Vincent Schmitz in het nieuwe nummer van Parmentier over The Libertine:
John Wilmot (1647-1680), de tweede graaf van Rochester, was niet alleen een Engelse vrijdenker die befaamd was om zijn schandaleuze gedichten en toneelstukken, hij was ook een graag geziene gast aan het hof van koning Charles II, ten tijde van de Restauratie. Zoals dat gaat met charismatische kunstenaars die een zelfdestructief bestaan leiden, stierf Wilmot op jonge leeftijd, 33 jaar oud, waarschijnlijk aan de gevolgen van een geslachtsziekte en overmatige alcoholinname. De laatste jaren van zijn leven vormen het onderwerp van The Libertine (2004), een alweer bijna vergeten film van regisseur Laurence Dunmore, waarvoor scenarist Stephen Jeffreys zijn gelijknamige toneelstuk bewerkte. Op toneel werd Wilmot gespeeld door John Malkovich, die hier gestalte geeft aan de koning, inclusief potsierlijke neusprothese. De hoofdrol in de film is voor Johnny Depp, een acteur wiens cv bestaat uit een imposante stoet van outcasts en einzelgängers.” (lees het artikel van Vincent Schmitz in de nieuwe Parmentier)
Rochester heet het nieuwe themanummer van Parmentier: “Op zijn beroemde portret, vermoedelijk geschilderd door Jacob Huysmans, zien we John Wilmot (1647-1680) met roodomrande ogen een aap kronen, die gedichten aan flarden scheurt. Het schilderij lijkt een opgestoken middelvinger naar de holle plechtstatigheid van het Engelse hof en zijn literaire satellieten. Of is het toch eerder speelse zelfkritiek? De schrijver als aap?
In het door hen samengestelde dossier ‘Rochester’ gaan Arnoud van Adrichem, Pol Dehert en Karel Vanhaesebrouck op zoek naar een antwoord op de vraag of ‘the world of the monkey’ nog steeds ‘our world’ is. ” (lees hier de volledige inleiding van een nummer met het veelbelovende motto: “There’s something generous in mere lust”)
Jeroen Brouwers, interview
maart 27, 2011
U vindt uw eigen essays uw beste werk.
„Dat vind ik ook vaak bij anderen. Wat Mulisch schrijft over Eichmann of Bericht aan de rattenkoning, dat inspireert nog steeds.”
Wat bewonderde u zo aan Mulisch?
„Zijn inzet, zijn manier van zeggen, zijn parmantigheid. Die zit niet in mij, maar die heb ik aanbeden. Van archibald strohalm begreep ik geen barst, maar ik wist wel dat dit het soort literatuur was dat ik wilde maken. De aanbidding nam af na De aanslag, maar hij blijft een schrijver aan wie ik veel te danken heb gehad. De regenboog die aan de hemel verscheen bij zijn begrafenis, die kwam hem toe.”
Jeroen Brouwers - interview in NRC.
Bruna, Verhelst, Nolens, Vielle, …
maart 27, 2011
Geen wereldliteratuur zonder potgrond. Geen thrillers van John le Carré. En altijd met mooie titels als ‘De verdronken tuin’ of ‘De verborgen orchidee’. Adriaan van Dis en Rudy Kousbroek zijn gevierde tuinchroniqueurs. Dimitri Verhulst, zou ik denken, is ook zo’n stille verpotter. - Hugo Camps’ lentecolumn in De Morgen.
“Dick Bruna’s Vis behoeft geen uitleg. Hij bevat de essentie van Vis-heid. Hij werd 45 jaar geleden voor het eerst getekend. Zo minimalistisch als Mondriaan, zo uitgesproken als Matisse, zo bevattelijk als een verkeerslicht. Hetzelfde voor de Vogel van Bruna: hij vliegt met vleugels en bek opengesperd. Het Huis van Bruna heeft geen deur en alleen één enkel raam, maar het bezit diezelfde universele helderheid.
Dick Bruna is 83. Elke dag van de week werkt hij aan zijn handgetekend universum. Elke morgen staat hij op om 5u in het huis dat hij deelt met zijn vrouw Irene, die al 59 jaar zijn vrouw is. Voor haar maakt hij elke dag een kleine tekening als talisman voor de dag. Na het ontbijt fietst hij naar zijn studio. Wanneer hij alleen is in zijn studio begint hij te tekenen. En als hij met tekenen klaar is, begint hij te schilderen. Op zijn eentje. Bruna’s emperium mag dan wereldwijd zijn en miljoenen waard, toch blijft hij er de enige schepper van. Fabrieksachtige ondernemingen als Warhol of Damien Hirst die met een leger assistenten werk(t)en zijn aan Bruna niet besteed. Elke lijn van Nijntjes mond, elke vin van Vis werd door Bruna eigenhandig geschilderd met een voorzichtig in de zwarte verf gedoopte borstel.
*
* Peter Verhelst heeft een nieuwe dichtbundel:’Zoo van het denken‘: een gesprek op Cobra.
* De antipoden Verhelst en Nolens, de post post-moderne generatie die het nu voor het zeggen heeft (Bogaerts, Buelens, Meuleman, Theunissen..) en de jonge wolven (Inghels, Marie, Van Gasse,…) die het historisch discours van zich hebben afgeschud en eigenwijs zappend hun inhoud bepalen: Bart Van der Straeten in Knack.
* De Brusselse actrice, auteur, regisseur en dichter Laurence Vielle op Kluger Hans.
* De New York Review publiceert een essay uit de pas verschenen verzamelde essays van Roberto Bolaño. Daarin vertelt Bolaño hoe hij op zestienjarige leeftijd boeken stal in boekhandels in Mexico. Een van de eerste boekjes die hij buit maakte was een klein boekje van de negentiende eeuwse erotische dichter Pierre Louÿs, de schrijver van Bilitis.
Bruna’s voorbeeld, Henri Matisse, aan het werk – foto van Cartier-Bresson.

