedendaagse poëzie – een aanrader.

Interessante namen van jonge (en minder jonge) dichters zijn: Eric Suchère, Anne Parian, Marie-Louise Chapelle, Sébastien Smirou, Cécile Mainardi…

Lees het volledige interview en acht gedichten van Forte.

Van Frédéric Forte verschenen:

Bristols (Hapax éditions, 2010)
Une collecte (Théâtre Typographique, 2009)
Toujours perdue la neuve entrée (contrat maint, 2009),
Comment(s) (Editions de l’Attente, 2006)
Opéras-minute (Théâtre Typographique, 2005): gedichten volgens Oulipo-voorschriften: zie website.
N/S (Editions de l’Attente, 2004, co-auteur Ian Monk, in het Frans en het Engels)
Banzuke (Editions de l’Attente, 2002)
Discographie (Editions de l’Attente, 2002).

%d bloggers liken dit: