This is that

september 30, 2008

May Heek                                                                           Katja Mater

Meer op de intrigerende blog van This is that.

Nam June Paik in Bozar

september 30, 2008

Nam June Paik, The honderd en acht kwellingen van de mensheid.

7 oktober in Bozar in het kader van het Korea-festival.

Worldfamous Words

september 29, 2008

De lijst der Wereldberoemde woorden:

1. TAXI

2. TV

3. COCA COLA

4. LOVE

5. EINSTEIN

6. $

7. SHOP

8. MOZART

De kleuren van Gerhard Richter

september 29, 2008

 Gerhard Richter '4900 Farben'

“I consider belief of every kind, from astrology to every elevated religion and all great ideologies, to be superfluous and mortally dangerous. We no longer need such things. We ought to work out different strategies against misery and injustice, war and catastrophes.” Dixit Gerhard Richter.

Momenteel in de Serpentine Gallery.

Ruth Lasters – spring

september 26, 2008

Ruth Lasters: spring

Ovaleske gedichten

september 26, 2008

Een
Franse
revolutie
een Spaanse
oorlog een
balkanconflict
soldaten en burgers
in het donker op
drift glisse
glisse
smile
in my
deep.

(uit mijn : ‘Ovaleske gedichten‘)

Kiki Li

september 25, 2008

(Vergeten passage)

Het eerste wat mij na die langdurig merkwaardige bewustloosheid weer welkom heette in de wereld van de levende  soorten en de dode voorwerpen was  dus  den tepel, den zeer donkeren moet ik zeggen, den zeer groten donkeren stijven tepel van prinses Bwanita. Ik botste er geheel zonder opzettelijkheid met mijn neus tegen en bood mijn oprechte excuses aan. prinses Bwanita lachte mij vergevingsgezind toe en liet haar hand uit eigen beweging op zoek gaan naar mijn niet langer comateuze geslachtsorgaan. Toen zij deze gevonden had begon zij erover te str… maar heb ik dat avontuur al nieteerder verteld, in Club Minestral, ter gelegenheid  van kunstenaar Boris zijn vertrek (het vijfentachtigste) naar zijn Russische geboortegrond?
Waren niet alle belangrijke personen van de stad daar aanwezig?
Reden de trams al toen we weggingen?
Stroomde de rivier al door de oude stad?
Hadden ze de kaarsenpan al uitgevonden?
Wisten ze hoe ze een konijn moeten wegtoveren?
Jamaar.

Ontbijtvers

september 25, 2008

Net voor ik vertrek, de fiets opmoet, agenda’s samenleggen moet, offertes doorprikken moet, een broodje  kaas eten moet,  stop ik deze touchante attentie nog in mijn brooddoos.

Kiki Li

september 24, 2008

Kiki Li

Ik zou graag kapitein zijn van een schip dat regelmatig naar Haïti vaart. Ik zou het de O’Kelly noemen. Ik weet niet hoe ik op de O’Kelley kom. Ik moet het ergens gezien hebben zonder er bij stil gestaan te hebben. Ik heb altijd last met namen vinden en geven maar met O’Kelley was het knots boem roos.
Soms gaat het bij mij gewoon vanzelf.

Pfwiew

september 23, 2008

PFWIEW

Al het andere vergaat maar de straat blijft staan.
Huizen vallen omver
of zakken in mekaar.
Auto’s roesten op waar je bij staat.

De mensen leven – pfwiew – en ze gaan weer dood.
En de mensen denken – pfwiew – leve de tijd.
Maar de mensen begrijpen er niets van (want ze doen niets)
Ook al denken ze wat doen we toch veel, toch doen ze niets.
Geloof mij, ze hebben niets gedaan, ook al doen ze onvoor-
stelbaar veel.

BEGRIJP JE KAMERAAD?
(nee, je begrijpt er niets van)
IK ZIE HET
(aan je neus)
(en aan je haar)

Ik zal je iets anders zeggen.
Kijk uit met mooie meisjes, ze zijn
verlekkerd op mooie, dure dingen maar jij zal moeten zweten, kieken,
om al die gouden kettingen te kunnen betalen.
En dat huis.
En die reis naar de evenaar.
DOMMERIK

The Edison Kinetoscopic Record of a Sneeze is one of a series of short films made by Dickson in January 1894 for advertising purposes. The star is Fred Ott, an Edison employee known to his fellow workers in the laboratory for his comic sneezing and other gags. This item was received in the Library of Congress on January 9, 1894, as a copyright deposit from W. K. L. Dickson and is the earliest surviving copyrighted motion picture.


