“In het juryverslag van de AKO Literatuurprijs stond niet: ‘Viel er dan echt helemaal níets te lachen in De Nederlandse maagd van Marente de Moor? Nee, en dat is best knap voor een boek van 300 pagina’s. Daarom krijgt ze een prijs van 50.000 euro. Hier.’ Wel stond er: ‘In zinnelijk en krachtig proza geeft De Moor haar prachtige personages gestalte. De Nederlandse maagd is een meeslepende, broeierige roman, die nog lang blijft nazinderen.’ Waarbij ik de vraag stel of we het hetzelfde boek hebben gelezen. Zinnelijk? Broeierig? Chlamydia, dat is broeierig, De Nederlandse maagd allerminst.”

Lees de verklarende voetnoten bij het juryverslag van de AKO literatuurprijs 2011 op Propria Cures.

“Herman de Coninck – hem heb ik van deze generatie het intiemste gekend – voelde zich misvormd, door zijn ouders en door de folklore van het Marialegioen, waarvan hij als kind lid was geweest. Zo was hij gaan lijden aan wat Gerard Reve symboolblindheid noemt, het onvermogen om iets niet-letterlijk te begrijpen. Merkwaardig genoeg betrof deze blindheid exclusief het christendom; voor de rest verdiende hij met symbolen zijn brood.

De Coninck behoorde tot de generatie die een reusachtige semantische verschuiving teweeg heeft gebracht: omstreeks 1970 hield katholiek op katholiek te betekenen; in plaats daarvan werd het een synoniem voor repressief en bijgelovig. Het is me als vreemdeling in deze contreien al vaak opgevallen hoe ontwikkelde mensen op het woord reageren als op een stroomstoot – schokkerig – en verder voetstoots aannemen dat ik er dezelfde betekenis aan toeken.”

Benno Barnard in zijn column in Knack.

Socioloog Rudi Laermans schrijft in rekto:verso over zijn passie voor muziek. In deze bijdrage behandelt hij rockfenomeen P.J. Harvey en haar metamorfose na haar laatste plaat Let England Shake:

‘Ik hou van jou’ is, dixit Umberto Eco, het prototype van een postmoderne uitspraak. Je citeert een al ontelbare keren gestameld zinnetje van niemendal, en je doet het met of zonder succes: je bent een performer zonder toneelstuk. Niks originaliteit, maar wel een onbestemde en daarom spannende toekomst. Het komt erop aan de zin op te laden met de overtuigingskracht van een singulier lichaam. Jij moet spreken, ook al geldt weer eens de wet dat de grote Ander – de cultuur, de symbolische orde – jouw geprevel regisseert. La Harvey doet voor hoe het moet.”

Lees meer op rekto:verso.

Onlangs liet Harvey weten dat ze ook poëzie en proza gaat publiceren (zie dit bericht)

Behalve het chique  London Review of Books en het tijdschrift voor buitenlandse literatuur Granta heeft Groot Brittannië nooit veel op gehad met het intellectuele tijdschrift. Daar blijkt nu verandering in te komen met nieuwe tijdschriften als The White Review (waarvan we onlangs een essay signaleerden dat intussen al meer dan 1000 hits heeft) en het literaire online tijdschrift The Junket.

De Spectator Bookblog merkt hierover het volgende op:

“The White Review en The Junket zijn beiden beïnvloed door hun Amerikaanse voorbeelden. Tijdens het laatste decennium was Amerika getuige van een heropleving van een bepaald type literair tijdschrift:  het in Brooklyn gesettelde n+1, het LA Review of Books, dat nog altijd aan zijn website ligt te sleutelen, en Dave Egger’s The Believer. Wat ze allemaal gemeenschappelijk hebben: een mix van  highbrow en onvoorspelbaarheid, gepaard aan een gezonde dosis humor. En leuk beeldmateriaal.”

“In navolging van de tijdschriften in de VS werd The White Review opgericht door middel van crowd sourcing (waarbij mensen online kunnen donneren). Enkele belangrijke vennootschappen en hun liefdadigheidscultus laten liefhebbers taxfree doneren. Hun succes — van Newcastle tot Richmond (Virginia) — toont een nieuw model voor kunstsponsoring nu overheidssubsidies opdrogen, al blijft het te bezien of ze het zullen volhouden.”

Lees de korte beschouwing op Spectator Book Blog.

Serge van Duijnhovens Brussel

november 22, 2011

“Volgens velen is Brussel een lelijke of ronduit monsterlijke stad, het waterhoofd van een Siamese tweeling. Of drieling wellicht, als men het Europese district wil meetellen als een soort DC. Maar in plaats van als onooglijk samenraapsel, kan men Brussel ook zien als een surrealistische collage van onwerkelijke combinaties die in het dagelijks leven op elkaar zijn geplakt. Wie zich kan vinden in Lautréamonts omschrijving van schoonheid als ‘de toevallige samenkomst van een parapluie en een naaimachine op een operatietafel’, heeft in deze stad niets te klagen.  Brussel is even artificieel, hybride, gelaagd, contradictorisch, lelijk, schitterend, chaotisch, problematisch en boeiend als het land waar het de hoofdstad van is. Geen makkelijke stad, geen wezen dat zich gemakkijk bloot geeft of haar bewoners met open armen ontvangt. Toch voel ik me hier meer dan elders op m’n gemak.”

Meer op de website van Serge van Duijnhoven.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 195 other followers

%d bloggers like this: