PARIS, TEXAS – Wim Wenders
januari 30, 2010
William Eggleston
januari 27, 2010
Jan Hanlo, Ontboezeming in het Antwerps
januari 27, 2010
Ontboezeming in het Antwerps
‘k Zieng oe gere Guske en ge meuget wete, oemda ge zoe veul
trekt oep ‘n mus en oep ‘n mieëw, en oep e polderboereke en
oep e porselaaine postuurreke, en g’et ne mond lak ne voya-
geur en nen engel, en ouw oege zen die van nen aawe kom-
mersaant en vantaaid van e fel paanterke, mor dan zen ze te
schoeën – te schoeën ver maai – as ze zoe zieng lak e paanter-
ke. En ge bleft zitte dees joar, oemda ge nie serieus gewarekt
‘et dees joar, en pertang zeddega zo geveuleg as e riet en zoe
slum as ne vos. Mor da zeg ek oe nie allemoal, aanders zulde
misschien teveul van oewe neus moake, en ge wet et toch zoe
goed als kik, oek al zeg e kik ‘t oe nie.
(En nen aawe vengt dieje nog nie ee kunnen lieeëre contengt te
zen mee ‘n overplakseltje, dieje joagde moar deur. Ge joagt ‘em
nor de karek, en ge joagt ‘m ójt de karek, oemda ge zene kop
zot mokt en em veurtoevert dad Onzelievenieër zoeveul in
oew oege nen oe koake nen oe stem zit as dat em in de karek
zit).
Jan Hanlo, verzamelde gedichten 1958
Frédéric Leroy, Het regent in Brussel
januari 27, 2010
Het regent in Brussel
(aan mijn nog ongeboren dochter)
Meisje, het regent in Brussel, dat is de wereld
die zich schoonspoelt, het went wel, die spatjes,
dat is muziek. Wat is muziek? Het pompen
van bloed. En bloed is rood als rozen en rozen
zijn mooi als de dag. Je zal van rozen houden,
ze in je hartje dragen, ook al zijn ze
wat ziek, met gele, aangevreten blaadjes,
dat geeft niet, want ook een ziekte kan
mooi zijn. Dat leer je later nog wel. Dat
leer je nog wel te leren. Meisje, ik mis je
nu al. Met mijn lippen op je moeders vlees
beloof ik je plechtig: er zal licht zijn.
Wat is licht? Dat wat je te wachten staat,
de bestorming van je ogen. Blauw en groot
zullen ze zijn, je ogen. Is dat van belang?
Ach nee, maar ze zullen schuldig zijn
als de zee. En ook al zijn ze giftig groen
als de bomen: er zal gemoord worden.
Wat is moord? Laat maar, dat vertel ik
je een andere keer. Het regent, het regent.
De hele wereld is nat en vrolijk glinsterend.
Meisje, mijn lieve meisje, als jij er zal zijn
zullen we de eenden voederen, in de storm
van de avondzon elkaars hand vasthouden.
En de wereld zal mooi zijn. Moet mooi zijn.
Frédéric Leroy, Poëzieprijs Stad Oostende 2007-2008
Eva Cox, Kop
januari 27, 2010
Kop
Ik herinner mij dien ochtend nog alsof het gisteren was,
den ochtend dat het is gebeurd.
Ge denkt: dat gaat mij niet gebeuren, mijn hoofd is hard
als knikkers.
Maar knikkers, dat zijn stukskes glas.
Ha!
Dat waart ge vergeten.
En ge rolt om in uw bed.
En ge voelt uw wervels gelijk een fietsketting door uw vlees
draaien.
En uw ogen zitten als mossels dicht, ge krijgt ze niet open.
En ge denkt: wat is dat hier met mij, wie heeft er gisteren
jenever in mijn soep gegoten.
En dan.
Gebeurt het.
Ge botst met uwe kop tegen het hoofdeind van het bed en
het breekt af.
Niet dat hoofdeind, was dat maar waar.
Nee, het is uwe kop die van u af rolt, over de plankenvloer
- toek – tegen de muur en gelijk nen biljartbal dan terug
- roef – onder ‘t bed.
‘t Is dat uw ogen nog vastzitten, als mossels, anders zoudt
ge de ribben van de lattoflex onder de zwaarte van uw
dood gewicht zien plooien.
Ik zou nie weten hoe lang we daar zo hebben gelegen, mij-
ne kop en ik.
‘t Schijnt dat ze ons alle twee kwamen halen.
Ik in de kruiwagen en mijne kop in een viskom, vol ijs-
klontjes.
Tegen het sterven naar ‘t schijnt.
Want sterven dat deed het, mijn kopke.
Tegen honderd in ‘t uur.
Tegen honderd in ‘t uur.
Maar dan trager.
Eva Cox, Een twee drie ten dans. (De Bezige Bij 2009)
Charlotte Gainsbourg en Beck slaan de handen in mekaar op ‘IRM’
januari 26, 2010
Ulysses seen
januari 26, 2010
Ulysses van James Joyce in online stripversie.
Harry Smith
januari 25, 2010
De 20e-eeuwse Renaissanceman Harry Smith was vooral bekend voor zijn standaardwerk Anthology of American Folk Music — een compilatie van commerciële liedjes uit 1926-1932 die de weg baande voor de folk revival van de 60′s . De veelzijdige mysticus was een cultfiguur in de wereld van de experimentele film, en werd alom geprezen voor zijn abstracte schilderijen die hij met mondjesmaat vervaardigde.
Manteca, circa 1950
This painting is Smith’s transcription of a tune by Dizzy Gillespie.
Each paint stroke represents a musical note.
‘The girl on the train’ van André Téchiné
januari 23, 2010
De nieuwe André Téchiné met rollerbladende Emilie Dequenne en good old Catherine Deneuve. Het verhaal is gebaseerd op de 23-jarige Joodse Marie-Léonie Leblanc die in 2004 beweerde dat ze het slachtoffer was geworden van een anti-joodse aanval op een trein. Het verhaal was compleet verzonnen maar haalde de internationale pers.
DUNSMUIR: INTERMISSION FEB. 6
januari 23, 2010
Tijdens een road-trip reed Alexandra Crouwers met haar twee metgezellen bij zonsondergang Dunsmuir binnen, een dorp in de bergen van het noorden van Californië, vlakbij de slapende vulkaan Shasta. Minder dan vijf minuten was zij in dit duistere oord, dat in groot contrast stond met het dromerige en zonovergoten optimisme van de rest van de Amerikaanse Westkust. Crouwers baseerde een animatie op haar passage door Dunsmuir, die de inleiding vormt van haar solo-tentoonstelling in de Base-Alpha galerie en waarin ook computerprints, muurtekeningen en een installatie te zien zijn.
in Base Alpha Gallery in Antwerpen
“899 miles of clear sky, and 1 mile of thick fog surrounding Dunsmuir” in Base Alpha Gallery in Antwerpen met:
Eric Thielemans
Mauro Pawlowski & Antoine Boute
Butsenzeller
Miguel Sosa & Teun de Lange
Max Rouen
F.L.U.T.
W. Ravenveer
Sterling Ruby bij Xavier Hufkens
januari 23, 2010
George Oppen, ‘Of being numerous’
januari 19, 2010
29
My daughter, my daughter, what can I say
Of living?
I cannot judge it.
We seem caught
In reality together my lovely
Daughter,
I have a daughter
But no child
And it was not precisely
Happiness we promised
Ourselves;
We say happiness, happiness and are not
Satisfied.
Tho the house on the low land
Of the city
Catches the dawn light
I can tell myself, and I tell myself
Only what we all believe
True
And in the sudden vacuum
Of time…
… is it not
In fear the roots grip
Downward
And beget
The baffling hierarchies
Of father and child
As of leaves on their high
Thin twigs to shield us
From time, from open
Time
George Oppen, New Collected Poems uitgegeven bij A New Directions Book, 2008.
Chomsky en Foucault over macht
januari 19, 2010
Het enige interview met George Bataille
januari 18, 2010
Liz Linden
januari 15, 2010
Liz Linden, New Yorkse kunstenares. Interview.
Gerorge Oppen, “Artist”
januari 14, 2010
Artist
he breaks the silence
and yet he hesitates, half unwilling
something comes to his mind
it is something about something
the sea
to ask
where is the sea he asks
where is the shore
he fears as the devil
himself his
cleverness
we move, we move, the mass of the people
moves is he trying to escape? to enter?
George Oppen, New Collected Poems uitgegeven bij A New Directions Book, 2008.
Monumenta 2010 – Christian Boltanski
januari 14, 2010
“De Franse kunstenaar Christian Boltanski heeft het majestueuze Grand Palais in Parijs omgetoverd tot een macabere verzamelplaats van allerlei kledingstukken. Ze liggen er verlaten bij op de vloer van het gebouw, over een lengte van tweehonderd meter. Het zijn er duizenden, verzameld in 69 vierkante vlakken, elk omringd door stalen palen. In het midden, schuin onder de koepel van het Palais, liggen kleren opgestapeld als een soort stoffen piramide. Ruim dertig ton aan kleren, meer dan tien meter hoog.” De Standaard.
Monumenta 2010 – Christian Boltanski, Personnes
Gabriel Orozco uit Mexico
januari 13, 2010
George Oppen: “Five poems about poetry”
januari 11, 2010
Five poems about poetry
1
The gesture
The question is: how does one hold an apple
Who likes apples
And how does one handle
Filth? The question is
How does one hold something
in the mind which he intends
To grasp and how does the salesman
Hold a bauble he intends
To sell? The question is
When will there not be a hundred
Poets who mistake that gesture
For a style.
2
The little hole
The little hole in the eye
Williams called it, the little hole
Has exposed us naked.
To the world
And will not close
Blankly the world
Looks in
And we compose
Colors
And the sense
Of home
And there are those
In it so violent
And so alone
They cannot rest
3
That land
Sing like a bird at the open
Sky, but no bird
Is a man -
Like the grip
Of the Roman hand
On his shoulder, the certainties
Of place
And of time
Held him, I think
With the pain and the casual horror
Of the iron and may have left
No hope of doubt
Whereas we have won doubt
From the iron itself
And hope in death. So that
If a man lived forever he would outlive
Hope. I imagine open sky
Over Gethsemane,
Surely it was this sky.
4
Parousia
Impossible to doubt the world: it can be seen
And because it is irrevocable
It cannot be understood, and I believe that fact is lethal
And man may find his catastrophe,
His Millennium of obsession.
air moving,
a stone on a stone,
something balanced momentarily, in time might the lion
Lie down in the forest, less fierce
solitary
Than the world, the walls
of whose future may stand forever.
5
From Virgil
I, says the buzzard,
I -
Mind
Has evolved
Too long
If ‘life is a search
for advantage’
‘At whose behest
Does the mind think?’ Art
also is not good
For us
Unless like the fool
Persisting
In his folly
It may rescue us
As only the true
Might rescue us, gathered
In the smallest corners
Of man’s triumph. Parve puer…. ‘Begin,
O small boy,
To be born;
On whom his parents have not smiled
No god thinks worthy of his table,
No goddess of her bed’
George Oppen, New Collected Poems uitgegeven bij A New Directions Book, 2008.
“Sara in her Father’s arms” George Oppen
januari 9, 2010
Sara in her father’s arms
Cell by cell the baby made herself, the cells
Made cells. That is to say
The baby is made largely of milk. Lying in her farher’s arms,
the little seed eyes
Moving, trying to see, smiling for us
To see, she will make a household
To her need of these rooms – Sara, little seed,
Little violent, diligent seed. Come let us look at the world
Glittering: this seed will speak,
Max, words! Ther will be no other words in the world
But those our children speak. What will she make of a world
Do you suppose, Max, of which she is made.
George Oppen, New Collected Poems uitgegeven bij A New Directions Book, 2008.

Uit een recensie in The Guardian:
“Oppen was, with Louis Zukofsky, Carl Rakosi, Charles Reznikoff and others, one of the founding participants in what came to be known as Objectivist poetry, although he always denied that they represented a coherent movement. Oppen’s first book, Discrete Series, was published in 1934 by the Objectivist Press, a venture he ran with Zukofsky and Reznikoff. Ezra Pound wrote a preface in which he saluted Oppen as “a serious craftsman” with a unique sensibility.”