Bistrot Butterfly 3

september 21, 2008

Vannacht heb ik dus de benen genomen. Ze zullen het me niet kwalijk nemen. Ik was toch bijna genezen. Hun eigen woorden: u zit in de goede richting. En tijdens het avondeten nog eens: uw tekeningen gaan de goede kant op. Met een knipoog nota bene. Het was zoveel als zeggen: het wordt tijd dat je hier wegkomt. Ik ben geen ezel. Ik kan tussen de lijnen lezen. Maar het begon te regenen toen ik voorzichtig het hek opendeed. O nee, dacht ik teleurgesteld, regen. Als het regent blijf ik liever binnen. Regen maakt mij mistroostig, gegarandeerd. Eerst niet. Eerst zeg ik altijd hé regen, dat wordt lekker binnenblijven in de warme knusse kamer en wegdromen en een sigaret roeken en een boek lezen dat ik ooit begonnen ben. Maar dan begint het. Het blijft regenen en dan is het geen regen meer maar alleen nog geplens en getiktik dat op de heupen werkt. Ik zal alles zo goed mogelijk vertellen, daar mogen jullie op rekenen.  Hoe de vork dus aan de steel zat. Ik deed vannacht het hek open. Het doel was duidelijk: weggaan en ooit meer terugkeren zoals ik uit hun kleine wenk had begrepen. Ik ben altijd meer geholpen geweest met een kleine wenk dan met een groot verhaal. Vroeger heb ik veel boeken gelezen. Ik zal het mezelf nooit vergeven. Er kwamen altijd personages in voor die zich aan het eind van kant maakten. Ik dacht dat mijn kwaal daar begonnen was. Maar dat zijn verhalen, vielen ze me in de rede, het leven is iets anders. Ik heb er lang over gepiekerd. Tenslotte moest ik hen gelijk geven. Ik was geen personage, ik was een mens.
Ziedaar een immens verschil. Ik moest leven en geen zelfmoorden plegen. Eens dat doel begrepen was ik niet meer in te tomen. Ik ging ervandoor. In die nacht dat de hemel en de aarde van eenzelfde kleur waren ben ik vertrokken. Onverklaarbaar. Ik niet niets moet hebben van de regen en als de dood ben voor het donder. Van een zwart gesproken! Zuiver monochroom, onder en boven. De hemel raakte de wereld. En ik, ook zo zwart, verdween in het eentonige geheel. Zo, nu is het beeld compleet. Nu kunnen we verdergaan. Ik sloot het hek en keek nog één keer achterom. Naar het park en het kasteel.”

(Bistrot Butterfly is een polyfone brokkenstory in progressie.)

Bistrot 1
Bistrot 2

Wees een hippe historicus en doctoreer in de geschiedenis van het weer.

Ben qui?

september 19, 2008

“Op een van de muren
van de Alzheimer afdeling van het ziekenhuis van Monaco
zal ik schrijven
Aangezien kunst vergeten ook kunst is
heeft kunst geen enkele betekenis
Wie is Picasso?
Heette de conciërge op het 18e nu Duchamp of Durand?
en waar is de kat naartoe trouwens?
Alles is een kwestie van geheugen.
Ik verlies mijn geheugen maar stress krijg ik er niet van
de mensheid is 3 miljoen jaar oud
en de keien van Nice 5 miljoen jaar
en ik transformeer mij in een kei. ”

Ben

“IL FAUT QUE JE VOUS RACONTE “,
schrijft Ben in zijn laatste newsletter,

“reçu un livre de Luc Fierens
mélange de Chiari, de la poésie visuelle
et des bouts de papier
J’aime son Fluxus score :
danser 1 minute avec une vieille dame
Fluxus n’est pas mort.”

Giuseppi Chiari

Bistrot Butterfly (2)

september 16, 2008

Psychiater Schnitz (uit de Locomotiefstraat) stond op van zijn stoel, liep zijn bureau rond, hees zich naast me op het bureaublad, liet zijn benen wat bengelen, ving zijn elleboog in een handpalm op , deed een pistool na met zijn duim en wijsvinger, bracht het pistool naar zijn gelaat, kneep met het pistool zijn kin samen en keek me streng doch liefdevol aan:
“Als ze niet helpen, die karmijnrode zetpillen, dan moet je naar het kasteel.”
“Het kasteel!”, riep ik blij verrast.
“Zo noemen wij, psychiaters, het gekkenhuis tegenwoordig.”
“Oooooo”, zei ik teleurgesteld, “meestal blijf je daar voor de rest van je leven.”
“Je dood meegerekend”, vervolledigde Schnitz.
“Het schijnt dat er wonderbaarlijke genezingen bestaan”.
“Waar heb je het over?”, vroeg Schnitz die zijn kin uit de wurggreep van duim en wijsvinger had gehaald en beide handen gebald in de zakken van zijn witte schort stak.
“Er bestaan gekken die opeens niet gek meer zijn en weer naar huis mogen. Onder luid applaus van hun collega’s stappen ze in een limousine terwijl de chauffeur de deur openhoudt en tegen zijn kepie tikt en ‘waar naartoe’ vraagt.
“Zou me verbazen”, zei Schnitz, “dat gekken weten waar naartoe. Ik heb een heel ander verhaal gehoord. Het schijnt dat er wonderbaarlijke verdwijningen bestaan. Gekken die opeens nergens meer te vinden zijn in het gekkenkasteel. Nergens. Niet achter de Griekse zuilen in de inkom, een plek die vaak over het hoofd wordt gezien. Niet in het park.”
“Niet in het park?” zei ik, “in een boom bijvoorbeeld? of onder een hoop bladeren bij wijze van grap wachtend tot iemand over hen valt?”
“Nee, niet in het park”, zei Schnitz hoofdschuddend, “De honden hadden alles grondig uitgekamd. Hektisch was de klopjacht geweest. Schuim droop van de openhangende bekken. Elke onderzochte plek hadden de Duitse schepers met een urinestaal gemerkt zodat niemand hen van onzorgvuldigheid kon betichten of van gebrek aan orde in het werk. Nee werkelijk nergens hadden ze een voetstap een geur een rafeltje een plukje haar een aanknopingspuntje kunnen vinden. Spoorloos waren ze ertussenuit geknepen als engelen, als heiligen, als wezens die de kunst van het zweven beheersten en ergens – zo wordt verteld – waren ze weer op de begane grond gekomen en vandaar waren ze weer verder gegaan, over heuvels, door bossen en steden tot ze een plek hadden gevonden waar ze een nieuw leven konden beginnen in een andere gedaante. Geheel onherkenbaar zouden ze onder ons vertoeven.”

Tante Annie

september 16, 2008

… over het vrouwelijk geslachtstoestel…alhier.

£70.5 million

Bistrot Butterfly (1)

september 15, 2008

’t Was winter.
’t Had gesneeuwd.
Ik kende hem niet. We woonden in hetzelfde huis. En toch mag ik zonder blozen blijven beweren dat ik hem niet kende. Gisteren hield hij me staande voor een gesprekje. Op de trap. Een voet op een trede, een andere op een hogere trede. De knie als steun voor de elleboog. De rug van de hand als steun voor de kin.
‘Hoort u ook die stilte? Stt, luister aandachtig… nu kan hij niet ver meer zijn. Als niets meer beweegt en de lucht tot stilstand is gekomen, dan kan hij niet ver meer zijn… Als de uil op stok blijft en de zieken vertikken het om te kuchen in hun slaap dan is het nog maar een kwestie van uren en hij is er…’
Diezelfde nacht begon het te sneeuwen. Ik had Castelli aan zijn hotel afgezet, de Audi naar de opera teruggebracht, aan de lege toog van de Butterfly een glas of twee tot ik zei nu ben ik weg en toen ik weg was stond ik op straat en een kilte drong zich door mijn botten en het was alsof niet de tijd, maar de lucht stilstond, zoals hij gezegd had, gisteren, met een voet op de trap, zonder op te kijken, altijd maar door, dat het zou gaan gebeuren, dat het in de lucht hing en nu moest ik hem gelijk geven, het was eindelijk begonnen, ze vielen in alle eenvoud uit de lucht, ja ik weet het, ik ben geen dichter, ik ben niet zoals hem, hij zou een beeld snijden uit de eerste vlokken, ik niet, ik zong.
Enfin, ik draaide een tong met een song.

Tadashi Kawamata in Versailles

september 13, 2008

Lors de l’expo de Kawamata à Versailles n’oublions pas le Cageot de Francis Ponge.

“A mi-chemin de la cage au cachot la langue française a cageot, simple caissette à claire-voie vouée au transport de ces fruits qui de la moindre suffocation font à coup sûr une maladie.
Agencé de façon qu’au terme de son usage il puisse être brisé sans effort, il ne sert pas deux fois. Ainsi dure-t-il moins encore que les denrées fondantes ou nuageuses qu’il enferme.
A tous les coins de rues qui aboutissent aux halles, il luit alors de l’éclat sans vanité du bois blanc. Tout neuf encore, et légèrement ahuri d’être dans une pose maladroite à la voirie jeté sans retour, cet objet est en somme des plus sympathiques – sur le sort duquel il convient toutefois de ne s’appesantir longuement.”


(Francis Ponge, Le parti pris des choses (1942)

Nederlandse vertaling op De Contrabas

%d bloggers liken dit: